Wat doen als je kind bang is voor het donker?

bewaar artikel
Door: redactie
1/12/09 - 11u57

"Als je bang bent voor het donker, moet je fluiten." De gouden raad van Samson en Gert is nodig, want vele kindjes zijn bang van het donker. Met het donker komen de monsters van onder het bed, inbrekers naar binnen, en alle andere angsten naar boven. Soms kan het simpel opgelost worden, door een lichtje te laten branden of een liedje te fluiten. Maar soms kunnen kinderen niet gekalmeerd worden. Wat maakt hen zo bang voor het donker?

Fantasie
"De angst voor het donker komt opzetten vanaf ze oud genoeg zijn om hun verbeelding te laten werken. Ze kunnen vanalles fantaseren, maar zijn nog niet rijp genoeg om die fantasie te onderscheiden van de werkelijkheid. Daardoor wordt het onbekende heel beangstigend, en neemt het enorme proporties aan. Een simpele schaduw is al voldoende om een enorm eng monster te creëren", legt familietherapeute Jenn Berman uit aan WebMD.

Onbekend
Angst is een heel natuurlijke emotie, die elk kind voelt. Telkens als er iets nieuws aankomt of iets onbekend zich aandient, kan de angst een opstoot krijgen. Overdag echter zijn er voldoende andere dingen voor het kind om zich aan te spiegelen. Het gedrag van andere kindjes op de nieuwe gebeurtenis bijvoorbeeld, of de aanwezigheid van mama en papa. 's Nachts is het kind alleen, zijn er geen afleidingen en wordt de fantasie (en dus de angst) vrij spel gegeven.

Televisie
Een van de grootste oorzaken voor deze angst is... televisie. De combinatie van kijken en luisteren is erg stimulerend voor het brein van een kindje. Bovendien krijgen ze een boel dingen te zien, die voor volwassenen niet beangstigend zijn maar voor een kind wel. Boeken kunnen ook de angst voor het donker een enorme opstoot geven, met prentjes die de hersentjes van fantasierijke kinderen op hol doen slaan. Ook dreigen met de 'boeman' die je kind komt halen als het stout is, kan bijdragen aan die angst.

Begrip en respect
Het goede nieuws is dat angst voor het donker op te lossen valt. Het beste dat je als ouder kan doen, is begrip tonen voor de angst, die respecteren en daar over te praten.

"Lach je kind niet uit en minimaliseer de angst niet. Behalve dat je kind daar niet minder angstig van wordt, voelt het zich nu ook nog eens beschaamd over zijn gevoelens en heeft het niet het gevoel dat het bij jou terecht kan", adviseert Berman.

Doen: Blijf kalm. Blijf cool en kalm als je met je kind over de angsten praat. Leg uit dat het veilig is, leg uit dat iedereen wel eens schrik heeft en dat dat heel normaal is.

Niet doen: gefrustreerd raken. Blijf geduldig, ook als de angst je kind verschillende keren per avond (of nacht) uit bed houdt. Zorg er ook voor dat je niet overdrijft en dat je de angst niet voedt. Kleineer je kind niet, lach het niet uit, of noem de angst niet 'belachelijk'. Voor kinderen is de angst namelijk héél echt.

Doen: Steun je kind. Bij angsten, gaat je kind zich weer wat 'jonger' gedragen en wil het dingen die het allang niet meer wilde. Een fopspeen, mama aan het bed... geef er aan toe, en leg uit waarom je aan zijn/haar zijde staat.

Niet doen: Kind bij jou in bed nemen. Het lijkt een gemakkelijke en eenvoudige oplossing: je angstig kind uit de eigen kamer en het eigen bed halen en tussen de ouders laten slapen. Maar infeit is dit vooral een gemakzuchtige oplossing. Op korte termijn levert het extra uren slaap op, maar op lange termijn raakt de angst niet opgelost. "Je geeft je kinderen niet de middelen om met angsten te leren omgaan", aldus Berman. Ook is het niet de bedoeling dat zussen en broers het angstige kind gaan troosten of tijdelijk in hun kamer opnemen.

Doen: Maak je kind sterker. Leer je kind omgaan met angsten, en laat hem/haar zelf beslissen hoe de angst het best opgelost raakt. "Als ouder kan je voorstellen doen ('wil je dat papa komt kijken?'), maar je moet je kind zelf laten beslissen hoe vaak het nodig is. Geef hen zelf de macht om hun angst aan te pakken. Alles wat hem/haar beter doet voelen of doet slapen, of het een deken, een knuffel of een lichtje is", raadt Berman aan.

Niet doen: de angst reëel maken. Speel niét mee. Ga niet op monsterjacht of zeg dat 'goed gedrag' de monsters gaan doen weggaan. Dan maak je de monsters geloofwaardig, en versterk je de angst. Wil dat zeggen dat je niet de kasten mag open doen of onder de kast mag kijken? Jawel, maar om te tonen dat er enkel kleren zijn/ enkel stof is, niét om te tonen dat er géén monsters zijn.

Doen: Maak het bedtijdritueel rustig en kalm. Probeer tv en enge boeken te vermijden. Breng gewoon rustig tijd door met je kind.

Niet doen: het (eventuele) grotere probleem negeren. Je kind kent een opstoot van angst voor het donker na de dood van een huisdier, een scheiding of een nieuwe baby? Wees dan maar zeker dat de nieuwe situatie de angst gevoed heeft. Schakel eventueel een psycholoog in.

Doen: zoek naar hulp als de angst niet overgaat, versterkt of uit de hand loopt. Normaal raken kinderen in enkele weken over de angst, met hier en daar een opstootje. Als dat langer aanhoudt, is het tijd voor een gesprekje met de kinderarts. (edp)

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!