Twintig procent van de vrouwelijke topsporters zou aan een eetstoornis leiden. Vooral bij de estetische sporten als turnen, kunstschaatsen of skispringen werd 'anorexia atletica' ontdekt. Tot die conclusie komt sportpsychologe Karin de Bruin.
Redenen
Anders dan bij niet-sporters verschilt de achtergrond van het eetprobleem. Sportgerelateerde problemen spelen een voorname rol in de eetstoornis, zoals de nadruk die gelegd wordt op uiterlijk en gewicht bij topprestaties.
Ook de commentaar en druk vanuit de begeleiders, regelmatige publieke gewichtsmetingen om tot een bepaalde gewichtsklasse te behoren of de strakke sportkleding die gedragen moet worden, maken vrouwelijke sporters vatbaarder voor de eetstoornis.
Negatief zelfbeeld
Volgens de sportpsychologe lopen vrouwen met een negatief lichaamsbeeld een groter risico. Regelmatige vergelijkingen met andere en dunnere teamgenoten of tegenstanders doen ook geen goed. Het niet kunnen omgaan met prestatiedruk en wedstrijdspanning zijn extra redenen.
Geen regels
Veel atleten ontwikkelen niet enkel een eetstoornis, maar kampen ook met andere klachten als gevolg van sterk verminderde voedselinnames. Zo ontwikkelen ze vaker amenorroe of het uitblijven van de ongesteldheid. Ook osteoperose of botontkalking behoren tot de klachten.
Preventie
De Bruin wil meer aandacht voor eetproblemen in de sport. Meer nadruk moet liggen op het sportplezier en persoonlijke ontwikkeling in plaats van gewicht en resultaat. (lvl)



