Zuidereiland van Nieuw-Zeeland is woest en overweldigend

bewaar artikel
Door: redactie
24/06/08 - 14u32
Het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland is één brok natuur.
Op de groene heuveltoppen grazen duizenden schapen.
Het prachtige, azuurblauwe water van Lake Tekapo.
Een koppel zeeleeuwen doet een dutje in het warme zand.
De mooiste stranden vind je in Abel Tasman National Park.
Koeien troepen samen op de weidse grasvlakten van het Zuidereiland.
Een van de populairste sporten van Nieuw-Zeeland is jetboaten over een wilde rivier.
Aan de westkust kan je niet anders dan ontzag voelen voor de woeste natuur.
De Church of the Good Shepherd aan Lake Tekapo is irreëel mooi.

Op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland regeert de natuur en is de mens nog een buitenstaander: dertig bergtoppen die met gemak 3.000 meter halen, gletsjers die tot aan de boorden van de oceaan glijden, woeste rivieren die wemelen van de forellen, fjorden waar je walvissen en zeehonden kan spotten en ongerepte stranden die je enkel moet delen met zeeleeuwen en pinguïns. Wie maar niet genoeg krijgt van al dat natuurschoon, beleeft hier de reis van zijn leven.

Beste startplaats voor onze droomreis per camper: Christchurch, de grootste en leukste stad van het zuiden. En omdat we er toch landen en onze motorhome oppikken, kunnen we er net zo goed eens rondneuzen. Hier stroomt de Avon door prachtige parken en langs statige gebouwen dwars door de oude binnenstad. Een aftandse, rammelende tram rijdt langs de voornaamste bezienswaardigheden. Cathedral Square is het mooiste plein, en Regent Street de leukste straat. Maar pal achter de laatste huizenrij begint al de natuur en het avontuur. We rijden door de Canterbury Plains, een weidse vlakte waar duizenden schapen grazen, op weg naar het binnenland. Naarmate we de Nieuw- Zeelandse Alpen nadert, wordt het landschap ontoegankelijker. Plots staan we voor Lake Tekapo met zijn turkooisblauw gekleurd water, met aan de oever de Church of the Good Shepherd. Het lijkt wel alsof we zelf deel uit maken van een levensechte ansichtkaart, zo mooi is het hier. Een paar honderd bochten verder ligt een brede vallei voor ons, de poort tot het Mount Cook National Park. Besneeuwde pieken domineren de horizon. Mount Cook, 3.764 meter hoog, priemt erbovenuit. Het landschap is magistraal, nauwelijks met woorden te omschrijven. Met stapschoenen en een rugzak doordringen in de wonderlijke wereld van sneeuw en ijs, of met een helikopter over het bergmassief vliegen en landen op de gletsjer: dat moet de ultieme droom zijn. Queenstown is dé avonturenhoofdstad van Nieuw-Zeeland en misschien wel van de hele wereld. Hier zijn buitensporters thuis en dat zal je geweten hebben als je er neerstrijkt. Zowat elke shop in de stad probeert je adrenalinepeil aan te wakkeren. De ene wil ons met een razendsnelle jetboat over een woeste rivier lokken, een andere wil ons laten bungeejumpen vanaf een brug, terwijl een derde ons op pad wil sturen met een mountainbike. Queenstown laat je niet koud, of je nu al of niet uit het sportieve hout gesneden bent.

Goudmijnstad
Op een steenworp van Queenstown ligt Arrowtown, het schilderachtigste en best bewaard gebleven goudmijnstadje van het eiland. Eind 19de eeuw woonden er 7.000 mensen, onder wie een groep Chinezen. De schamele hutjes van toen lokken samen met de opgesmukte hoofdstraat duizenden bezoekers die zich komen vergapen aan de rijkdom van weleer. Dan is het een pak rustiger op weg naar Fiordland. Dat kan ook niet anders, want de bevolkingsdichtheid van dit stukje Nieuw-Zeeland blijft steken bij 5 inwoners per vierkante km. De enige tegenliggers zijn wolken die met een razende vaart door de lucht noordwaarts scheuren. Maori, de oorspronkelijke bewoners, noemen hun land Aotearoa, het land van de lange witte wolk. Erg toepasselijk, want een wolkeloze hemel kom je hier zelden tegen. En er valt zelfs wat nattigheid uit. In de buurt van de fjorden valt er zomaar eventjes 7 meter regen per jaar. Maar vandaag gelukkig niet.

