De walvisvangst: barbaars, meedogenloos en hypocriet

bewaar artikel
Door: redactie
22/02/10 - 01u30

De walvisvangst is altijd al omstreden geweest en beroert nog steeds de gemoederen. Voorstanders roemen de kwaliteiten van het walvisvlees en beroepen zich vaak op een leugentje om bestwil om de meedogenloze vangst in stand te houden. Hevige tegenstanders willen liever vandaag dan morgen een halt toeroepen aan het verschrikkelijke bloedvergieten. Wanneer is de mens eigenlijk begonnen met de onnavolgbare uitroeiing van miljoenen zeezoogdieren en nog belangrijker wanneer zal de jacht eindelijk eindigen?

 De Basken waren de eerste echte walvisvaarders ter wereld  
 Walvissen sneuvelden massaal voor olie en korsetten  
 Slechts vier procent van de Japanners eet regelmatig walvisvlees. Moet voor die minderheid de walvisjacht in stand gehouden worden?  

Walvissen werden al eeuwen gevangen, meestal door kleine gemeenschappen zoals de Inuit die de producten afkomstig van deze dieren louter gebruikten om in hun eigen behoeften te voorzien. De impact op de populatie walvissen was minimaal. Daar kwam echter verandering in toen de commerciële walvisvangst van start ging op het moment dat de Basken massaal de jacht openden op de gracieuze dieren in de golf van Biskaje in de twaalfde eeuw. De Baskische bevolking ondervond dat er geld te verdienen viel met een divers productaanbod zoals walvisvlees en walvisolie voor verlichting en balein. De walvisvangst ontwikkelde zich op die manier tot een commerciële business die significante winsten opleverde.

Walvisvet is vloeibaar goud
Voor de ontdekking van petroleum was walvisolie immers een kostbaar en zeer waardevol goedje. Straten en huizen in Europa en Noord-Amerika werden ermee verlicht. De walvisolie werd verkregen door de speklaag van het dier af te snijden en vervolgens te koken. Deze grondstof werd ook verwerkt tot zeep, margarine en werd gebruikt om leer soepel te houden. Balein (de lange hoornplaten in de bek van sommige walvissoorten) kon in allerlei vormen worden geperst als het in water werd verhit. Bekende toepassingen van balein waren dozen, meshandvaten, maatstokken, paraplu's, waaiers, schilderijlijsten en medische instrumenten. Het kwam ook van pas ter versteviging van korsetten en hoepelrokken.

Hevige concurrentie
Na talrijke Europese oorlogen kwam aan de Baskische suprematie een einde, maar elders namen andere regio's met dank die plaats in. Na de ontdekking van Spitsbergen en Groenland met hun walvisrijke wateren sprongen ook de Nederlanders op de kar aan het begin van de 17de eeuw. De Engelsen, Duitsers, Denen, Fransen en Amerikanen volgden hun voorbeeld. Door de massale slachtingen werden de walvissen al snel schaarser en moesten de walvisvaarders uitwijken naar meer ontoegankelijke oorden in de omgeving van het Noordpoolgebied.

Rood van het bloed
De eerste kolonisten in Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland en Australië konden hun geluk niet op. De zeeën leken daar nog vol te zitten met walvissen. Nergens waren de dieren nu nog veilig. Zelfs moeders met kalfjes moesten eraan geloven in de nietstontziende jacht op winst van de walvisvaarders. De oceanen zagen rood van het bloed. De gevolgen konden niet anders dan desastreus zijn voor de reuzen van de zee. Er waren gewoonweg niet genoeg walvissen meer om de jacht winstgevend te houden. Wanneer werd de wereld wakker?

Moratorium
De internationale gemeenschap verbood de commerciële vangst van de Groenlandse walvis in 1931 als een eerste stap. Vervolgens richtten de landen die meededen aan de walvisvaart in 1946 de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) op. Hierin spraken ze af hoeveel walvissen gevangen mochten worden. Pas in 1982 werd door de IWC besloten om vanaf 1986 een moratorium, een tijdelijk verbod, in te stellen op de commerciële jacht.

