Maatregelen om een modale verschuiving te weeg brengen naar het openbaar vervoer werken enkel als er een duidelijk beleid wordt gevoerd in de binnenstad rond parkeren en toegangswegen. Een parkeerbeleid houdt in dat er zones gecreƫerd worden waar er geparkeerd kan worden maar tegen betaling. Tegelijk wordt het aantal parkeerplaatsen beperkt in gebieden waar het openbaar vervoer de bereikbaarheid garandeert. Er moeten wel voldoende parkings voorzien worden aan de stations. De toegangswegen van een stad of een binnenstad kunnen beperkt worden om zo het gebruik van de wagen naar de stad te ontmoedigen.
Smogalarm en lage emissiezones
Maatregelen op het vlak van grenswaarden met betrekking tot zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht werden vastgelegd in Europese richtlijnen. Indien de grenswaarden overschreden worden (bij het ontstaan van de zogenaamde wintersmog) kunnen snelheidsbeperkingen ingesteld worden, bepaalde wagens uit de stad geweerd worden (systeem van de even en oneven nummerplaten) of alle wagens geweerd worden. In deze problematiek is ook het aantal dieselwagens in het Vlaamse voertuigpark problematisch aangezien zij voor het grootste gedeelte verantwoordelijk zijn voor fijn stof-emissies. Lage emissiezones kunnen ook permanent worden ingevoerd. Die zijn beperkt toegankelijk voor milieuvriendelijke voertuigen of niet toegankelijk voor niet-milieuvriendelijke voertuigen.
Meer Zone 30-gebieden en verkeersvrije straten kunnen de leefbaarheid van de stad vergroten.
Meer op www.vlaandereninactie.be


