Groenlandse jagers mogen nog niet jagen op bultruggen voor hun kust, dat heeft de de internationale walvisvangstcommissie (IWC) beslist. Denemarken diende in juni een verzoek in om inheemse Groenlanders jacht te laten maken op een beperkt aantal bultruggen voor de Groenlandse kust. Het voorstel werd gisteren tijdens een stemming in St. Petersburg (Florida) verworpen. De walvissen zijn gegeerd om hun lekker vlees.
Activisten drukten ondertussen hun vrees uit dat er over het verzoek opnieuw zal gestemd worden op de jaarvergadering van de commissie in juni in Marokko. Er bestaat een reëel gevaar dat het verzoek toch zal ingewilligd worden, zei woordvoerder Nikolas Entrup van Whale and Dolphin Conservation Society (WDCS).
Hoge kwaliteit van het vlees
Met het oog op het herstel van hun populatie vroeg Denemarken jachtquota voor bultruggen in de wateren voor Groenland. De jacht zou zogezegd voedsel bezorgen aan het Inuitvolk op Groenland, die traditioneel veel walvisvlees eten, vooral dan in de winter. De WDCS twijfelt aan de noodzaak voor de jacht op bultruggen en vermoedt dat de Groenlanders vooral geïnteresseerd zijn in de grote kwaliteit van het bultrugvlees.
Commerciële jacht
Groenland beschikt al over een vrijstelling van de commissie, waardoor het volk jaarlijks jacht mag maken op 150 dwergvinvissen, 20 vinvissen en twee Groenlandse walvissen. Natuurbeschermers vrezen dat elk quotum dat wordt toegestaan op de soort een achterdeur zal vormen voor de commerciële jacht op de bultruggen.
De bultruggen, vermaard voor hun gezang, waren in de eerste helft van de twintigste eeuw zo goed als uitgeroeid, totdat er in 1966 een wereldwijd moratorium werd uitgevaardigd tegen de jacht op de enorme zeezoogdieren. (belga/svl)


