Kinderen van rokende ouders hebben meer kans op tandbederf. Dat blijkt uit een studie door onderzoekers van de K.U.Leuven.
Twee tot drie keer
Kinderen van rokende ouders lijden duidelijk meer aan tandbederf dan kinderen van niet-rokende ouders. Voor driejarigen is dat 10 versus 5 procent, voor vijfjarigen 42 versus 25 procent.
Zelfs nadat rekening werd gehouden met andere verklarende factoren zoals voedingsgewoonten, mondhygiëne en sociale afkomst, blijkt er een duidelijk significant verband. De oorzaak is nog onduidelijk, stelt dr. Roos Leroy.
Minder weerstand
"Mogelijk is het hoger tandbederf het gevolg van een verminderde weerstand bij de kinderen. Een andere hypothese is dat de mondflora van rokende moeders meer schadelijke stoffen bevat, die bij het contact met kinderen worden doorgegeven"
Tandje de Voorste
De studie werd opgezet om het effect te meten van de sensibiliseringscampagne 'Tandje de Voorste'. Kind en Gezin startte die campagne op in de regio's Waregem en Tielt, om de mondgezondheid van jonge kinderen te verbeteren. De gegevens over het rookgedrag dateren van het startonderzoek in 2003.
De campagne 'Tandje de Voorste' verleent ouders al van voor de geboorte van hun kind advies over mondhygiëne, voedingsgewoonten, tandartsbezoek en nog andere aspecten die de mondgezondheid kunnen beïnvloeden. Dit wordt nadien op verschillende tijdstippen overgedaan.
Het bestaande kindboekje van Kind en Gezin werd hiervoor aangepast en de kinderen krijgen op bepaalde tijdstippen gadgets zoals een tandenborstel, tandpasta en een 'Tandje de Voorste'-spoelbeker en -placemat.
Bevredigende resultaten
De campagne startte in 2003 en de resultaten van een onderzoek in 2007 bij 850 driejarigen blijken bevredigend. Het percentage kinderen zonder tandbederf steeg in de projectregio van 93,5 tot 97,1 en het percentage zonder aankomende tandproblemen van 84,9 tot 91,6.
De verbetering bleek groter dan bij een controlegroep. Het percentage kinderen dat op de leeftijd van een jaar dagelijks de tanden poetst steeg van 30 tot 53 en het percentage dat suikerhoudende dranken krijgt tussen de maaltijden daalde van 61 tot 47.
Zuigfles
De campagne kreeg evenwel geen greep op het gebruik van de zuigfles en fopspeen, die nog steeds door respectievelijk 46 en 64 procent van de driejarigen gebruikt worden. Dat is zelfs nog een lichte achteruitgang in vergelijking met de situatie in 2003.
Langdurig gebruik kan tot afwijkingen van de tandstand en spraakproblemen leiden. Ook wordt afgeraden suikerhoudende substanties aan te brengen op de fopspeen, wat 12 procent van de ouders nog steeds doet, of een percentage dat vergelijkbaar is met 2003.
Positieve impact?
Wanneer deze kinderen de leeftijd van vijf jaar bereiken, zal opnieuw onderzocht worden of het sensibiliseringsproject 'Tandje de Voorste' een positieve impact heeft op de mondgezondheid. Indien de positieve resultaten van het eerste onderzoek bevestigd worden, zal het worden uitgebreid naar heel Vlaanderen.
Tevens zal een aangepaste campagne worden uitgewerkt voor socio-economisch meer achtergestelde regio's, waar de klassieke gezondheidspromotie-interventies moeilijker doordringen. (belga/edp)