Lacunes
Maar de jacht op walvissen voor wetenschappelijke doeleinden werd echter niet verboden met de komst van het moratorium en daar maakten Japan en IJsland handig gebruik van. Noorwegen erkende het besluit van het IWC gewoonweg niet en bleef ook doorgaan met het slachten van de dieren. Sinds 1986 werden al meer dan 25.000 walvissen de dood ingejaagd ondanks het bestaan van het moratorium.

Campagne
De walvisvaart is nu nog vaak het onderwerp van een politiek debat.  Groot-Brittannië, Australië en Nieuw-Zeeland zijn hevige voorstanders van een totaal verbod. Daar tegenover staan Japan, Noorwegen en IJsland die nog steeds ijveren voor het opheffen van het moratorium. Japan heeft al die tijd al sterk campagne gevoerd in binnen- en buitenland. De walvisindustrie koopt om de haverklap advertentieruimte in kranten om het walvisvlees blijvend in de belangstelling de houden.

Eten Japanners walvisvlees?
De vraag mag echter gesteld worden of de Japanse bevolking wel vragende partij is om het vlees te nuttigen. Een enquête van de krant Asahi Shimbun in 2002 wees immers uit dat slechts 4 procent van de respondenten regelmatig walvisvlees at, 53 procent had het niet meer gegeten sinds de schooltijd en 33 procent had het nog nooit geproefd. De Japanse walvisvaart wil de bevolking terug zin doen krijgen in wavisvlees door de creatie van allerlei innovatieve producten. Walvisburgers en ijsjes van walvisvet moeten de jeugd overtuigen. De industrie sponsort eveneens het walvisvlees op Japanse scholen in de hoop dat de kleintjes weer vertrouwd geraken met deze zogezegde lekkernij.

Vlees van Dolfijnen
Walvisjagers viseren niet enkel de giganten van de zee, ook ontelbare kleinere zoogdieren zoals dofijnen zijn hun slachtoffer. Jaarlijks worden er duizenden gedood omdat ze niet beschermd worden door het moratorium van de IWC dat enkel voor walvissen geldt. Het zal niet verbazen dat Japan zich ook dit keer van zijn allerslechtste kant laat zien door elk jaar 20.000 dolfijnen de dood in te jagen. Bovendien worden consumenten vaak misleid doordat het vlees van dolfijnen in winkels het etiket 'walvisvlees' krijgt opgeplakt.

Toekomst
De Internationale Walvisvaartcommissie is eigenlijk een organisatie die helemaal niet is geëvolueerd. Toen het IWC werd opgericht in 1946 voldeed de organisatie aan de standaarden, waarden en de kennis van die tijd. Vandaag worden zowel de voorstanders als de tegenstanders geconfronteerd met een log instituut. Als de organisatie zou overgoten worden met een modern sausje, zou de walvisvaartcommissie al heel wat slagvaardiger uit de hoek kunnen komen. Strafmaatregelen tegen landen die de afspraken met de voeten treden, zouden eindelijk ingevoerd kunnen worden zoals dat ook het geval is met andere internationale akkoorden. De jacht op walvissen voor wetenschappelijke doeleinden zou door een ethisch panel kunnen gesuperviseerd worden en het vlees afkomstig van zulke vangst zou niet mogen verkocht worden. Bovendien zou het moratorium dan kunnen uitgebreid worden naar alle zeezoogdieren.

Wie wint het pleit?
Wetende dat wijzigingen aan de basisregels van het IWC enkel kunnen doorgevoerd worden na het bereiken van unanimiteit, dwingt ons tot het besef dat veranderingen ten goede niet snel te verwachten zijn. Japan en Noorwegen hebben trouwens de gewoonte om de armere landen die in de Walvisvaartcommissie zetelen om te kopen om zo meer stemmen te winnen voor de opheffing van het moratorium. De integriteit van het IWC wordt zo volledig ondermijnd. Hoe kan een organisatie die slecht functioneert, instaan voor de bescherming van walvissen en dolfijnen? De komende jaren zullen uitwijzen of de walvisvaarders dan wel de beschermers van de zeezoogdieren het pleit zullen winnen. De strijd is nog bijlange niet gestreden. (hlnsydney/kve)

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!