Annette (29): 'Als kind was ik al verlegen en stilletjes. Ik was vooral bezig met studeren. Want leren en goede cijfers halen was bij ons thuis het allerbelangrijkste. Mijn ouders hadden zelf niet de kans gehad om te studeren, en wilden per se dat hun kinderen die wel kregen. Was ik niet zo goed in een vak, dan kreeg ik bijles of hielp mijn vader mij, desnoods uren aan een stuk. Het resultaat was ernaar: ik had allemaal achten en negens op tien en mijn ouders waren apetrots op mij. Maar doordat ik altijd met m'n neus in de boeken zat, had ik weinig vriendjes en vriendinnetjes. In de contacten met andere kinderen voelde ik me dan ook erg onzeker, was ik verlegen en bang om fouten te maken. Die onzekerheid werd nog erger toen ik in de puberteit kwam. Ik werd steeds banger om een gesprek aan te knopen, twijfelde voortdurend aan mezelf, was bang dat ik zou blozen. Vinden ze me wel leuk? Doe ik het wel goed?'
'Dat begon te veranderen toen ik op mijn zeventiende Rogier ontmoette. Hij zat een klas hoger dan ik. Op een dag sprak hij me aan bij de fietsenstalling. Steeds vaker maakten we even een praatje. Ik was daarna altijd helemaal euforisch. Ik had met een jongen gepraat! Op een dag vroeg Rogier me mee uit. We zijn toen naar de jeugdclub geweest en daar vroeg hij 'het aan'. Ik was helemaal van de kaart. Hij vond mij leuk, míj! Ik kon het bijna niet geloven. In het begin zei hij dingen tegen me die nog nooit iemand tegen me had gezegd, dat ik mooi was en lief. Dat was zo'n oppepper voor me. Door zijn aandacht bloeide ik open, ik kreeg meer zelfvertrouwen, waardoor mijn verlegenheid minder werd. Met de jaren veranderde onze relatie echter. Rogier had inmiddels een drukke baan, terwijl ik studeerde. De stress van de baan reageerde Rogier vaak op mij af. Hij was vaak chagrijnig en mopperde veel. Vertelde hij mij in het begin van onze relatie dat ik zo leuk en lief was, na een paar jaar kreeg ik steeds vaker te horen dat ik niks bijzonders was, dat ik zonder hem niks was. Al besefte ik het op dat moment niet, de onzekerheid van vroeger sloop er weer in. Ik ben vast niet leuk genoeg! Als ik maar niet afga! Met die onzekerheid werd ook de verlegenheid weer erger.'
'Het duurde nog vier jaar voordat het uit raakte met Rogier. Niet omdat ik het uitmaakte, maar omdat hij verliefd werd op een ander. Achteraf gezien was dat het beste wat kon gebeuren. Maar eerst stortte ik in een diep gat, ik werd verlegener dan ooit. Sprak iemand me aan, dan brak het angstzweet me uit, en wilde ik het liefst heel hard weglopen. Het werd zo erg dat ik alle contacten met mensen uit de weg ging. Ik ging alleen de deur nog uit om boodschappen te doen, zelfs telefoneren durfde ik niet meer. De enige persoon die ik nog zag, was mijn zus. Zij zag hoe bang ik was geworden voor andere mensen. Ze heeft me toen heel goed opgevangen. Eerst door er gewoon voor me te zijn, lekker voor me te koken of samen een video te bekijken. Later ook door veel met me te praten. Ik ben toen gaan beseffen dat het zo niet langer kon. Ik had veel te lang geluisterd naar wat anderen zeiden en ik was gaan geloven dat ik niet goed genoeg was. Vooral op aandringen van mijn zus ben ik toen in therapie gegaan. Het was een groepstherapie, en de eerste keer vond ik heel erg eng. Al die mensen met hun verhalen, ik durfde niets te zeggen. Wel herkende ik een heleboel in wat ze vertelden. Ik was blijkbaar niet de enige die zo bang was voor mensen en zo aan zichzelf twijfelde! Dat was een hele opluchting. Door die groepssessies heb ik langzaam weer geleerd met mensen om te gaan en positiever over mezelf te gaan denken. Inmiddels heb ik mijn studie hernomen en ga ik regelmatig uit met mijn zus of een studiegenootje, naar de film of op restaurant. Ik denk niet dat ik ooit heel erg spontaan of open zal worden, zolang ik me kan herinneren, ben ik al verlegen geweest. Maar een kluizenaar kan en wil ik niet langer zijn.'



