© afp.
Een nieuw steunprogramma voor Griekenland en de versterking van het Europese noodfonds. Dat zijn de twee grote knopen die de staatshoofden en regeringsleiders aanstaande woensdag in de ultieme onderhandelingsronde over de aanpak van de eurocrisis moeten ontwarren. Om de vuurkracht van het noodfonds uit te breiden, wordt onder meer gekeken naar de inbreng van Chinees geld.
Europees Raadsvoorzitter Herman Van Rompuy en Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso waren vanavond na afloop van het eerste luik van het crisisoverleg zowat de enigen die de pers tegemoet traden. Kwestie van de communicatie zo goed mogelijk te stroomlijnen. Hun boodschap: woensdag komt er vast en zeker een allesomvattend antwoord op de uitdijende schuldencrisis die de wereldeconomie dreigt mee te sleuren. Ook andere leiders betoonden eerder op de dag het volste vertrouwen in een goede afloop.
Van Rompuy somde de vijf pijlers van de aanpak nog eens op. De regeringen engageren zich nogmaals de doelstellingen over de inperking van het begrotingstekort en de uitvoering van structurele hervormingen te halen, het economisch bestuur van de eurozone wordt verder uitgediept, de banksector wordt geherkapitaliseerd, er komt een duurzame oplossing voor de Griekse schuldenlast en de vuurkracht van het Europese noodfonds wordt versterkt.
Tweede steunpakket volstaat niet
Vooral die laatste twee punten blijken harde noten om kraken. Uit het zaterdag gelekte rapport van de internationale inspecteurs blijkt dat het tweede steunpakket voor Griekenland niet zal volstaan. Dat pakket voorziet voor 109 miljard euro steun van het noodfonds en het Internationaal Monetair Fonds en daarbovenop slikten banken en andere private investeerders een verlies van 20 procent op Griekse obligaties.
De inspecteurs ramen dat Griekenland tot 2020 252 miljard en in het slechtste scenario 444 miljard euro zal nodig hebben. Momenteel lopen onderhandelingen met de private investeerders over het optrekken van hun bijdrage aan de verlichting van de Griekse schuldenlast. Er wordt gesproken over verliezen van 40 tot 60 procent, maar ook over de omkaderende afspraken zoals de 'debt buy back'-programma's. Ook die bepalen mee hoe de factuur er voor elk land zal uitzien. Verscheidene bronnen lieten het voorbije weekeinde verstaan dat ook de publieke overheden een extra inspanning zullen moeten doen.
Varianten
Een tweede hangijzer is de versterking van het Europees noodfonds. Op de onderhandelingstafel liggen nog een drietal pistes om de vuurkracht van het fonds via een hefboomeffect te verhogen tot een bedrag van 1.000 miljard euro of meer. In de eerste twee varianten (first loss insurance en special purpose vehicle) zou het fonds gedeeltelijke garanties verstrekken aan investeerders in staatspapier, in een derde scenario zou het IMF via een soort trustfund de vuurkracht van het fonds versterken.
Daarbij wordt onder meer een variant besproken waarbij geld van andere niet-Europese landen uitkomst zou kunnen bieden. Zo zouden landen die er financieel goed voorstaan, zoals China en Brazilië, geld steken in een apart potje bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Dit geld kan dan worden gebruikt om eurolanden die in de problemen zitten uit de nood te helpen. Bij het Europees noodfonds (EFSF) is het IMF betrokken.
Nog veel werk
Het voorstel van Frankrijk waarbij het fonds een beroep kan doen op de onbeperkte middelen van de Europese Centrale Bank is nog niet definitief van tafel, aldus Van Rompuy. Maar het lijkt er sterk op dat Frankrijk bakzeil heeft moeten halen. Met name Duitsland is fel tegenstander van deze optie. Van Rompuy sloot niet uit dat wordt geopteerd voor een combinatie van verscheidene pistes.
"Alle vijf elementen zijn met elkaar verbonden. Zowel technisch als politiek maken ze deel uit van één pakket. Er moet nog veel werk gebeuren", zo besloot Van Rompuy. (belga/sps)


