Ontevredenheid over politiek belangrijkste reden om niet te stemmen voor Europa
Een gebrek aan vertrouwen in of ontevredenheid met de politiek in het algemeen is bij het Europese kiespubliek de belangrijkste reden om niet deel te nemen aan de Europese verkiezingen. Dat blijkt dinsdag uit de resultaten van een onderzoek van het Europees Parlement naar de motieven van kiezers bij de verkiezingen van afgelopen juni.
Aan de Europese verkiezingen, die georganiseerd werden tussen 4 en 7 juni, nam 43 procent van het kiespubliek deel. Dat is ongeveer 2,5 procentpunt minder dan bij de vorige verkiezingen in 2004 en is de laagste opkomstgraad ooit. Enkel in België en Luxemburg gold een opkomstplicht.
Uit de Eurobarometer die het parlement dinsdag voorstelde, blijkt dat 44 procent van de mannelijke Europeanen naar de stembus trok, tegenover 42 procent van de vrouwen. Hoe ouder de stemgerechtigde, hoe groter de kans dat hij zijn stem uitbracht: van de 18- tot 24-jarigen ging 29 procent stemmen, bij de 55-plussers lag de opkomstgraad op 50 procent.
"Stem brengt niets op"Van alle Europeanen die niet gingen stemmen, haalt 28 procent een gebrek aan vertrouwen in of ontevredenheid met de politiek in het algemeen aan. Zeventien procent is niet geïnteresseerd in politiek, nog eens 17 procent denkt dat zijn of haar stem niets opbrengt of verandert terwijl 10 procent het te druk had. Andere veel aangehaalde redenen zijn "ik was niet thuis of op vakantie", "ik weet niet veel over de EU, het Europees Parlement of de Europese verkiezingen" en "ik stem (bijna) nooit".
Wie wel ging stemmen, deed dat in 47 procent van de gevallen omdat het zijn burgerplicht is. Veertig procent "stemt altijd", 24 procent wil de politieke partij waarmee hij zich verbonden voelt, steunen, 19 procent denkt dat een stem uitbrengen dingen kan veranderen.
Ter herinnering: de opkomst bij de verkiezingen was het hoogst in Luxemburg (90,8 procent), België (90,4 procent) en Malta (78,8 procent). De laagste opkomst werd genoteerd in Slowakije (19,6 procent), Litouwen (21 procent) en Polen (24,5 procent). (belga/mvdb)