Maspalomas
Pinar de Tamadaba
Las Palmas
Roque Nublo
Las Longueras
Andén Verde
Nog snel een flinke portie zon in het voorjaar? Gran Canaria is altijd een goede keuze. Bovendien kan je er meer doen dan enkel in de zon liggen. Kraters en rotsen, naaldwouden en oases, palmbomen en cactussen: Gran Canaria heeft het allemaal. Je kan er prachtige uitstappen maken in het ruige binnenland, in schitterende plattelandshotels logeren of rondhangen in de oudste koloniale stad van Spanje, Las Palmas. Trek dus ten minste één dag van je vakantie uit voor het échte Gran Canaria.
Maspalomas: de mooiste kust
Playa's zijn er bij de vleet op Gran Canaria. Te beginnen bij Playa del Inglès, het drukke toeristenoord bij uitstek. In het zuiden van het eiland lijkt wel elke baai volgestort met beton. Taurito, Puerto Rico, Patalavaca, San Agustin: het houdt niet op. Voor een mooi stukje kust moet je helemaal naar het zuiden en de duinen van Maspalomas. Een woestijngebied aan zee, compleet met rollende zandduinen en haarfijn zand. De Dunas de Maspalomas worden gevormd door vermorzelde schaaldieren die door een combinatie van zee, branding en wind opeen zijn gehoopt. De duinen liggen nu al ingeklemd door hotels en op de stranden is het druk. Maar je loopt vijf minuten en je voelt je Lawrence of Arabia. Zand, zand, zand en machtige duinen. Schrik niet als je hier een naaktloper tegenkomt: naturisme wordt hier oogluikend toegelaten.
Alternatief
De Playas de Guïgüi in het zuidwesten, twee stranden volledig door de omringende bergen afgeschermd. Er is geen bebouwing, want ze liggen in een natuurgebied. Het vergt wel een fikse klimtocht om er te geraken, maar de beloning is groot: nauwelijks een levende ziel te bespeuren! Vanuit Puerto de Mogan vaart wel een catamaran naar de Playas de Guïgüi.
Pinar de Tamadaba: de mooiste natuur
Eeuwen geleden werd Gran Canaria bedekt door één groot bos. Moeilijk voor te stellen vandaag, op het kurkdroge eiland. Een overblijfsel van dit naaldwoud met bomen die je enkel hier vindt, ligt in de westhoek van het eiland. Dankzij herbebossing is het Pinar weer aangegroeid tot een flink bos. Hier ligt het hart van het reservaat van de biosfeer, dat op de Unesco-lijst staat. Je kan picknicken en wandelen en van de zuivere lucht genieten. In het midden van het woud rijst de Pico de Tamabada 1.444 meter hoog in de lucht. Eettip: het Meson la Silla in Artenara met uitzicht op het ravijn van de Barranco de Tejeda. Je moet hier eerst door een grot van 30 m breed en 8 m hoog.
Alternatief
Een ander beeld biedt de Barranco de Guayadeque. Water en wind hebben diepe kloven in het landschap gesleten en die van Guayadeque is de mooiste. Een lange, smalle kloof met hier en daar plukjes palmbomen en cactussen. Vijftig jaar geleden woonden hier nog mensen. Restaurant Tagoror in het gehucht Montaña de la Tierras is zo'n rotswoning.
Las Palmas: de mooiste stad
Las Palmas is met 500.000 inwoners de grootste stad van de Canarische Eilanden en ligt als een smal lint langs de noordoostelijke punt van het eiland. De oudste koloniale stad van Spanje doet haar naam alle eer aan, want overal zie je palmbomen. Je bent in Las Palmas makkelijk een dagje zoet. De Vegueta is het oude centrum van Las Palmas en ook het meest pittoreske met koloniale huizen en met palmbomen afgeboorde pleinen. Vooral op zondag waan je je in de 15de eeuw. Tijdens de week moet je eens langslopen in de mercado, de overdekte markt. In de Casa de Colon, nu een museum, logeerde Columbus voor hij in 1492 vertrok naar de nieuwe wereld. De Plaza del Pilar Nuevo is al 500 jaar onveranderd. De Plaza de Santa Ana is het lievelingsplein van de inwoners. Of ze gaan eten in het volkse El Herreño, naast de markthal. Las Palmas heeft ook zijn eigen strand: Playa de las Canteras.
Alternatief
Teror is een mooi stadje met huizen in traditionele stijl en een bekend bedevaartsoord, op 21 km van Las Palmas.
Roque Nublo: de mooiste wandeling
Precies in het droge, bergachtige hart van het eiland stijgt de Roque Nublo 80 meter boven het rotsplateau uit. Aan de voet van de 'wolkenrots' - vaak zit de top in nevelslierten gehuld - heb je een mooi uitzicht over het hele eiland. In het westen de zee, in het zuiden de strandhotels, in het oosten en het noorden de bergen. Vanaf een parkeerterrein klim je in een kwartier naar de voet van de indrukwekkende basaltmonoliet, die zowat het herkenningspunt is geworden van Gran Canaria. De Roque Nublo lijkt wel te waken over het witte bergdorp beneden, Tejeda.
Alternatief
Wandelen rond San Bartolomé de Tiragana. Kijk om je heen en je ziet een wereld van vulkanen. Wandelschoenen meebrengen en heerlijk stappen naar Cruz Grande, het stuwmeer Chira of de top van de Pico de las Nieves, de hoogste berg van Gran Canaria. Met een beetje geluk zie je de drie buureilanden: de Teide op Tenerife, La Gomera en Fuerteventura.
Las Longueras: het mooiste hotel
Wie eens echt op zijn Canarisch wil logeren, moet kiezen voor een 'casa rural', een groen hotel op het platteland. Las Longueras in Agaete is zo'n superadresje in een knalrode finca. Las Longueras ligt in de vallei van Agaete, een subtropisch dal vol bloemen, bananen- en sinaasappelplantages. Er hangt een gezellige, familiale sfeer met schilderijen en antieke meubelen. Er is een grote tuin, een zwembad en de rustieke kamers hebben een terras. Reken op ± 100 euro per kamer per nacht met ontbijt.
Meer info: http://www.laslongueras.com en tel. 0034/928 89 81 45
Alternatief
Las Calas in Vega de San Mateo ligt aan de rustige noordkant. Een 200 jaar oude boerderij met negen sfeervolle, unieke kamers, een zwembad en een binnenplaats vol bloemen. Prijs ± 100 euro per kamer per nacht met ontbijt.
Meer info: http://www.hotelrurallascalas.com en tel. 0034/928 66 14 36
Meer: http://www.gran-canaria.com/natural
Andén Verde: de mooiste autorit
Andén Verde, of groene weg, is de naam van een spectaculair stuk weg langs de noordwestelijke kust van het eiland. De weg kronkelt langs de kliffen en biedt sensationele doorkijkjes vanaf loodrecht naar beneden lopende rotsen. Duizelingwekkend diep ligt de zee. De Andén Verde begint ten noorden van San Nicolás de Tolentino, tot in El Risco. Hier en daar zijn een paar schitterende uitzichtspunten langs de weg, maar erg veel ruimte is er niet. Bestuurders houden het best aandachtig de ogen op de weg gericht.
Alternatief
Verblijf je in het populaire zuiden en wil je je niet te ver van je hotel verwijderen, dan kan je een ontspannend rondje maken in het zuidoosten, via Aguïmes, Temisas, Santa Lucia en Risco Blanco, met hier en daar een stop aan het dorpscafé. Een landschap vol palmen, olijfbomen, cactussen, citrusplantages en bergen.