Wegen vol ratten
In Anau schittert de zon en dat is leuk meegenomen, want de route naar de Milford Sound is de mooiste van het hele land. Onderweg rijden we bijna ononderbroken over een reusachtige bontjas. Het zijn de resten van platgereden possums, een soort buidelratten, die bij valavond massaal op straat verschijnen. Geen enkele Nieuw- Zeelander die hierom maalt. Possums zijn een echte plaag. Ze vreten akkers kaal en berokkenen enorm veel schade aan de natuur en ze zijn verzot op de eieren van de kiwi, de kleine weerloze loopvogel en het symbool van Nieuw-Zeeland. "No better possum than a dead possum", luidt het motto van de natuurbeschermers. We slingeren door een woeste vallei, bedekt met beemdgrassen. De asfaltstrook volgt stroomopwaarts het grillige verloop van een bergrivier. Overal donderen er watervallen langs de rotsen naar beneden. En dan rijden we plotseling naast de oevers van Nieuw-Zeelands grootste fjord. We gaan aan boord van een van de talrijke cruisebootjes die de fjord afvaren. Pal voor ons verschijnt Mitre Peak, een homp rots van 1.700 meter hoog in de vorm van een mijter. Grijzig gekleurd op een zonnige dag, maar dreigend zwart als het stormt en regent en er metershoge golven op stuk slaan. "De Milford Soundfjord kent meer dan 200 regendagen per jaar en hierdoor zijn de bovenste vier meter van het oceaanwater zoet", vertelt de kapitein van onze schuit. Op een platte rots ligt een dozijn zeehonden te luieren. We varen tot op enkele meter van de dieren. Camera's zoemen, fotoapparaten klikken, maar geen enkele zeehond doet de moeite om ook maar even zijn kop op te richten.

Weg naar Antarctica
We trekken verder naar Bluff, het meest zuidelijk gelegen stadje van het land. Op het uiteinde van een uitgerafelde klif staat een wegwijzer naar Antarctica te wiebelen in de nooit aflatende wind die steevast vanaf de Zuidpool blaast. Bomen groeien bijna horizontaal, vogels geven de indruk achteruit te vliegen. Het kwik houdt het bij 15 graden voor bekeken, en dat in volle zomer. De Catlins, zo heet deze onherbergzame streek. Tot kort liep er alleen maar een gravelweg doorheen. Maar de natuur is er overweldigend. Dichte bossen deinen uit tot op met zwerfhout bezaaide stranden. Klaterende bergriviertjes waarin forellen voor het grijpen liggen, monden uit in een beschutte baai waar een kolonie pinguïns woont. Op een verlaten strand stoten we op twee zeeleeuwen. Het koppel doet een dutje in het warme zand. We naderen tot op enkele meter, schieten een foto en maken ons uit de voeten. Een mannetjeszeeleeuw weegt 500 kg en ze zijn erg snel op de korte sprint.

Smeltende gletsjer
Op weg door het binnenland van Central Otago verbleekt het groen en gaat over in alle tinten van bruin. Dit gebied, in de schaduw van de Nieuw-Zeelandse Alpen, kent warme, droge zomers en dat heeft zo zijn gevolgen. Het landschap is er dor en schraal. Tussen de plooien van het gebergte komen we piepkleine dorpen tegen waar alleen boeren weten te overleven. Niets valt er hier te beleven, behalve dan het leven zelf, dat hard en meedogenloos is. "Elke zomer opnieuw vinden we enkele lokale boeren opgeknoopt aan de balken van hun lege hooizolders. Ze kunnen hun veestapel niet meer in leven houden en dus maken ze er zelf ook maar een eind aan", vertelt de pompbediende. Het contrast met de westkust is groot. Subtropische plantengroei overwoekert de bergflanken. Rivieren, gezwollen van het smeltwater, donderen naar beneden en sleuren alles mee op hun weg. Het westen van Nieuw-Zeeland is nat en kil. Er is nauwelijks bewoning. Naar hier kom je om de gletsjers te bewonderen. Fox Glacier en zijn buur, Franz-Jozef Glacier, zijn uniek. Beide laten hun ijsmassa in een gekartelde tong neerdalen tot bijna op zeeniveau. Het leuke is dat je geen doorgewinterde bergbeklimmer hoeft te zijn om het gletsjerijs aan te raken. Vanaf de parking lopen we in een halfuurtje naar de rand van het ijsveld. De gletsjer is er net zoals zijn Europese soortgenoten slecht aan toe. Hij ziet grauw en grijs en elk jaar kruipt hij enkele meters hogerop. Wetenschappers verwachten dat hij over 50 jaar volledig verdwenen zal zijn.

