Met het oog op een verdere ontwikkeling van het openbaar vervoer is het nuttig om regelmatig ook over de grens te kijken naar initiatieven en voorbeelden uit het buitenland. Buitenlandsevoorbeelden van duurzame alternatieven voor de auto in de stad zijn onder meer terug te vinden in Bordeaux, Bilbao, San Sebastian, Parijs, Londen, etc.
Investeringen in voorstedelijk tram- en spoornetwerk en missing links
Steden trekken heel wat mensen aan om er te werken, winkelen en andere activiteiten uit te voeren. Om een waardig alternatief voor de auto te bieden, moet er geïnvesteerd wordt in goede openbaar vervoer-verbindingen tussen de woonzones in het voorstedelijk gebied en de attractiepolen in de steden. In en rond Brussel werkt men in dit opzicht momenteel aan de uitbouw van het Gewestelijk Expres Net (GEN). Dat moet een aanbod uitwerken van snelle en frequente voorstedelijke verbindingen met de trein, tram en bus in een straal van zo'n 30 km rond de hoofdstad. Maar ook in de andere grootsteden en economische poorten (zie bijvoorbeeld het START en DIABOLO project voor de ontsluiting van de luchthaven van Zaventem) is er nood aan een degelijk voorstedelijk netwerk. Dit vraagt investeringen in het openbaar vervoer: missing links moeten weggewerkt worden door nieuwe verbindingen te creëren en de kwaliteit van de bestaande lijnen moet verbeterd worden.
Geïntegreerd netmanagement spoor, tram en bus
Om een geïntegreerd netmanagement te kunnen voeren, is er nood aan een geïntegreerd openbaar vervoer systeem, waarbij de verschillende maatschappijen hun diensten op elkaar afstemmen ten voordele van de reizigers. Een doordachte keuze van knooppunten met vlotte overstapmogelijkheden tussen de verschillende openbaar vervoer-modi kan de reisweg voor de reizigers aanzienlijk verkorten. Bovendien kan de reistijd ook beperkt worden door de verschillende dienstregelingen goed op elkaar af te stemmen, zodat wachttijden tot een minimum beperkt worden.
Ticket-, tarief- en aanbodintegratie in en rond Brussel
Brussel heeft een dicht netwerk van openbaar vervoer dat bestaat uit metro, bus en tram en dat beheerd wordt door de MIVB. Bovendien is Brussel tevens het knooppunt van het spoorwegenverkeer in België en verzorgen de bussen van De Lijn en TEC verbindingen naar het directe hinterland. Het spreekt voor zich dat zulk een intermodaal netwerk heel wat mogelijkheden biedt voor het uitbouwen van een degelijk openbaar vervoersysteem. Hierbij dringt zich echter een ver doorgedreven afstemming op tussen de verschillende vervoersmaatschappijen van het aanbod, de tarieven en de tickets. Momenteel bieden enkel het Jump-ticket en het MTBabonnement de mogelijkheid om met één vervoersbewijs doorheen Brussel te reizen met alle beschikbare openbaar vervoer-modi. Voor de verplaatsingen van en naar Brussel, dient dan wel nog een bijkomend vervoerbewijs voorzien te worden. Ook het GEN-plan voorziet één ticket voor trein, tram, bus en metro.
Bedrijfswagen of openbaar vervoer
Dankzij het derde betalerssysteem kunnen bepaalde werknemers reeds genieten van gratis openbaar vervoer. Volgens een recente studie zou 9% van de autopendelaars van en naar Brussel overstappen naar het openbaar vervoer moest het gratis worden. De keuze van werknemers voor het pendelverkeer hangt in grote mate af van het mobiliteitsbeleid van de werkgever (bedrijfswagens of gratis openbaar vervoersabonnementen). Het fiscaal beleid rond bedrijfswagens moet daarom herbekeken worden.
Meer op www.vlaandereninactie.be


