Onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) vingen donderdag in Balen de eerste kleine kwabaal die geboren en opgegroeid is in de Grote Nete. Kwabaal of zoetwaterkabeljauw verdween uit onze waterlopen in de jaren vijftig en zestig. "Er is goede hoop dat deze mooie, verdwenen vissoort binnenkort opnieuw tot onze inheemse fauna kan gerekend worden", zegt Johan Coeck, onderzoeksgroepleider bij het INBO.
De kwabaal kwam in bijna elke waterloop in Vlaanderen voor en was het authentieke visingrediënt van de Gentse waterzooi. Door het uitdiepen en rechttrekken van waterlopen en de watervervuiling stierf de soort volledig uit in België.
Herstel
Het INBO werkt samen met het Agentschap Natuur en Bos en de Provinciale Visserijcommissies sinds 2000 aan een herstelprogramma voor kwabaal. In de proefkwekerij van het INBO in Linkebeek zijn onderzoekers er de voorbije jaren in geslaagd om kwabalen in gevangenschap te kweken. Jaarlijks kweekt het INBO samen met het Agentschap voor Natuur en Bos zo enkele duizenden jonge kwabaaltjes.
Sinds 2005 laat het Agentschap Natuur en Bos op verschillende plaatsen in Vlaanderen elk najaar jonge kwabaaltjes vrij. In het stroomgebied van de Grote Nete meenden de INBO-onderzoekers dat er opnieuw geschikte biotopen zijn voor de soort. "Uit onderzoek van de voorbije jaren wisten we dat de uitgezette visjes reeds opgegroeid waren tot stevige knapen van vijftig centimeter en meer, en nu blijkt dat deze dieren er voor het eerst in geslaagd zijn om zich ook voort te planten", aldus het INBO. (belga/sam)


