Ruim 40 procent van de wereldwijde visvangst is bijvangst. Daar is doorgaans niks mee aan te vangen commercieel, en het meeste ervan gaat overboord. 90 procent overleeft dat echter niet. Dat stelt het Wereld Natuur Fonds (WWF) op basis van schattingen van vangsten die niet worden gebruikt of waarvoor geen regels zijn opgesteld.
Volgens het WWF gaat het jaarlijks om zeker 38 miljoen ton vis. De cijfers staan in een wetenschappelijke publicatie, die eind april in het tijdschrift Marine Policy verschijnt.
Het gaat vooral om:
* ondermaatse vissen, dit zijn de vissen die te klein zijn om aan de keuring te voldoen en derhalve niet aan land mogen worden gebracht.
* vissoort die moeilijk te verwerken of te verkopen is, of waarvoor geen vergunning is.
* dolfijnen, bruinvissen, zeeschildpadden, albatrossen en haaien.
* ongewervelden zoals zeesterren, slangsterren, zeeklitten en krabben
90% overleeft het overboord gooien na een bijvangst niet.
Tropische garnalen
Met de publicatie doet de natuurbeschermingsorganisatie een voorzet voor een betere definitie van bijvangst. Volgens oude definities bedraagt de bijvangst wereldwijd 7 to 27 miljoen ton vis.
Van veel bijvangst is onder meer sprake bij het vissen op tropische garnalen in Azië. Deze visserij gebeurt met trawlers die hun fijnmazige netten over de bodem slepen en zo alles meenemen wat in de netten komt. (mvl)


