© Thinkstock.
Het aantal vrouwen dat overlijdt aan complicaties tijdens de bevalling of zwangerschap is in de afgelopen twintig jaar bijna gehalveerd. Dat klinkt goed, maar er is nog veel werk aan de winkel: elke 2 minuten sterft nog altijd een moeder in het kraambed, door ernstige bloedingen, infecties, hoge bloeddruk en onveilige abortussen. Dat blijkt uit cijfers uit van de Wereldgezondheidsorganisatie, het VN-Bevolkingsfonds, de Wereldbank en Unicef.
Moedersterfte is een probleem van de arme landen: 90 procent komt voor in de 132 ontwikkelingslanden. Eén derde is toe te schrijven aan twee landen: Nigeria en India. In 2010 telde India 56.000 gevallen (20 procent) en Nigeria 40.000 gevallen (14 procent).
Van de veertig landen met de hoogste moedersterfte, liggen er 36 in Afrika ten zuiden van de Sahara. Zoals: de Democratische Republiek Congo (15.000 doden), Pakistan (12.000), Soedan (10.000), Indonesië (9.600), Ethiopië (9.000), Tanzania (8.500), Bangladesh (7.200) en Afghanistan (6.400).
Vooruitgang is er wel geboekt: van meer dan 543.000 tot 287.000, een daling van 47 procent op 20 jaar tijd. Dat was zo in alle regio's, al is het niet voldoende: de millenniumdoelstelling (-75 procent in 2015) zal wellicht niet gehaald worden. Voor Afrikaanse landen hinken achterop.
Tien landen hebben het millenniumdoel wel bereikt:Wit-Rusland, Bhutan, Equatoriaal Guinea, Estland, Iran, Litouwen, de Malediven, Nepal, Roemenië en Vietnam.
Wat is er nodig om moedersterfte te verminderen?
- meer en betere opgeleide dokters en verpleegsters, die kunnen werken in hygiënische omstandigheden
- goedkope of gratis gezondheidszorg
- vrouwen toegang geven tot anticonceptie zodat ze controle krijgen over hun vruchtbaarheid
- abortus legaliseren, waardoor dit veiliger en in gecontroleerde en liefst gesteriliseerde omgevingen kan gebeuren
- opleiding van vrouwen in de gemeenschap zodat ze kraamzorg kunnen geven, in combinatie met het gebruik van 'safe delivery kits' voor thuisgeboorten




Door: