Pleegouders hebben het niet makkelijk. Ze zorgen voor en houden van hun pleegkind alsof het hun eigen vlees en bloed is, maar vroeg of laat komt het moment dat ze afscheid moeten nemen. Drie pleegmoeders vertellen over hun vaak intense ervaringen.
Annemie (37)
'Elke stap vooruit die je pleegkind zet, is een reden om te feesten'
'Van die twaalf bijzondere weekends per jaar dat we Tim kunnen zien, maken we het allerbeste'
'Waarom ik ooit pleegmoeder wilde worden? Niet omdat ik als gescheiden vrouw met twee nog vrij jonge kinderen opeens nog een kind wilde. Wellicht wilde ik graag pleegmoeder worden omdat pleegzorg mij al jarenlang interesseerde en omdat ik er altijd van overtuigd was dat mijn hart groot genoeg was om ook voor kinderen van een ander te kunnen zorgen. Ik heb me grondig geïnformeerd en begreep heel goed waar het wel en niet om ging. Het was dus ook niet zo dat ze zomaar het eerstvolgende ongelukkige kind dat zich op de pleeggezinnendienst aandiende, bij ons zouden plaatsen. De zogenaamde matching - welk kind plaatsen we waar? - is echt geen overbodige luxe als je de toch al beschadigde kinderen zoveel mogelijk extra druk en emotie wilt besparen. Nadat ik de knoop had doorgehakt, was het wachten geblazen. Ik kan je verzekeren: een slopend gebeuren, gelukkig leidde mijn drukke leven me een beetje af.'
'Op een avond kwam het telefoontje. Plotseling had het langverwachte pleegkind een naam, een leeftijd, een geslacht. We werden gevraagd als pleeggezin te fungeren voor Tim, een jongetje van drie, dat sinds zijn geboorte bijna voortdurend in een tehuis had gezeten. Er volgden enkele drukke weken met als hoogtepunten de kennismakingsbezoeken die ik samen met mijn kinderen Bart en Noor aan het tehuis bracht. Bij onze komst stormde Tim telkens op ons af, en algauw huilde hij hartverscheurend bij ons vertrek.'
'Het moeilijkste waren de contacten met mama Chantal. Als moeder besef ik hoe afschuwelijk het moet zijn onder ogen te zien dat andere mensen de belangrijkste zorg voor je kind van je overnemen. Uiteraard had ik haar kind niet afgepakt, zoals zij in de eerste weken woest naar mijn hoofd slingerde, maar het waren toch 'hogere machten' die hadden beslist dat ze een slechte moeder was en dat haar zoontje naar een pleeggezin moest. Pleegzorgen doe je nooit alleen over dat kindje met dat rugzakje vol ervaringen, maar eigenlijk ook over zijn of haar ouders.'
'Door de onmogelijke relatie met zijn moeder is het bij de plaatsing van Tim in ons gezin volledig misgegaan, en ik schaam me niet om toe te geven dat het hoofdstuk Tim voor mij persoonlijk het grootste drama is dat me tot nog toe is overkomen. Tim werd opnieuw in een tehuis geplaatst, en het contact met zijn moeder werd sterk gereduceerd. Na een lange strijd met de jeugdrechtbank mochten we hem eerst één keer om de twee maanden zien en sinds kort zijn de contacten weer uitgebreid naar een weekend per maand. Ondanks alles sta ik nog steeds voor honderd procent achter pleegzorg, maar het systeem voldoet niet altijd. Zo zou ook de stem van de pleegouder moeten worden gehoord op de jeugdrechtbank. Ik heb een boek over mijn ervaringen met Tim geschreven om duidelijk te maken wat er aan het systeem schort, maar ik ben blij dat ik daarna ook een praktisch boek over pleegzorg kon maken.'
'Behalve Tim heeft ons gezin ook kortere tijd andere probleemkinderen opgevangen, soms heel complexe gevallen, en dat waren stuk voor stuk rijke ervaringen. Ik ken heel veel gelukkige pleeggezinnen en -kinderen met compleet andere ervaringen dan die van Tim en mij. Pleegzorg kan soms moeilijk zijn, maar is ook ontzettend verrijkend. Elke stap vooruit die je pleegkind zet, is een reden om te feesten.'
