"Regering kwam in jaren 80 niet meteen tussen in spoorveiligheid"

Wil je dit artikel later lezen? bewaar
Door: redactie
1/12/10 - 19u54
Oud-ministers van Verkeer Jean Luc Dehaene en Herman De Croo © photo news.

De uitrol van een veiligheidssysteem bij de Belgische spoorwegen maakte destijds al deel uit van het dagelijks beheer van de NMBS. Het was dus een taak voor de spoordirectie waar de regering niet meteen in tussenkwam. Dat heeft oud-minister van Verkeerswezen Jean-Luc Dehaene vandaag aangegeven in de Kamercommissie Spoorveiligheid. "Maar ik kan me niet inbeelden dat de NMBS zich niet bezighield met veiligheid", benadrukte hij.

Dehaene kreeg vandaag - net als zijn voorganger op Verkeerswezen Herman De Croo (Open Vld) - vragen over de moeizame uitbouw van het TBL-remsysteem op de Belgische spoorwegen. De Kamerleden wilden onder meer weten waarom de implementatie al in 1987 ernstige vertraging opliep en vroegen zich af of ooit op veiligheid bespaard werd.

Eerder aandacht voor stiptheid

"Absoluut niet", onderstreepte De Croo, die bevoegd was voor Verkeerswezen van 1981 tot begin 1988. Veiligheid is volgens hem een "kapitale aangelegenheid in de spoorwereld". Zijn opvolger Dehaene (1988-1992) voegde daar evenwel aan toe dat veiligheid onder zijn voogdij minder speelde, aangezien zich toen al een hele tijd geen ongeval meer had voorgedaan. "Ook in het parlement was toen eerder aandacht voor zaken zoals stiptheid", aldus Dehaene.

Bovendien zag Dehaene veiligheid als een interne aangelegenheid. "En ik hield me niet bezig met intern beheer", verduidelijkte de oud-premier. "Ik ben zelf ook nooit geconfronteerd met signalen dat er te weinig middelen waren voor spoorveiligheid", besloot Dehaene, die nog opmerkte dat het bij de remsystemen om "technische beslissingen" ging. "En ik ben geen technieker."

"Elk land koos eigen remsysteem"

Zijn voorganger De Croo benadrukte dat snel na de treinramp van 1982 in Aalter - waarbij vijf doden vielen - al gekozen werd voor de ontwikkeling van een Belgisch remsysteem. Een blik over de grenzen toonde volgens hem dat elk land toen zijn eigen systeem ontwikkelde.

Dat dergelijke bestellingen vooral bij Belgische bedrijven geplaatst werden, was destijds "algemeen beleid", trad Dehaene hem bij. Gebeurde dat niet, dan werd de regering "heel sterk geïnterpelleerd in het parlement". Volgens Honoré Paelinck - zes maanden directeur-generaal in 1987 - ging het zelfs zo ver dat bedrijven simpelweg aan de NMBS lieten weten wat ze moest bestellen.

Concreet was het de firma ACEC die in '82 een remsysteem mocht uitbouwen. De kost werd geraamd op 1,6 miljard Belgische frank over tien jaar, waarvan 755 miljoen al in '82 en '83 vrijgemaakt werd. "Nochtans een moeilijke budgettaire situatie", aldus De Croo. Van de beslissing om de installatie al in '87 op een lager pitje te zetten weet hij naar eigen zeggen "niet of die ooit tot bij mij gekomen is". Dehaene van zijn kant kreeg vanuit de NMBS "nooit het voorstel om de beslissing uit 1987 te herzien". "Maar ik zeg niet dat de spoortop daar een fout heeft begaan", besloot hij.

Volgende week zet de Kamercommissie spoorveiligheid zijn werkzaamheden voort. Didier Reynders - voorzitter van de Raad van Bestuur van 1986 tot 1991 - heeft zijn afspraak met de parlementsleden voorlopig uitgesteld vanwege buitenlandse verplichtingen. (belga/mvdb)

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!