Peuters met een taalachterstand lopen tijdens hun verdere kindertijd niet meer kans op emotionele en/of gedragsmoeilijkheden dan wie een normale taalontwikkeling heeft, zo blijkt uit een Australische studie.
Het is wel belangrijk dat de ouders in het oog houden of het kind zich op andere vlakken normaal ontwikkelt. Tussen de zeven en 18 procent van de tweejarigen kampt met een taalachterstand. Deze peuters vertonen vaak meer psychologische problemen en zijn bijvoorbeeld vaker verlegen, verdrietig of passief. Maar tegen dat ze vijf jaar oud zijn, hebben ze hun leeftijdgenootjes meestal ingehaald en vertonen ze geen problematisch gedrag meer. Dit duikt ook later niet meer opnieuw op, aldus de onderzoekers die de kinderen volgden tot in hun puberteit.
Frustratie
De psychologische problemen van deze jonge kinderen komen volgens de wetenschappers dan ook waarschijnlijk voort uit de frustratie van het kind over het feit dat het de dingen niet gezegd krijgt, niet omdat er iets mis zou zijn met de hersenen.
Primeur
De studie, onder leiding van Andrew Whitehouse van de Universiteit of West-Australiƫ in Perth, is de eerste die effectief nagaat of de taalachterstand bij peuters ook in de puberteit nog gevolgen heeft. Ze baseert zich op de gegevens van meer dan 1.400 peuters van wie de ouders om de paar jaar een vragenlijst invulden over het taalgebruik en het gedrag van hun kind. (belga/ep)