Frederica (45)
'Als ik de Lotto win, koop ik een groot huis en omring ik minstens tien kinderen met de beste zorgen'
'Stoppen met pleegzorg? Ik mag er niet aan denken'
'Ik maakte kennis met pleegzorg lang voor ik zelf moeder werd. Twee meisjes op wie ik regelmatig ging babysitten, verbleven door zware problemen thuis steeds vaker bij mij. Op een bepaald moment had ik die twee zusjes van vier en zes jaar eigenlijk permanent in huis. Via via was dat een dienst voor pleegzorg ter ore gekomen, dus op een bepaald moment werd ik gecontacteerd. Of ik wel wist dat ik financiële hulp kon krijgen voor wat ik deed? De meisjes zijn twee jaar bij mij gebleven, en ik had de smaak van het pleegmoederschap te pakken.'
'Ruim twee jaar geleden viel mijn oog op een kleine advertentie in 'De Bond': er werd een pleeggezin gezocht voor een meisje van negen jaar. Dat meisje was Luna en ze woont nu al twee jaar bij ons. Het is niet te geloven hoe bij deze plaatsing alle puzzelstukjes meteen op hun plaats vielen. Dat heeft vooral te maken met de aanpak van Oppzet, een fantastisch pleegzorgproject voor orthopedagogische pleegzorg en training. Kinderen en jongeren die in een instelling verblijven vanwege gedragsproblemen en extra zware omstandigheden thuis, krijgen zo de kans bij een pleeggezin te wonen. Omdat het gaat om zwaardere gevallen, wordt van de pleegouders meer gevraagd. Daar staat tegenover dat je een heel intensieve begeleiding krijgt, een geweldige ondersteuning en een grotere onkostenvergoeding.'
'Ongeveer een halfjaar geleden gaf de oudere broer van Luna aan dat hij ook heel graag bij ons wilde wonen. Dimitri voelde aan dat het goed ging met zijn zus en wilde dezelfde thuis. Ook Luna wilde niets liever dan haar broer dicht bij zich. Dimitri woont hier nu alleen tijdens de weekends. In de praktijk is dat soms wel moeilijk. Mijn hart doet verschrikkelijk zeer als ik bedenk hoe hij elke maandagochtend met zijn koffer op de bus naar het internaat stapt. Maar het is een gouden regel die ik alle - zeker beginnende -pleegouders wil geven: bepaal je grenzen en hou je eraan! In ons gezin draait alles volgens een vast patroon. Ik voed de kinderen heel zelfstandig op. Ik werk en ben 's ochtends al lang vertrokken ben tegen de tijd dat zij moeten opstaan. Ze leren dat snel, hoor!'
'Luna en Dimitri gaan één zondagmiddag per maand naar hun moeder, die heel belangrijk blijft voor hen, al zijn er thuis dingen gebeurd die hen getekend hebben. Op haar manier ziet ze haar kinderen heel graag, maar soms zegt ze erge dingen. Dat ze een huis gaat kopen en dat de kinderen dan weer bij haar mogen wonen, bijvoorbeeld. Beloftes die ze niet kan waarmaken. Voor de kinderen is het allerbelangrijkste dat hun twee mama's geen ruzie maken. Ik merk duidelijk dat ze gerust zijn, zolang er vrede is tussen hun moeder en mij.'
'Luna is een zelfstandig meisje met een bijzonder karakter. Ze is nog maar net elf, maar weet nu al dat ze op school de richting Personenzorg wil gaan volgen. Haar zie ik later nog wel pleegmoeder worden. Dat zou mooi zijn, een ex-pleegkind als pleegouder. Als ik de Lotto won, zou ik geen seconde twijfelen: ik kocht een groot huis waar ik een stuk of tien kinderen met de beste zorgen zou omringen. We zijn laatst met z'n allen een weekje naar Cyprus geweest, wat Dimitri deed besluiten dat wij eigenlijk heel rijk zijn. Natuurlijk heeft hij gelijk!'
