Zo'n 6 tot 12 procent van de zevenjarigen krijgt overdag te maken met een nat broekje. Meisjes hebben er dubbel zoveel last van als jongens. Naast ernstige sociale schade kan dit ook tot mogelijke nierschade leiden.
Kinderarts An Bael van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) onderzocht het fenomeen en kwam tot de conclusie dat standaardtherapie met uitleg en hereducatie volstaat bij de helft van de kinderen.
Taboe
"Het taboe dat op dagincontinentie rust, is veel groter dan het taboe op bedplassen", zegt kinderarts An Bael van het UZA. Zij verdedigt vandaag haar doctoraat aan de Universiteit Antwerpen over het onderwerp. "De omgeving wijst vaak met een beschuldigende vinger naar het kind en de ouders. Er wordt dan ook opvallend weinig en laat hulp gezocht."
Overactieve blaas
Dagincontinentie bij kinderen doet zich vaak voor wanneer de blaas overactief is of wanneer er sprake is van fout gebruik van de bekkenbodem met opspannen van die bekkenbodem tijdens het plassen. Voor kinderen zijn natte broekjes overdag niet alleen erg vervelend, ook op medisch vlak is er een risico verbonden aan dagincontinentie. Zo is er een risico op nierschade. Bovendien blijken incontinentieproblemen op volwassen leeftijd vaak gelinkt met incontinentie tijdens de kindertijd.
Therapie
Er bestaan meerdere therapiemogelijkheden om dagincontinentie te verhelpen. An Bael kwam echter tot de conclusie dat uitleg en hereducatie het meest succesvol zijn in de strijd tegen de natte broekjes. "Medicatie, blaastraining en bekkenbodemtraining leveren geen betere resultaten op", aldus Bael.
Opleiding
Daarnaast pleit de kinderarts ervoor om werk te maken van een opleiding voor incontinentietherapeuten. Zij zouden de standaardbehandeling van incontinentie bij kinderen verbeteren én goedkoper maken. In Nederland en Duitsland zijn ze al ver gevorderd met de opleiding van zo'n therapeuten. Ons land zou er beter ook werk van maken, besluit Bael. (belga/ep)



