De huidige pandemie was er wellicht niet gekomen als een of andere laborant dertig jaar geleden omzichtiger met zijn proefbuisjes was omgesprongen, schrijft De Morgen. De AH1N1-virussen gingen immers niet meer rond onder mensen, tot er in 1977 weer een variant opdook die voor het laatst gezien was in 1950, wat het aannemelijk maakt dat die zich al die jaren in een diepvriesvak van een onderzoekslab had weggestoken.
Samenzweringsverhaal
The New England Journal of Medicine (NEJM) publiceert dat verhaal als achtergrond bij de huidige pandemie. Het verhaal begint in de stijl van het betere samenzweringsverhaal op een Amerikaanse legerbasis: Fort Dix in de staat New Jersey. In januari 1976 geraken daar 230 militairen besmet met een AH1N1-virus. Eén persoon overlijdt aan de ziekte. De besmetting gebeurde haast zeker van zwijn op mens. De uitbraak wordt met succes bestreden - het virus geraakt niet buiten de basis - maar het deed wel een alarmbelletje afgaan in de wetenschappelijke wereld.
Russische griep
AH1N1-virussen waren bij de mens bijna twintig jaar niet meer gezien. In de eerste helft van de twintigste eeuw waren die griepvarianten nochtans vertrouwde gezichten onder de microscoop.
Het jaar daarop, in 1977, sloeg een H1N1-virus echter op grotere schaal toe, in China, Hongkong en de Sovjet-Unie. De Russische griep, zoals ze genoemd werd, sloeg vooral toe bij kinderen en jongvolwassenen.
Per ongeluk
"Nauwgezet onderzoek van de genetische oorsprong van dat virus toonde dat het nauw verwant was met een virusstam uit 1950, maar verschillend van stammen uit 1947 en 1957", zo schrijven Shanta Zimmer en Donald Burke van de universiteit van Pittsburgh in NEJM. "Dat suggereert dat de uitbraak in 1977 te wijten is aan een virus dat sinds 1950 bewaard is. Waarschijnlijk is dat per ongeluk uit een laboratorium vrijgekomen." (belga/sps)



