Borstkanker mag dan een erfelijke factor hebben, dat betekent niet dat de ziekte ook meer kans heeft om te ontwikkelen bij wie een familielid heeft met die genen. Dat is de opmerkelijke conclusie van Amerikaanse wetenschappers verbonden aan de universiteit van Stanford. Opmerkelijk, omdat enkele jaren terug nog bewezen werd geacht dat dragers van het gen het risico op borstkanker met twee tot vijf keer doen toenemen voor vrouwelijke familieleden. Dat wordt nu dus tegengesproken.
Borstkanker wordt onder andere veroorzaakt door mutaties van het gen BRCA1 of BRCA2, een gen dat iedereen heeft . In het nieuwe onderzoek werden 3.000 families gevolgd die drager zijn van die mutaties. Een mutatie in één van de genen vergroot de kans op borstkanker met 50 tot 85 procent.
Drager of niet?
Uit de studie bleek dat de vrouwen in die families en die zelf géén drager waren van de mutaties, geen grotere kans hadden om borstkanker te ontwikkelen. Vrouwen die wél drager zijn van de mutaties moeten dan weer vaker gescreend worden dan andere vrouwen.
"Het is geruststellend dat er geen hogere kans is op borstkanker bij vrouwen die de mutaties niet vertonen", legt onderzoek Allison Kurian uit.
Bewezen
Dus werd nu bewezen wat altijd al logisch is geweest: als je geen drager bent van de mutatie, heb je geen hogere kans dan gemiddeld om borstkanker te ontwikkelen, ook niet als je familieleden die mutatie wel dragen. Deze vrouwen hebben evenveel kans dan 'gewone' vrouwen om borstkanker te ontwikkelen.
Minder kans
Let wel: het is niet omdat je geen drager bent van een mutatie van BRCA1 of BRCA2 dat je geen borstkanker kan ontwikkelen. De kans is alleen kleiner. Het betekent wel dat als borstkanker 'in de familie' zit, jij je minder zorgen kan maken: enkel als je drager bent van de genmutaties, is de kans dat je borstkanker ontwikkelt ook echt groter. Een genetische test kan je vertellen of je drager bent van de mutatie of niet. (edp)



