Jan en Martine bewonen hun huis al zeven jaar. In 2009 besluiten ze hun ramen te vervangen door exemplaren met hoogrendementsbeglazing. De plaatsingskosten werden nog datzelfde jaar gefactureerd en betaald. Het ging om een totaalbedrag van 15.000 euro. Om de uitvoering van deze werken te financieren, gingen ze bij hun bank een 'groene lening' aan, tegen een jaarlijkse interestvoet van 7,5%. De lening loopt over vijf jaar. De intrest van het eerste jaar bedraagt 7,5%, verminderd met de bonificatie van 1,5 %, wat neerkomt op 6%. Op 15.000 euro is dat 900 euro. Omdat hun huis al meer dan vijf jaar is bewoond, kunnen ze ook genieten van het verlaagde btw-tarief. En dan zijn er nog de mogelijke premies en de belastingaftrek voor een deel van de 15.000 euro zelf.
Dit jaar besluiten Jan en Martine om te verhuizen naar een appartement in de stad, in het grote appartementsblok waarvoor Jan actief is als beheerder. Dat heeft geen invloed op de aflossing van hun groene lening. Ze blijven gewoon verder een interest van 900 euro per jaar betalen. De voorwaarden van de intrestbonificatie ¿ en ook die van belastingvermindering voor interesten ¿ worden beoordeeld in de beginfase van de lening. Het recht op de intrestbonificatie en de belastingvermindering blijft gedurende de hele looptijd van de lening geldig, ongeacht het lot van de woning.
Jan voert een deel van zijn beroepshalve activiteiten thuis uit. Indien hij de uitgave voor de renovatiewerken dan ook gedeeltelijk als beroepskosten aftrekt, komt hetzelfde gedeelte van de lening niet meer in aanmerking voor interestbonificatie.
In 2009 kreeg ook het hele appartementsblok dubbele beglazing. Daarvoor had Jan, als beheerder, gezorgd. Het gebouw telt flats met twee, drie, vier en vijf ramen. De afzonderlijke mede-eigenaars stortten in verhouding daarmee bijdragen in een fonds, waarmee Jan de werken betaalde. Mede-eigenaars die hun bijdrage volstortten via een groene lening moeten om hun interestbonificatie te bekomen aan Jan een voor eensluidend verklaarde kopie van de facturen vragen. Ook hebben ze het betalingsattest voor die facturen nodig en een door Jan ondertekend attest met de berekening van hun percentage in de totale kostprijs van de werken. Zelf moet hij ook deze documenten ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën houden. Kortom, wat meer administratie, maar wel dezelfde voordelen.
Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!