Annemie (52)
'Ik wist intuïtief dat het opvangen van minderjarige asielzoekers iets voor mij was'
'Ik ben geen vervangmoeder voor Safira en Aminata, maar een
mentor of coach'
'Toen ik hoorde dat het opvangen van ama's - alleenstaande minderjarige asielzoekers - een officieel geregelde vorm van pleegzorg is, wist ik intuïtief: dit is iets voor mij. De pleegopvang van jonge kinderen zie ik niet zitten, al is het alleen al maar omdat ze nog zoveel zorg vragen, en ik overdag ga werken. Adolescenten schrikken me niet af. Ik heb de puberteit van mijn eigen kinderen meegemaakt, dus ik weet hoe pubers reageren.'
'Op een bepaald moment gaf ik me op als kandidaat voor de opvang van twee of drie jonge asielzoekers. Jongens uit Afghanistan, bijvoorbeeld. Het werden meisjes uit Kongo. Mijn twee eigen kinderen waren inmiddels de deur uit, hier in huis was dus plaats genoeg. Het was voor mij van bij het begin duidelijk dat ik in elk geval meer dan één jongere zou opvangen. Zo hebben ze ook steun aan elkaar.'
'De opvang van twee zusjes, Safira (15) en Aminata (17), zag ik zeker zitten, ook al was het met Anna, een eerste meisje, mislukt. Daardoor was ik wel wat gespannen. Als ik er nu op terugkijk, weet ik dat ik de meisjes wellicht veel te dicht op de huid zat. In het begin is het echt wel moeilijk. Je wil ze op hun gemak stellen, maar dat is natuurlijk niet eenvoudig. Intussen geef ik hen veel meer ademruimte. Wse gaan op een rustigere, meer natuurlijke manier met elkaar om.'
'Safira en Aminata zijn bijzonder moedige meisjes en ik heb erg veel respect voor hen. Ze willen vooruit, ondanks de ellende die ze hebben meegemaakt. Aminata heeft het soms wel zwaar. Ze voelt zich als oudste overal verantwoordelijk voor. Onlangs is ze toch op vakantiekamp geweest zonder haar zusje. Ze vertrok met gemengde gevoelens, maar ik vond het heel belangrijk dat ze zelf ook eens een weekje jong kon zijn. Ik was heel blij toen ik zag dat die week haar echt deugd had gedaan.'
'Het is niet zo dat de meisjes een soort leegte opvullen, want ik was perfect gelukkig met mijn leven zoals het was. In het begin moest ik er wel heel erg aan wennen om opnieuw altijd leven in huis te hebben. Het thuiskomen na mijn werk is helemaal anders. In het begin dacht ik elke keer: 'Oei, er zit iemand in mijn huis.' Eerlijk gezegd vind ik dat ook nu nog het moeilijkste, dat ik een stuk van mijn eigen terrein en vrijheid kwijt ben.'
'Ik ben absoluut geen moeder voor de zusjes, zelfs geen vervangmoeder. Deze vorm van pleegzorg is volgens mij vooral gericht op begeleiding. Ik ben voor Aminata en Safira meer een soort coach of mentor, denk ik. Aan de ene kant zijn zij misschien wel heel zelfstandig omdat ze dingen hebben meegemaakt en overleefd die voor hun leeftijd ongebruikelijk zijn, maar aan de andere kant is het wat mij betreft redelijk gevaarlijk om hen alleen te laten wonen. Ze komen uit een totaal andere wereld en hebben ontzettend veel te leren.'
'Safira en Aminata moeten wel heel veel missen, en ik vind het soms heel moeilijk dat ik daar niets, maar dan ook niets aan kan veranderen. Ze missen hun ouders en hun vrienden, hun land. Over Kongo en wat ze allemaal hebben meegemaakt, praten we nog niet echt, al ken ik hun verhaal wel. Ik hoop dat hun vertrouwen nog zal groeien, want ondanks hun zware verleden wordt er bij ons thuis veel gelachen. Vaak komen we met z'n drietjes dan niet meer bij van de pret. Daarvan kan ik enorm genieten.'
Door Lies Van den Berghe
(Goed Gevoel, december 2004)



