Citytrip voor wintersporters: Oslo is de enige hoofdstad in Europa waar je kan skiën
Koffiehuizen en cafés zijn er in overvloed.
IJle lucht, sneeuw en mooie verlichting in de straten van Oslo.
Met de stadsmetro tot op de skipiste, het kan in Oslo. Foto¿s Paul De Moor
Neen, je bent niet aan het dagdromen als je in Oslo flink ingeduffelde skiërs ziet rondslenteren in de metropijpen. In de hoofdstad van Noorwegen kan je immers een citytrip prima combineren met een skitrip.
Wie skiërs in het centrum van Oslo ziet, kan ervan uit gaan dat ze op weg zijn naar eindstation Frognerseteren, een halfuurtje buiten de stad en makkelijk te herkennen aan de schans van Holmenkollen. Mocht je je als niet-skiër afvragen wat je in die metro tussen de doorgewinterde skiërs zit te doen, dan ligt het antwoord in de rit zelfbesloten. Eenmaal de tram zich uit het ondergrondse netwerk heeft bevrijd, klimt hij gezellig een lange berg op die uitzicht geeft op de wegzinkende stad en de hemelsblauwe insnijdingen van Frognerkilen en Oslofjorden. Als je in het linkse gedeelte van het rijtuig plaatsneemt, levert die inspanning de meest verrukkelijke beelden van het Vigelandsparken op, het grootste sculpturenpark van het Noorden. Eenmaal op de berg kan je het skiën overlaten aan de fanatici en opgaan in de weidsheid van het landschap. Bijvoorbeeld met een heerlijke koffie in de prachthoeve van Lysebu. De hoeve is doordrenkt van Noorse gezelligheid, met oplaaiend houtvuur, krakende knusheid en hedendaags comfort.
Maar de verleiding om zelf de ski's aan te binden is echt wel groot. Ben je niet geëquipeerd? In nevenstation Voksen Skog (tramlijn 32) is alles te huur wat vereist is, van langlaufmateriaal tot alpine-uitrusting. Buiten het station wacht de bus die je in vijf minuten naar de liften brengt. Oslo heeft 2.600 km langlaufpistes. Ook de gekleurde alpijnse pistes zijn overvloedig met kunstlicht besprenkeld. In Oslo ski je probleemloos tot elf uur 's avonds.
En nu flaneren...
Omdat Oslo nu ook geen skiparadijs is waar je tot het bittere einde van al je krachten zal vechten om alle alpijnse parcours onder de knie te krijgen, is de aanwezigheid van de stad zelf een verademing. Waarschijnlijk is er geen tweede hoofdstad in Europa waar je van skiën zo elegant kan overgaan op flaneren. De grote trekpleister is het gebied rond het stadhuis, een landtong die aan de haven grenst en gedeeltelijk van de Oslofjord proeft. Hebben de vredige taferelen van Oslo iets te maken met de jaarlijkse uitrei king van de Nobelprijs voor de Vrede? Het zou kunnen. De sfeer is ongedwongen, vrijblijvend en hartelijk. Je laat je door de ambiance meeslepen en daarom stap je het Nobels Fredssenter binnen, het museum gewijd aan het universele verlangen naar vrede. Ergens vind je er een technologische tuin met virtuele bloemen die geen kelkjes openen als je passeert, maar foto's laten ontluiken, foto's van zoveel prijswinnaars.
Shoppen
Flaneren en etalages kijken doe je in de horizontale as tussen het Koninklijk Paleis en de Domkirche. De statige en hoge gevels rond het park van de Eidsvollsplass doen je vaak wegkijken van de op zich al betoverende winkelramen. En je moet al van staal zijn om niet te bezwijken voor een espresso in het Theatercafeen of een cappuccino in het Grand Hotel.
De drukste winkelstraat is de Karl Johan Gata die naar de Dom loopt. Waar je niet omheen kan, zijn Glasmagasinet en Steen&Ström, twee klassieke instituten die alles bieden wat een mens zich kan inbeelden: fijn glaswerk, helder design, puike gastronomie, traditionele en moderne kledij. Deze warenhuizen hebben een bepaalde rust en neigen niet tot overconsumptie.
Koffiewedstrijden
Van een heel andere orde is Grünerlokka, in het noorden van de stad en neergevlijd tegen de rivier Akerselva. In Grünerlokka vind je de alternatieve scène, met als belangrijkste straten de evenwijdig lopende Markveien en de Thorvald Meyersgate. Ongedwongen baan je er je weg langs juweelontwerpers, beeldhouwers, pottenbakkers, musici, speciaalzaken, alternatieve modehuizen, tweedehandswinkels en antiquairs. Het aroma dat uit koffiehuizen als Noah's Ark, Il Moro of Ceramo waait, is niet te weerstaan. Als er dan ook nog eens een Café Brocante in beeld komt, met warme, bruine lambriseringen, bollende luchters en krantenlezende mensen, kan je niet anders dan jezelf overgeven aan het lot. In het café heerst een beleefd geroezemoes en uit de gesprekken laaien tegelijk een zekere keurigheid en een charmante speelsheid op. Zoals gebruikelijk wordt de koffie perfect geserveerd.
In Oslo worden koffiewedstrijden onder de kroegen georganiseerd. Kreeg je tot voor een vijftal jaar flauw brouwsel in een veel te grote kop, dan krijg je nu Italiaanse klasse. Denk niet dat in deze gemengde en alternatieve wijk, met zijn volkse elementen, buitenlandse kolonies en bohémienachtige dwarsheid, opstootjes rond de kroegen ontstaan, omdat er zoveel mensen buiten voor de deur gonzen. Neen, roken is strikt verboden in kroegen en restaurants. Noorwegen zet zijn rokers letterlijk in de kou. Bij min zoveel graden moet je al een verstokte roker zijn om van je stokje te genieten. Of komt er zoveel warmte uit een sigaret dat zelfs jas en sjaal niet meer hoeven? Nu ja, de inwoners van Oslo lopen blijkbaar heel warm voor hun stad. Gelijk hebben ze.
PRAKTISCH:
Beste skiperiode: eind januari tot eind april. Na januari is het minder koud en zonniger. Skiën in Oslo te regelen via
http://www.skioslo.com/, voor vervoer in de skibus, met de metro, ski¿s en zelfs hotel. Ski's ook te huur in het voorlaatste metrostation van lijn 1, Voksenkollen, waar de langlaufroute begint.
Verblijf: Bureau Scandinavia is de reisspecialist voor het Hoge Noorden. Pasklare arrangementen in voorraad en verlangens op maat uitgewerkt. Bij de reisagent of op
http://www.bureauscandinavia.be/. Overnachten kan ook op een boot vlakbij centraal station, voor 84 euro per nacht per kamer (
www.msinnvik.no) .
Geld: 1 euro = 8 Noorse kroon.
Vervoer: Koop een Oslo Pass en bespaar een fortuin op je verplaatsingen en museabezoeken, vanaf 23 euro.
http://www.visitoslo.com/.