Scenario reddingsoperatie gijzelaars op Pompei heeft veel weg van Belgenmop
De speciale eenheden van de federale politie konden het gekaapte schip Pompei niet bevrijden omdat ze daar de middelen niet voor hadden. Ons land kon niet anders dan losgeld betalen. Dat blijkt uit een uitgelekte nota. De nota leest als een Belgenmop en heeft het over een klucht bij de federale politie, zo luidt het in de Coreliokranten.
Problemen met bewapeningIn de nota wordt gesproken over problemen met de bewapening. Om de piraten te kunnen overmeesteren, moest het interventieteam van de federale politie over wapens met kaliber 5.56 beschikken. Maar de speciale eenheden hebben enkel 9 mm-wapens, met een veel kleinere penetratiekracht. Even werd er nog aan gedacht bij de Duitsers te gaan aankloppen, maar daarvoor waren er dan weer praktische bezwaren: als ze dan geholpen zouden worden, was er toch nog niet genoeg geoefend met die krachtigere wapens.
Onvoldoende nachtkijkers en reddingsvestenOnze speciale eenheden beschikten ook over onvoldoende nachtkijkers. Ze hebben vier sets, terwijl ze er voor de operatie al vlug veertig nodig zouden hebben. Hetzelfde met de reddingsvesten: ze hebben twintig sets, terwijl ze er zeker veertig nodig hadden.
Reisvisum verstrekenAl even opmerkelijk is dat, zoals de procedure voorschrijft, twee officieren bij het begin van de gijzeling naar de regio afreisden. "Al die tijd dat ze daar waren, moesten ze afwachten", zegt Kris Daels, ex-undercover en politiespecialist bij Lijst Dedecker. "Erger nog, een maand na hun verblijf in Djibouti, vlak bij Somalië, was hun reisvisum verstreken. Een verlenging zat er om een of andere reden niet meer in. En de collega's die hen wilden aflossen, konden plots ook niet meer over een geldig visum beschikken."
1,5 à 2 miljoen euro losgeldOm het Belgische schip vrij te krijgen, werd uiteindelijk 1,5 à 2 miljoen euro losgeld betaald. Bij het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken "zijn ze verbaasd dat de nota kon uitlekken", maar wil men er niet dieper op ingaan. Volksvertegenwoordiger Paul Vanhie (LDD) heeft er een parlementaire vraag over ingediend. (belga/dea)