Een cluster Keizerpinguïns in de winter. © mtp@mtpa.org.uk
Een groep internationale wetenschappers is erachter gekomen hoe de keizerspinguïn de strenge Antarctische winters kunnen overleven. Eerst dachten ze dat de pinguïns zich samenpakken in dichte clusters, en de buitenste leden simpelweg pech hebben. Nu blijkt echter dat de pinguïns niet zo samengepakt zijn als eerst gedacht, meldt het Engelse BBC News.
© 2011 Zitterbart et al.
De pinguïns met hun jongen in de zomermaanden.
Tijdens de strengste wintermaanden kan het op Antarctica vriezen tot -45 graden, terwijl wind tegen 180 kilometer per uur inbeukt op de pinguïns. Gedurende deze strengste periode pakken de dieren zich samen in dichte clusters, niet alleen om zich warm te houden, maar ook om hun eieren uit te broeden.
Pech
Vroeger dacht men dat de pinguïns zo op elkaar gepakt stonden dat beweging binnen de clusters zo goed als onmogelijk was. Dat zou dus ook betekenen dat de pinguïns aan de buitenkant van de clusters pech hadden en daar moesten blijven.
Systeem
De dieren hebben dus een ingenieus systeem moeten ontwikkelen. Als ze te ver van elkaar staan dan bevriezen ze, maar als ze te dicht op elkaar staan, kan geen enkele pinguïn bewegen. Dankzij cameraopnames weten de onderzoekers nu hoe ze toch kunnen bewegen en tegelijkertijd dicht bij elkaar kunnen staan.
Golfbeweging
De opnames tonen dat er regelmatig golfbewegingen ontstaan. De cluster staat het merendeel van de tijd stil, maar om de halve minuut beweegt één pinguïn of een kleine groep, waardoor andere pinguïns zich ook even bewegen en er een golfbeweging door de groep lijkt te gaan. (sg)


