Verschillende dagen voor de olieramp op het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico, heeft BP gekozen een materiaal te gebruiken dat riskanter was maar geld zou uitsparen. Dat blijkt volgens de New York Times uit een document van BP.
In geval van een lek zou het gebruikte materiaal slechts een enkelvoudige barrière vormen, terwijl er nog een andere optie was die veel meer bescherming zou bieden. Enkele uren voor de ramp begon gas te lekken door het cement. Volgens onderzoekers zijn deze gassen de oorzaak van de explosie die het platform uiteindelijk deed zinken.
Riskante keuze
In het document verdedigde BP de keuze om economische redenen. Toch waren de mogelijke gaslekken niet de enige risico's voor het platform. Het kon ook leiden tot meer werk en vertragingen, aldus het document. "De keuze van BP was zonder twijfel de meest riskante", zegt Greg McCormack, directeur van de 'Petroleum Extension Service' van de universiteit van Texas.
Het hoofd van de mechanische afdeling van Deepwater Horizon, Douglas H. Brown, getuigde gisteren dat er de ochtend van de ramp nog een woordenwisseling was tussen de leider van een oliebron van BP en teamleden van Transocean, de eigenaar van het platform. De leiders van BP zullen in ieder geval nog ernstige ondervragingen moeten doorstaan.
Tijdsnood
Hoewel de gekozen methode op lange termijn het meeste geld zou besparen, zouden er problemen kunnen ontstaan als cement of modder bij het boren verloren gingen. En dat is net wat er in meerdere gevallen gebeurd is. In maart nog was Deepwater Horizon het slachtoffer van zo'n probleem, net als in de dagen voor de explosie.
Het ziet er ook naar uit dat BP onder druk stond om zo snel mogelijk te handelen. Het bedrijf hoopte Deepwater te gebruiken om begin maart nog een oliebron te boren, maar het zat achter op schema. Aangezien het 500.000 dollar per dag kost om op de site te boren, zou een vertraging van 43 dagen BP al 21 miljoen dollar gekost hebben toen het platform explodeerde. (gb)


