De link tussen Monaco's jetset en gras dat de zee doodt
In 1988 ontdekte een duikende student onderaan de rotsen bij het Oceanografisch Museum van Monaco fluorescerende groene algen. Het ging om Caulerpa taxifolia, een soort zeewier. Het wordt in aquaria wereldwijd gebruikt omwille van z'n mooie frisgroene bladeren en zijn bestandheid tegen visvraat. Veel was het niet; de student zwom er in een minuutje rond en het weghalen zou niet langer dan een uur hebben geduurd. Maar hij deed dat niet. Qua stommiteit kan dat tellen. Dit is het opmerkelijk verhaal over een incident dat symbool staat voor wat misschien de geboorte van een nieuw tijdperk is: het Homogeceen.
Oorspronkelijk groeide Caulerpa taxifolia alleen aan de oostkust van Australië. Het werd ingevoerd om in de aquaria van de Wilhelma in Stuttgart als beplanting te dienen. Van daaruit werd het naar het Musée Océanographique de Monaco (1984) gebracht. Caulerpa bleek een succes in de vistanks, het groeide zelfs zo goed dat al snel gesnoeid moest worden. Werknemers van het museum kieperden het snoeisel gewoon het raam uit, de Middellandse Zee in.
Ontdekking op scooterIn augustus 1989, een jaar later, ging algenspecialist Alexandre Meinesz op z'n onderwaterscooter een kijkje nemen op de plaats waar de student had gedoken. Hij trof een hele wei van het spul aan, zo'n 2,5 hectare groot. In die wei was er geen leven. Meinesz analyseerde het Caulerpa en ontdekte dat het giftig was. Bovendien waren het allemaal mannelijke plantjes, en allemaal klonen van het specimen dat uit Duitsland kwam. Ondertussen weten we dat Caulerpa het grootste gekloonde organisme op onze planeet is.
PolitiekMeinesz luidde de alarmbel, vertelde het verhaal van hoe Caulerpa door het museum in zee was gekomen. En kreeg het deksel op de neus. Het Musée Océanographique de Monaco ontkende in alle toonaarden, beschuldigde Meinesz er zelfs van de nalatenschap van Jacques Cousteau te willen bezoedelen. Die was een jaar eerder overleden en was directeur van het museum toen er zonder verpinken Caulerpa werd gedumpt in zee.
BangmakerijCollega's die het verhaal van Meinesz publiceerden, werden sensatiezucht verweten. Ze waren volgens de directie van het Musée Océanographique de Monaco verleid door een wetenschapper die uit was op fondsen voor zijn onderzoek. Caulerpa, aldus de directie en een hoop Franse profs, was waarschijnlijk gewoon inheems, of misschien was het via het Suezkanaal binnengekropen. En het was onschadelijk. De directeur pochte zelfs dat hij Caulerpa al had gegegeten met prins Renier van Monaco: de kok had er beignets van gemaakt. Het was kortom allemaal bangmakerij. De Caulerpa zou gewoon sterven in de winter, end of story.
Alga assassinaCaulerpa zette zich ondertussen vast op de netten van vissers en de ankers van de yachts van 's werelds rijksten. In 1990 bereikte het Toulon, 130 kilometer verderop. In 1992 bedekte een veld de baai van Imperia in Italië, waar het z'n populaire naam kreeg: alga assassina (moordende algen). Het killer-zeegras had ook al de Spaanse kusten bereikt.
Overal waar l'alga assassina opdook, stelden vissers hetzelfde vast: de vis was verdwenen, de garnalen en langoustines ook, net zoals ander zeewier. In de winter, wanneer stormen de velden Caulerpa omwoelden, verstopte het de netten van de vissers. De vissers van Corsica spanden zelfs een rechtszaak in tegen het Musée Océanographique de Monaco.
Met de hand dan maarOndertussen bleken de winters Caulerpa alleen maar goed te doen. In 1997, toen het killer-zeewier de kust van Kroatië bereikte, was de kust voor Monaca al lang om zeep. Gedomineerd door één verwoestend organisme. De Franse overheid had vijf jaar nodig om te erkennen dat l'alga assassina een probleem vormde. Het stuurde duikers af op velden Caulerpa, die het met de hand moesten uittrekken. Maar de ene gekloonde stam van Caulerpa taxifolia had zich toen al verspreid naar zes landen en bedekte al meer dan 130 vierkante kilometer zeebodem.
Naar AmerikaIn 2000 werd Caulerpa taxifolia ontdekt voor de kusten van San Diego en Orange County. Het versmoorde er de zeegrasbedden en de daarin levende heilbot en zandbaarzen. Enkele weken na die ontdekking riepen de Amerikanen de hulp in van Alexandre Meinesz. Samen ontwierpen ze een manier om de plaag te stoppen: ze overdekten de Caulerpa met zeilen en spoten daar chloor onder. Het werkte, maar er was geluk mee gemoeid.
De yachts van de prinsWe weten ondertussen waarschijnlijk hoe l'alga assassina de overtocht naar de andere kant van de wereld maakte. Het liftte mee met de Golden Odyssey en de Golden Shadow, twee yachts van de Saoedische prins Khaled die van Monaco naar San Diego waren gevaren voor een verfbeurt.
Kleiner, snellerIn 1997 dook dan Caulerpa racemosa op voor de kust in Marseille. Racemosa komt uit Zuidoost-Azië, is kleiner dan het oorspronkelijke alga assassina, maar eveneens giftig voor vissen. Het eist dezelfde tol op de zeebodem. Het rukt alleen nog sneller op omdat het geen kloon is en zich dus seksueel voortplant. Het rukte in no time op tot 50 kilometer buiten de kust en naar elf landen. Het werd anno 2005 al in Turkije en zelfs de Canarische Eilanden gesignaleerd. De sporen van racemosa worden met stromingen verspreid, en het valt dus niet te stoppen.
Niet dat we niet proberen om de algen te bestrijden: wegmaaien, afdekken (zodat de plant geen zonlicht krijgt), slakken (natuurlijke vijand inzetten), koper, zout, ... De resultaten zijn pover.
Op naar een nieuw tijdperk?Wat met zowel Caulerpa taxifolia en Caulerpa racemosa gebeurt, zou wel eens de voorbode kunnen zijn van iets waar wetenschappers als de dood voor zijn: het begin van een nieuw tijdperk, het Homogeceen. In het Homogeceen domineren agressieve grasachtigen de oceaanbodem en roeien er de biodiversiteit uit. De mens zal grotendeels verantwoordelijk zijn, want we verspreiden de dodende algen in ondermeer balasttanks van schepen. Maar da's een ander verhaal. Ondertussen is alvast duidelijk dat de Middellandse Zee één van de ground zero's is. Ironisch. Want de Middellandse Zee blonk uit in biodiversiteit. Want niet eens zo lang geleden huisvestte amper één procent van 's werelds zeewater zowaar zeven procent van alle gekende vissoorten. (mvl)