De mooiste stranden
Op weg naar Abel Tasman Nationaal Park trekt het kronkelende asfalt voorbij diepgroene heuvelruggen waarop duizenden schapen grazen. Abel Tasman heeft de mooiste stranden van Nieuw- Zeeland. Het goudgele zand van de pittoreske baaitjes en de kalme kustwateren maken van het park een uitgelezen plaats voor watersporten. Zeekajakken is er populair. Maar een streepje varen met een watertaxi is de uitgelezen manier om de kustlijn af te speuren naar natuurschoon. De laatste etappe brengt ons naar Kaikoura, de walvishoofdstad van het zuidelijk halfrond. "Nergens ter wereld kan je walvissen zo kort bij het vasteland spotten als hier", pocht de dame van de infokiosk. "De excursie kost 65 dollar en de boot vertrekt over enkele minuten." Op nauwelijks 30 meter van onze boot zien we donkere schaduwen net onder het wateroppervlak. We houden onze adem in. Plots komt een groep van drie walvissen boven water. Ze spartelen wat rond, duiken onder en komen weer boven. De show duurt tien minuten. Dan houden ze het voor bekeken. Wij blijven sprakeloos achter.

Prakisch
Hoe erheen: Brussel - Christchurch met Quantas, dagelijks via London, Singapore, Auckland. Vliegduur: 26 uur. Reken op 1.200 tot 1.600 euro voor een retourticket. Trek ten minste drie tot vier weken uit voor je reis.
Beste periode: hun zomer (onze winter) van november tot maart (20 à 25 graden). Hou toch altijd rekening met koude of regen.
Vervoer: overnachten de eerste nacht in een hotel, zodat je na de lange vliegreis uitgerust aan je avontuur kan beginnen. In Christchurch kan je een motorhome huren. De grootste verhuurmaatschappijen zijn: Maui (http://www.mauirentals. com), Britz (http://www.britz.com) en Kea (http://www.keacampers.com). Of in het Nederlands: http://www.kampeer-huurauto.co.nz. Reken op zo'n 90 NZ dollar (45 euro) per dag. Een internationaal rijbewijs is verplicht. Men rijdt links en er bestaat een afwijkende regel: als je links af wilt slaan en er komt een auto uit de tegenovergestelde richting die rechts af wil slaan, dan heeft deze laatste voorrang. Wegen zijn vaak smal en bochtig, een ritje van 250 km neemt al gauw een halve dag in beslag.
Verblijf: reis je niet per camper, dan kan je overal terecht in b&b's, boerderijen of wildernislodges, zoals Matakauri Lodge (Queenstown), Lake Tekapo Moto & Motor Camp of White Morph Motor Inn (Kaikoura). Eten & drinken: lunchen kan al voor 6 tot 10 euro. De fish & chips is er veel beter dan de Engelse. Aanraders: Flukes Café of The White Morph in Kaikoura, Oud Mountaineers Café in Mt.Cook Village, Pasta Pasta en The Bunker in Queenstown.
Georganiseerd: Aussie Tours is de specialist op Oceanië. Vanaf 1.475 euro per persoon voor 25 dagen (vluchten + huurwagen); vanaf 1.395 euro voor 24 dagen (vluchten + campervan); vanaf 2.135 euro voor 29 dagen (vluchten, hotels, huurwagen); vanaf 2.345 euro voor 22 dagen (vluchten, bed & breakfast, huurwagen). Ook à la carte of in groep. Kijk voor promoties op http://www.aussietours.be of tel. 051/70 56 11.
Munt: 1 NZ dollar = 0,56 euro
Tijdverschil: + 10 uur.
Documenten: internationale reispas.
Lezen: Lonely Planet Nieuw-Zeeland is de meest praktische reisgids.
Info: http://www.newzealand.com - http://www.itag.co.nz - http://www.nieuwzeeland.pagina.nl

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!