© Thinkstock.
Al van op jonge leeftijd gaan jongens impulsiever om met wiskundeproblemen in de klas. Dat zorgt ervoor dat ze op lange termijn beter scoren dan meisjes. Zo blijkt althans uit een recente studie naar de sekseverschillen bij de wiskundeprestaties op school.
Het onderzoek beweert dat meisjes een tragere en accuratere aanpak verkiezen, waarbij ze hun antwoorden vooral bekomen door te tellen. Jongens daarentegen verkiezen een snellere, maar meer foutgevoelige aanpak, waarbij ze het antwoord vooral uit hun geheugen halen. Die verschillende aanpak draait in het voordeel van meisjes uit in de lagere school, maar vanaf de middelbare school scoren jongens beter in wiskunde.
Nauwkeurig
Het team van de Universiteit van Missouri volgde gedurende de 6 schooljaren van de lagere school zo'n 300 leerlingen. In de eerste twee jaren riepen de jongens veel meer antwoorden in de klas dan meisjes, maar hadden zij ook veel foute antwoorden.
Meisjes waren vaker juist, maar antwoordden minder vaak en deden dat ook trager. Tegen het einde van het zesde jaar losten de jongens nog steeds meer problemen op, maar waren ze ook vaker juist.
Vertrouwd
"We stelden vast dat jongens meer geneigd zijn om antwoorden te roepen, zelfs al zijn die in het begin niet juist of niet nauwkeurig", zegt onderzoeksleider Drew Bailey. "In de loop van de tijd zorgt het herinneren van antwoorden er echter voor dat jongens de meisjes niet alleen verslaan in snelheid, maar ook in nauwkeurigheid."
Op basis van deze gegevens formuleerden de wetenschappers ook een handige tip voor de ouders. "Ze kunnen ervoor zorgen dat hun kinderen voordeel hebben, door ze vertrouwd te maken met cijfers voor ze naar de lagere school gaan. Daardoor zullen ze minder schroom hebben om antwoorden te roepen in de klas", aldus co-auteur David Geary.




Door: