Water, speelruimte, vuile kleren en vriendjes: de allerleukste vakanties met kinderen zijn bijna altijd een variatie op dat thema. Voor hen is het eenvoudig, voor de ouders een stuk minder. Als hulp bij het vakantieplannen maken: een lijst van elf dingen om aan te denken voordat je vertrekt.
Tien uur lang wiegeliedjes zingen met een troosteloze baby achter in de auto. In Istanboel op zoek naar je zoon van twaalf, die ergens in de soeks verdwenen is. Tijdens een tocht door de Oostenrijkse bergen vaststellen dat de knuffel van je vijfjarige dochter bij de picknickplaats (één uur daarvoor) is blijven liggen. Spanning, uitdaging, improvisatie: wie het avontuur tegemoet wil, zit tijdens een vakantie met kinderen altijd goed. Kinderen brengen je naar plekken die nergens beschreven zijn, wijzen je op details die nog niemand had ontdekt. Of de reis een succes wordt, hangt dan ook niet noodzakelijk van jou af of van de bestemming, maar van al die dingen die niet in je reisgids staan, zoals: dat superleuke vriendje in het hotel, een nest vogels net boven je bungalow, een paar ontwortelde bomen die zulke leuke klauterpartijen mogelijk maken. Toch zijn er een paar gouden vuistregels.
1. Het is in de eerste plaats vakantie
Lisa, mama van Laura (4): 'We hebben onze dochter van jongs af aan overal mee naar toe genomen: naar vrienden in New York, op vakantie in Thailand. Mijn ouders verklaarden ons voor gek, maar wij reizen dolgraag en voor Laura is het geen punt: ze slaapt als een roos, ze is overal thuis. 'Mama, ik wil nog eens naar ons huisje in Amerika', zei ze onlangs.'
Eerlijk is eerlijk: ouders reizen in de eerste plaats omdat ze daar zelf aan toe zijn. Zij willen wel eens weg uit de drukte, terwijl het vooral jonge kinderen totaal niks uitmaakt of ze nu op reis gaan en waarheen: de essentie is voor hen dat de sfeer er een beetje in zit en dat ze elke dag iets te ontdekken hebben, of dat nu een nest mieren of een piramide is. Met andere woorden: als je een bestemming kiest, zorg dan dat je er allemaal iets aan hebt. Ga niet kamperen als je misselijk wordt bij de gedachte aan iglotentjes en een ochtendwandeling naar de douches, door het nog natte gras, maar trek evenmin naar een hotel waar je kinderen op kousenvoeten door de gangen moeten sluipen. Een onderzoek van de Britse psychiater Graham Lucas toonde trouwens aan dat geen vakantie nemen erg stresserend is, maar dat een vakantie die helemaal niet bij je past nóg meer stress teweegbrengt.
2. Durf eens in herhaling te vallen
'Het gekke is dat kinderen steeds meer bepalen waar de reis naar toe gaat', zegt Theo Meyvis van Intersoc, dat al vijftig jaar gezinsvakanties organiseert. 'Ze hebben het jaar tevoren vriendschap gesloten met andere kinderen, en spreken dan af om terug te komen in dezelfde periode.'
Elk jaar naar dezelfde bestemming? Misschien gruw je bij het idee, maar het kan z'n voordelen hebben: je kinderen kennen de weg, jij weet waar je aan toe bent, en wat er mee moet. Sowieso is een vakantie niet het moment voor veel experimenten: ga niet twee weken op fietsvakantie als je met je kleuter nooit verder geraakt bent dan de bakker. Zet een tentje vooraf op in de tuin. Laat de kinderen eens oefenen met hun rugzakken. En stuur iedereen nog eens naar de tandarts.
3. Laat je baby wennen aan het idee
Waarheen? Op welke manier? Reizen met de allerkleinsten is een kwestie van mogelijkheden aftasten en langzaam opbouwen. Is je baby prikkelbaar? Slaapt je kind moeilijk in een vreemd bed? Wordt het snel wagenziek? Heeft het last van andere voeding? Dat valt allemaal in overweging te nemen.
Rustige (!) baby's zijn vaak zalige reizigers. Ze mogen gratis of tegen fikse korting op het vliegtuig en op hotel, door een lange reis slapen ze nog makkelijk heen, en ze merken amper dat ze tijdelijk verhuizen. Wel belangrijk: kies een bestemming met een mild klimaat, want baby is extra gevoelig voor zon, kou en hitte. Kijk ook uit voor voedselvergiftiging. Check bij grote hoogteverschillen even bij je arts of je kind dat aankan. Meestal wordt aangeraden met kinderen tot één jaar niet boven de 1.800 meter te gaan. Baby's kunnen niet tegen alle tropische ziektes goed worden ingeënt, malariagebieden zijn sowieso te mijden. Meer info vind je bij je huisarts of bij het Tropisch Instituut. Ook een fietsreis zit er uiteraard niet in zolang je kind niet stevig rechtop kan zitten.
Met kinderen tussen één en twee jaar kan reizen lastiger worden: ze zijn juist wél gehecht aan hun bed, bepaalde smaken en geuren. Ze vervelen zich snel, maar kunnen zich nog niet goed alleen bezighouden. Op het vliegtuig hebben ze nog geen eigen stoeltje, maar wegen ze al behoorlijk door. Enkele tips: kies bij een vliegreis een bestemming op maximaal vier of vijf vlieguren, dan ben je al snel acht uur onderweg. Neem altijd wat vertrouwde knuffels, koekjes, opvolgmelk en/of babyvoeding mee, waar je kind zich even getroost mee weet. Probeer met een onrustige peuter niet te vaak van lokatie te veranderen.
Drieplussers kunnen zich al iets beter bezighouden als er een poosje gewacht moet worden aan balies, op luchthavens, bij de bushalte. 'Nadeel' is dan weer dat ze steeds actiever willen deelnemen: urenlang in de buggy of achter op de fiets zit er vaak niet meer in. Op drukke plaatsen bevestig je het best op een of andere manier ook een naam, gsm-nummer en/of logeeradres op je miniavonturier. Check vooraf de veiligheid van de speeltuin, het zwembad, afsluitingen. Loop samen het terrein af, probeer kleuters al zoveel mogelijk op herkenningspunten te wijzen.
4. Compromissen sluiten is de kunst
Lies, mama van Jonas (6) en Pieter (8): 'De kinderen wilden niets liever dan de hele dag bij een zwembad blijven, maar zelf heb ik een hekel aan zwemmen. We hebben met z'n drieën een vakantie in Turkije uitgezocht, en we spraken af dat we 's voormiddags een stad of een interessante site zouden bezoeken, en dat er 's namiddags geluierd en gezwommen mocht worden.'
Kinderen op de lagere school hebben vaak al een eigen agenda en kunnen een stuk meer verantwoordelijkheid aan. Kan een vakantie aan een groot zwembad of een druk strand met een peuter nog een nachtmerrie zijn, dan wordt het nu wellicht genieten voor het hele gezin. Betrek kinderen zoveel mogelijk bij de hele vakantie. Enkele weken vooraf kan de voorpret beginnen, door te kijken op de kaart, in brochures, samen woordjes uit de vreemde taal te blokken... Geef ze ter plaatse een kompas, verrekijker, boeken over de streek, al wat hun nieuwsgierigheid kan aanwakkeren. Langere wandelingen kunnen al, maar ga niet tot het uiterste. Onderneem geen gevaarlijke klauterpartijen, en hou er rekening mee dat kinderen niet alleen minder spierkracht, maar ook minder voedsel- en vochtreserves dan volwassenen hebben.
5. Waar zullen we slapen?
'De leukste vakantieomgeving voor kinderen is een camping, want daar is het veilig, ze zijn er vrij, de hele dag buiten en ze komen altijd andere kinderen tegen', zegt Birgit Vissers bij Eurocamp, gespecialiseerd in kampeervakanties met kinderen. 'Voorwaarde is wel dat die camping kindvriendelijk genoeg is, en een degelijke accommodatie heeft. Voor gezinnen met kinderen is de vakantie vaak de gebeurtenis van het jaar, en die mag niet mislukken door dat soort tegenvallers.'
Kamperen kan - zelfs met baby's - fantastisch meevallen, gesteld dat je niet tegen enige improvisatie opziet en baby niet al te prikkelbaar is. Kies eventueel voor een kant-en-klare camping met opgestelde bungalowtenten en caravans, waar weliswaar een stukje avontuur wegvalt, maar er allerlei extra's mogelijk zijn. Eurocamp biedt bijvoorbeeld hekjes bij de stacaravans, babybedjes met muskietennet, sluitbare keukenkastjes, terwijl buggy's, badjes en dergelijke te huur zijn. Bovendien organiseren ze activiteiten met eigen begeleiders, op maat van de verschillende leeftijdsgroepen - wat vooral iets grotere kinderen vaak fantastisch vinden.
Met een baby is een appartement of huisje wellicht de makkelijkste keuze, vooral als een aantal toestellen al aanwezig zijn (kinderbed, babyfoon, kinderstoel, badje). Hoe groter de kinderen, hoe meer behoefte aan vriendjes. Probeer voor hen een huisje te vinden op een plek waar ze leeftijdgenootjes kunnen ontmoeten, of huur een vakantiewoning met bevriende kroostrijke koppels.
Een trend waar je bedenkingen bij kunt hebben, is de opsplitsing die veel touroperators en hotelketens maken tussen hotels waar kinderen welkom zijn en de andere waar ze dat níet zijn. Het voordeel is dan weer dat je makkelijker een verblijf vindt dat echt op kinderen is afgestemd. Vraag in ieder geval vooraf hoe kindvriendelijk het hotel precies is.
Nathalie Vandermeersch bij Thomas Cook: 'Als we een hotel of een vakantiewoning kindvriendelijk noemen, dan bedoelen we dat zowel de kamers als het hotel of domein op kinderen afgestemd zijn. Het gaat bijvoorbeeld over beveiligde stopcontacten, afgeronde tafelhoeken en een aparte kamer met speelgoed in de vakantiewoning, animatie voor de kinderen met een kinderclub of babysitdienst, aangepaste maaltijden en speelhoekjes in de restaurants, en verkeersvrije parken, veilige speeltuinen, een apart kinderbadje op het domein. Voor vakanties aan de kust zorgen we voor een ligging vlak bij het strand of de zee.'
Tip: Wie nog op zoek is naar een kindvriendelijk adres of bestemming, bladert best onze Toerismepocket van deze maand eens door!
6. Belgische kust of Borneo?
'Een van onze toppers voor gezinnen is een vakantie in Oudenaarde', zegt Chris Chrispyn van vzw Vakantiegenoegens, dat onder meer kampeervakanties in binnen- en buitenland aanbiedt. 'We organiseren dan uitstapjes waar iedereen wat aan heeft: eens naar de brandweer, brouwerij Roman, het Gravensteen in Gent, de kathedraal... Het hoeft niet ver te zijn, als de activiteiten maar aantrekkelijk zijn.'
Dat dicht bij huis nog altijd hoog scoort, blijkt uit het succes van de Belgische kust en de Ardennen, naast de eeuwige toppers Frankrijk, Spanje en Nederland. Uit recente Nederlandse cijfers blijkt echter dat ouders steeds verdere reizen maken met hun kinderen: naar makkelijk te bereizen landen als Mauritius en Australië, maar ook naar minder evidente bestemmingen: Thailand, Borneo... Op zich kan het allemaal perfect, zolang het voor de kinderen leefbaar blijft. Maak het programma niet te zwaar. Denk tijdig aan de nodige vaccinaties. Bescherm kinderen zeker tegen muggen. Geef ze tijdens een lange vlucht voldoende te drinken. Bedenk ook dat ze in die reisformule minder kans hebben om met vriendjes te spelen. De kinderen zullen hoe dan ook meer op jou aangewezen zijn, maar je maakt ze wel een fantastische ervaring rijker.
