Emoties Vroeger had je gewoon 'niet sterk' in wiskunde, nu heb je wiskundeangst. Dit is geen inbeelding: de angst is écht en is zelfs zichtbaar in de hersenen. Dat hebben wetenschappers van de universiteit van Stanford uitgevist. Het slechte nieuws is dat dit een vicieuze cirkel op gang brengt.
Ze onderzochten 46 studenten met een gelijkaardig IQ en een lichte of zware vorm van 'wiskundeangst' (bepaald door een vragenlijst). Dit betekent dat ze zich gestresseerd en angstig voelden tijdens het oplossen van wiskundeoefeningen. De leerlingen kregen zowel geheugen- als wiskunde- en leestesten, als wiskundeproblemen terwijl hun hersenen gescand werden.
Daaruit bleek dat de kinderen met de grootste angst een grote activiteit vertonen in de amygdala (die angst controleert) en dat deel van de hippocampus dat gelinkt is met herinneringen.
Vicieuze cirkel
Het probleem is dat een toename in het hersengebied voor stress gepaard gaat met een afname in het gebied dat instaat voor probleemoplossingen en redeneren. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: uit schrik om de oplossing niet te vinden, kán je deze ook echt niet vinden, waardoor je extra gestresseerd raakt... en de oplossing nog verder weg blijkt.
Dat verklaart waarom de angstige kinderen ook trager en met meer fouten werkten aan de wiskundeproblemen.
Bewijs
"Onze studie is de eerste die neurologisch bewijs vindt van wiskundeangst. Dit kan gevolgen hebben voor de vroege opsporing en behandeling van dit probleem", maken de onderzoekers zich sterk. Het bewijst in elk geval dat het een echt effect heeft, en dat het niet zomaar een afkeer is van wiskunde.
Wat is het begin
Maar de vraag blijft wel: hoe ontstaat het? Is de wiskunde de kip of het ei? Wat was er eerst: het worstelen met de rekensommen of de angst ervoor? Dat kan dit onderzoek niet uitmaken, en het gezond verstand lijkt te zeggen dat kinderen die moeilijkheden hebben met wiskunde eerder deze wiskundeangst zullen ervaren dan andere kinderen.




Door: