Schatkamer van de natuur

bewaar artikel
Door: redactie
30/07/08 - 15u52
De charme van Madagaskar wordt mee bepaald door de mensen. Ze zijn straatarm maar lachen altijd.
De maki is hier de meest voorkomende lemuur. In het Vâkonareservaat komen ze uit je hand eten.
Ondanks de verregaande ontbossing blijft Madagaskar een prachtig groen eiland.
Liefhebbers van kameleons kijken hier hun ogen uit. De diertjes worden op Madagaskar als heilig gezien.
De mensachtige indri indri's zijn hét symbool van Madagaskar.
De zebu's, een soort rund, vormen het kapitaal van de boeren.

Madagaskar heeft unieke fauna en flora
Sinds de animatiefilm van Disney, met de geschifte zebra uit de New Yorkse zoo die op zoek gaat naar avontuur, komen er al iets meer bezoekers naar Madagaskar. Maar het zijn er nog altijd erg weinig, dus rep je ernaartoe nu het nog niet te toeristisch is. En vooral: voor dit unieke stukje natuur volledig wordt ontbost.

Een lange krijs schrikt ons op. Alle hoofden schieten omhoog. "Shht", zegt onze gids John. Niemand durft nog te bewegen. Wij zien 'm nog niet, maar hij is er: de indri indri. De witte lemuur, een zeer exclusieve soort. Moeder, vader en twee kinderen, die bij hun ouders blijven tot ze vijf zijn. Ze zijn de grootste soort lemuren, de halfaapjes met hun mensachtige vingers die het nationale symbool van Madagaskar vormen. Boven vechten ze wat, met hun witte vacht en meterslange staart. "Nóg dichter zie je ze nooit", fluistert John. Met de hoge schreeuw bakent elk indri indrigezin zijn enorme territorium af, 20 bij 20 km groot. Er zijn nog twee families in dit nationale park van Andasibe, in het midden van Madagaskar. In het gebladerte blijft het tuimelen. We zijn lucky bastards, dat we ze treffen.

Bedreigde soort
John heeft ze gelokt met een bandopnemer met hun roep. De toeristen willen waar voor hun geld, dus een trucje is toegestaan. De indri indri zijn bedreigd. Sinds het begin van de boskap vanaf de jaren vijftig, rest nog dertien procent van alle regenwoud van Madagaskar. Negentig procent van alle dieren op Madagaskar vind je alleen hier. Ook veel planten zijn endemisch. 160 miljoen jaar geleden scheurde het eiland zich los van het oercontinent, dat uiteen dreef tot de huidige werelddelen. Een uniek stuk natuur was ontstaan. Maar ecologie en honger gaan niet samen. Madagaskar is straatarm en, sinds de laatste kolonisten in de jaren zestig zijn vertrokken en de meest rendabele economie vooral door Chinezen is ingepikt, op overleven aangewezen. De regenwouden wijken terug voor rijstvelden én de productie van houtskool. Groen is het wel, maar veel unieke boomsoorten zijn vervangen door eucalyptus. Die wordt gerooid en verbrand tot kolen. Maar waar eucalyptus heeft gestaan, groeit nooit nog iets anders. De president deed beloften voor de bescherming van de natuur, maar er zijn grotere noden voor de bevolking. Eten, bijvoorbeeld.

Heilige kameleons
En toch. De soorten overleven voorlopig. En hoe. Er zijn de kameleons, die heilig zijn. Onze chauffeur beging op weg hiernaartoe bijna ongelukken met een coup de frein die de bus deed wankelen: een kameleon steekt het asfalt over, en die rijd je niet dood. We kunnen 'm pakken, dit exemplaar zo groot als mijn onderarm dat zich vastgrijpt met zijn rubberachtige knijpschaartjes. We noemen 'm Albert, zoals de koning.

Gids John ziet ze zelfs in het donker, op onze nachtwandeling. Wij vergapen ons. En verder zijn er de lemuren dus - er zijn 64 soorten.

"De grote indri indri is de meest tot de verbeelding sprekende. "Zijn naam betekent 'vriend van de mens'", vertelt John. "Hij is beschermd door een legende: een jongetje dat op zoek was naar honing en werd aangevallen door bijen, zou zijn gered door een indri. En sindsdien is het: handen af."

Ook de maki, de zwart-witte lemuren en de meest voorkomende op Madagaskar, bewijzen zich als mensenvriend. Op het lemureneiland van het Vâkonareservaat eten ze banaan uit onze hand. Maki zijn er nog veel, maar als het bos op raakt, wordt het krap voor de apen. "Dit is een palissander", wijst John. Een stam waar je makkelijk met vier handen rond kan, niet kolossaal dus, die toch 160 jaar oud is. Ons hotel in de hoofdstad was van vloer tot plafond getooid met het roodachtige hout, dat van de duurste soorten ter wereld is.

Geneeskrachtige planten
"Eén vrouw, een professor, kwam ooit helemaal uit Brussel om één plant te zien. Ze nam wat foto's en even snel was ze weer weg." Zelfs Laurent, de gids die ons door het tweede meest bezochte natuurpark van Madagaskar leidt, begreep dit blitzbezoek niet goed. Hij leert de wetenschappers de geheimen van de fauna. "Tachtig procent van de planten zijn medicinaal. De lokale mensen hier, toen ze nog toegang hadden tot de regenwouden, gebruikten ze zelfs als babyvoeding."

Wij lopen verder, met open mond door een decor van de mooiste exotische planten en watervallen en natuurlijke bassins. Het is prachtig.

"Het is de armoede", schudt Laurent. Tijdens de picknick vertelt hij zijn eigen verhaal, dat er een is van de boswachter en de stroper. Hij handelde jaren in het vervloekte houtskool, om te overleven. "Mijn vader, een rijke boer, zou in de jaren zeventig al zijn 120 zebu's (de lokale runderen, red.) verkopen om een Landrover mee te betalen, die hij al had besteld. Hij zag ecotoerisme als de toekomst. Maar de nacht voor de auto zou worden geleverd, gingen veedieven aan de haal met zijn kapitaal en was onze familie bankroet. De dieven zijn meedogenloos. Ze stelen de zebu's zogezegd als bruidsschat - sommige stammen eisen die, waar de rechter dan nog oor naar heeft - maar in feite zijn het ordinaire bandieten." Nu hebben Laurent en zijn broer Louis hier werk als gids. Ze zijn van de weinige Malagassiërs die geld verdienen aan het toerisme. "Sinds vijf jaar is kappen verboden", zegt Laurent. "Maar aan de rand van het gebied gebeurt het toch nog, 's nachts."

Zonder schoenen
Wie kan het hen kwalijk nemen? Op de zebumarkt in Ambositra loopt een jongen een poosje met ons mee. Ashy (20) speelt gitaar in een orkestje, maar eigenlijk is hij student. "Scheikunde. Ik doe graag iets wat pijn doet aan mijn hersenen", grimast hij. Maar labs met materiaal zijn er niet in op het eiland. Hij hoopt op een beurs in het buitenland. Of we kunnen helpen? Honger naar kennis is ook honger. Maar de meeste mensen zijn hier niet zo ambitieus. Dragen T-shirts, ooit gekregen van toeristen, waar nog slechts een draad rond hun schouders van overschiet. Kinderen zeulen met kinderen op hun rug, of met houtskool op hun hoofd. Maar altijd met die geweldige glimlach op hun gezicht. Glimlachen, dat kost niets. Op die vitaminen overleven ze hier.

We zakken nog dieper, van het hoogplateau naar het vlakkere zuidwesten. Madagaskar, het vierde grootste eiland ter wereld, is zo groot als Frankrijk en de Benelux. De steden hebben iets van vergane glorie, maar de natuur blijft schitteren. Eens door de Porte du Sud, een gebergte waar de route nationale 7 dwars door snijdt, wordt het heter en droger. Ook de mensen zien er hier anders uit: noordelijker zie je Aziatische, zuidelijker meer negroïde trekken. We bezoeken in het zuiden nog het baobabwoud van de kustplaats Tuléar. 'Woud' lijkt wat overdreven voor een prachtig aangelegd park. Maar er staan toch nog indrukwekkende dragonders. De grootste baobab is 1.400 jaar oud, omtrek vijftien meter. "Couper est interdit!", blijft Clovis, de donkere, gegroefde man die ons hier rondleidt, maar ratelen. "Wie toch één boom kapt, moet er tien terugplanten. Plus vijf dagen in de cel." Maar veel celstraffen zijn hier nog niet uitgezeten.

Wegblokkade
We vinden het zonde, maar vergeten niet te genieten. We hebben intussen ook de zee gezien. Eindeloze stranden, kokospalmen, alles erop en eraan. Het laatste stuk van onze reis, naar ons laatste hotel voor we terugvliegen, gaat over een zandweg. Over 27 kilometer doen we anderhalf uur. Een wegblokkade - twee trucks zijn vastgereden en versperren de doorgang - maakt dat we een stuk te voet moeten en met 4x4's gedepanneerd. Wij vinden het niet erg. De Malagassiërs nog minder. In gestrande pickups worden feestjes gebouwd. Weer die vitaminen. Madagaskar oogt misschien niet zo spectaculair als het Afrikaanse continent, want hier zijn geen leeuwen of olifanten. Maar de natuur die je er wél ziet, is zo bijzonder. De mensen zijn al even uniek.

Praktisch
HOE ERHEEN: vanuit Parijs rechtstreeks met Air Madagascar naar hoofdstad Antananarivo, elf uur vliegen (www.airmadagascar.com).

BESTE PERIODE: het hele jaar door. Wie de walvissen wil zien op Sainte Marie, maakt het meest kans in juli en augustus. Het is er zelden zeer heet (max. 35 graden). In februari en maart kan het hevig regenen.

RONDREIS: wij reisden met BEST tours en Air Madagascar. Vijftiendaagse rondreis vanaf 1.960 euro per persoon, vluchten en zeer mooie tot erg luxeuze hotels op schitterende natuurlocaties met uitgebreid ontbijt inbegrepen. Dit programma kan verlengd worden met een verblijf in Nosy Be, île Sainte Marie (voor een excursie naar de walvissen) of Diego Suarez. www.best-tours.com of bij de reisagent.

GEZONDHEID: geen verplichte inentingen, wel beschermen tegen malaria (www.itg.be). Reisapotheek meenemen.

VEILIGHEID: geen enkel probleem. Enkel in de hoofdstad beetje uitkijken voor zakkenrollers.

DOCUMENTEN: internationaal paspoort en visum, aan te kopen op plaatselijke luchthaven (13 euro).

INFO: www.madagascar-tourisme.com

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!