7. Denk aan de vakantiebasis
Zon, water, ruimte, vriendjes én goedgezinde ouders: dat zijn de vakantiebasics waar bijna alle kinderen dol op zijn. Voor baby's heb je verder behoefte aan schaduwrijke plekjes, een winkel met basisbenodigdheden in de buurt en rust, rust, rust. Voor peuters moeten de toestellen en het kinderzwembadje veilig zijn, een strand mag niet te veraf liggen en moet zacht aflopen. Voor grotere kinderen zijn sportactiviteiten en een zwembad met wat meer toeters en bellen fantastisch. Maar ook een bezoek aan een museum of een lokale kaasboer kunnen perfect, als de kinderen zich maar betrokken voelen. Theo Meyvis van Intersoc: 'Cultuur en avontuur zijn twee grote woorden, maar we proberen ze wel mee te geven door een bezoek aan een kaas- of wijnboer, een hindernissenparcours, dammen bouwen... Het echte sportieve presteren is er in onze maatschappij toch een beetje uit. Het accent ligt veel meer op 'fun', dus laten we de kinderen ook niet meer dag in dag uit sjokken met een rugzak. Veel kinderen vinden het systeem van kinderclubs ook zalig omdat dat ze niet de hele tijd bij hun ouders moeten blijven. Spelen met leeftijdgenootjes vinden ze doorgaans toch leuker, en vaak zien we dan ook dat ouders echt een beetje moeten sleuren om hun kinderen nog eens mee te krijgen.' Birgit Vissers bij Eurocamp: 'Voor kinderen is waterpret erg belangrijk. Vandaar dat we ervoor zorgen dat er altijd zee, een meer of een riviertje in de buurt is. En alle campings hebben een zwembad.'
8. Bezoek de papierberg
Spontaniteit op vakantie is geweldig, maar niet als je op de luchthaven ontdekt dat de vliegtuigtickets nog thuis op tafel liggen. Check ruim op voorhand welke inentingen je nodig hebt, en welke papieren. Kinderen jonger dan twaalf hebben nog geen identiteitskaart, maar je kunt bij je gemeente een bewijs van identiteit met een pasfoto aanvragen, dat in veel Europese landen geldig is. Kinderen (ook baby's) hebben een eigen paspoort nodig voor landen waarvoor jij er ook één nodig hebt. Uitkijken: ze hebben zo'n paspoort ook soms nodig voor landen waar je als ouder aan een identiteitskaart genoeg hebt. Informeer vooraf bij de gemeente of de ambassade van het land dat je bezoekt. Ouders die zonder hun partner reizen, of met kinderen van anderen onder hun hoede, krijgen weleens de raad dat ze dan een getikte verklaring nodig hebben van de niet meereizende ouders, de 'ouderlijke toestemming', die door de gemeente afgestempeld moet worden (en bij voorkeur ook nog eens door Buitenlandse Zaken, de ambassade van het land van bestemming, en het ministerie van Buitenlandse Zaken daar). Een complexe onderneming, die - zo verzekeren ze ons bij Buitenlandse Zaken - écht niet nodig is: een identiteitskaart of paspoort kan volstaan als impliciet bewijs dat ouders met de reis instemmen. Als er (heel uitzonderlijk) wél twijfels rijzen, dan wordt zo'n verklaring overigens zelden aanvaard als een bewijsstuk: er bestaan immers geen nationale of internationaal erkende procedures om de ouderlijke toestemming in een document vast te leggen.
9. Is alles mee?
Laura, mama van Pim (5): 'Ik heb onze zoon ooit vier uur met een vuile luier op m'n schoot gehouden op het vliegtuig. Ik was de luiertas vergeten, en blijkbaar was er ook helemaal niets voorradig aan boord. Ik schaamde me dood.'
Tegen de stress van het inpakken kunnen alleen lijstjes helpen. En stuur de kinderen desnoods een middagje naar oma om in alle rust een en ander te checken. Grotere kinderen kun je al zelf laten pakken, eventueel ook in een apart koffertje, zodat ze bijvoorbeeld hun speelgoed kunnen selecteren. Leg (afhankelijk van de bestemming) een EHBO-doosje aan met zaken als: pleisters, ontsmettingsmiddel, koortsthermometer, medicatie tegen diarree, koorts, pijn (Paracetamol), ORS-poeder tegen uitdroging, Loperamide (Imodium, niet onder 6 jaar!), reisziekte, muggenmelk en zalf voor insectenbeten, zonneolie en aftersun, zinkzalf. Fijne dingen voor regendagen zijn gezelschapsspelletjes, schriftjes, een verrassingsknuffel... en laarzen, natuurlijk. Verpak apart de benodigdheden voor onderweg: veel drinken, boekjes, iets tegen reisziekte, raad- en zoekspelletjes, en voor de baby zowat alles wat je in 24 uur tijd nodig hebt. Dat bespaart je meteen heel wat stress bij het uitpakken.
