De uitstoot van broeikasgassen in de industriële wereld is sinds 2000 fors toegenomen. Dat blijkt uit een inventaris van de Verenigde Naties dat in Bonn werd voorgesteld. Twee weken voor de klimaatconferentie op 1 december in het Poolse Poznan van start gaat, wijst het secretariaat van de Conventie van de Verenigde Naties omtrent klimaatswijziging (UNFCCC) er op dat de uitstoot in de veertig geïndustrialiseerde landen (in het Kyoto Protocol ook de 'Annex I' landen genoemd) tussen 2000 en 2006 met 2,3 procent is gestegen.
Oostbloklanden
Over de periode 1990-2006 (met 1990 als referentiejaar) daalde de uitstoot van broeikasgassen in de geïndustrialiseerde landen globaal met 4,7 procent, maar dat positieve resultaat is vooral te danken aan de spectaculaire daling van de uitstoot in de transiteconomieën van de voormalige oostbloklanden. Die waren samen verantwoordelijk voor een afname van maar liefst 37,6 procent na de sluiting van talrijke in onbruik geraakte energie- en industrie-instellingen. In diezelfde landen werd tussen 2000 en 2006 inmiddels wel weer een stijging van de uitstoot van broeikasgassen genoteerd van 7,4 procent.
Australië (+28,8 procent), Canada (+21,7 procent) en de Verenigde Staten (+14,4 procent) blijven de slechte leerlingen van de klas, net als Spanje (+50,6 procent) en Portugal (+40 procent) voor wat Europa betreft. De gegevens houden geen rekening met de 'koolstofputten', reservoirs die meer koolstof opslaan dan uitstoten.
Dringend akkoord nodig
Volgens Yvo de Boer, hoofd van het VN-klimaatbureau UNFCCC, bewijzen de cijfers dat er in Poznan dringend vooruitgang moet worden geboekt in het onderhandelingsproces en dat er snel een nieuw akkoord moet komen willen we het hoofd kunnen bieden aan de klimaatuitdaging. (afp/gb)



BEREKEN JOUW ECOLOGISCHE VOETAFDRUK