10. Geef je kind ruimte én geborgenheid
Dat Liesje van 5 niet alleen naar het zwembad mag, spreekt vanzelf, maar mag Wouter van 8 alleen naar de speeltuin? En mag Veerle van 14 een middagje shoppen in het stadje verderop? 'Acht jaar is toch echt wel jong, zeker als er geen oudere vriendjes, broers of zussen bij zijn', zegt Wim Beyers, adolescentiepsycholoog en onderzoeker aan de KULeuven, waar hij onder meer de autonomie bij tieners bestudeert. 'Kinderen willen wel dingen ontdekken, maar ze willen zich vooral ook veilig en geborgen weten. Op vakantie bevinden ze zich sowieso al op onbekend terrein: het kan niet de bedoeling zijn dat je ze dan in een compleet nieuwe situatie alleen achterlaat. Je kunt wel samen een aantal keren naar de speeltuin trekken, eventueel kennismaken met wat mensen daar, bespreken met je kind wat het zou doen als het bijvoorbeeld van de schommel valt. Als het inziet hoe het zich uit een moeilijke situatie kan redden, kan je het meer vrijheid geven, maar het blijft belangrijk dat je als ouder bereikbaar bent. Rond die leeftijd idealiseren kinderen hun ouders sterk: zij weten álles, en bij hen kunnen ze terecht voor elk emotioneel of praktisch probleem. Die terugvalkans moet je je kind ook bieden.'
Als kinderen vanaf een jaar of tien inzien dat hun ouders toch niet zo onfeilbaar zijn, zullen ze zich steeds meer loswrikken en kan er, ook op vakantie, gediscussieerd worden over vrijheid: welke afspraken kunnen er gemaakt worden, welke activiteiten wil je met het hele gezin, en wat kunnen de kinderen alleen ondernemen? Wim Beyers: 'Ik heb voor mijn onderzoek gedurende vier jaar een doorsneegroep jongeren gevolgd en dan zie je dat ze tussen twaalf en zestien allemaal van hun ouders loskomen. Belangrijk is wel dat dit in een veilige context gebeurt, ook op reis. Het gevoel dat hun ouders weten waar ze mee bezig zijn, met wie ze optrekken, is voor het zelfvertrouwen van kinderen belangrijk. Dat betekent niet dat je constant moet controleren waar ze uithangen, wel dat je open moet staan voor hun verhalen. Het is nooit zomaar loslaten: dat is ook niet de taak van de ouders, kinderen wringen zich vroeg of laat zelf wel los.'
Ten slotte: al kan een gezinsvakantie ruimte bieden om meer tijd samen door te brengen en bij te praten, het is in geen geval de bedoeling dat het een oefening in opvoeden en loslaten wordt. 'Ik denk dat je er op een gezamenlijke reis toch vooral moet zijn voor je kinderen. Als je je kind per se autonomie wilt bijbrengen, kan je het beter met de jeugdbeweging op kamp laten gaan, waar het met goeie begeleiding, met z'n vriendjes en met de toestemming van z'n ouders een stuk zelfstandigheid kan beleven.'
11. Reizen begint onder de leeslamp
'Grote reizen met kleine kinderen', F. Goudswaard (Kosmos-Z&K): inspiratie en tips voor wie verder en langer op reis wil.
'Het groter groeien vakantieboek', Marjon Labordus (Sanoma): een praktisch handboek boordevol ideeën voor kinderen van 0 tot 12, met vooral veel aandacht voor de allerkleinsten.
'Vakantiespelletjes', Nicolette van der Poll (Het Spectrum): een klassieker vol leuke reis- en strandspelletjes, knutseltips...
'Frankrijk', Pauline Michgelsen (Querido): een echte reisgids op maat van de kinderen, met weetjes en verhalen over eten en drinken, het dagelijks leven, de natuur, Parijs... Aanrader!
Door Kaat Schaubroeck
(Goed Gevoel, mei 2003)



