Toscane: De mondaine badplaats Viareggio weet heel wat schoon volk te trekken.
Toscane: In het charmante Lucca vind je de Piazza Amfiteatro Romano, een van de mooiste pleinen van Italië.
Catalonië: Paradijs voor fuifbeesten: Lloret de Mar.
Catalonië: In het nationale park van Montseny is de natuur heer en meester.
Algarve: Rotsen zorgen hier voor broodnodige schaduw.
Algarve: Op de hoge kliffen van Cabo São Vicente waan je je aan het einde van de wereld.
Gran Canaria: De stranden op dit eiland trekken massa's toeristen.
Gran Canaria: In het hart van het eiland zie je landschappen die zo uit een western lijken te komen.
Kreta: Rond Chania vind je de populairste stranden.
Kreta: De boottocht van Kissamos naar Gramvoussa is een absolute aanrader voor wie van avontuur houdt.
Straks vlijen we ons met zijn allen weer neer op een of ander zonovergoten strand om te zonnen, te zwemmen en te luieren. Daar is niets verkeerd aan, maar een beetje eentonig, niet? Trek er tijdens je vakantie daarom eens op uit, al is het maar voor één dagje, en snuif de sfeer op van het binnenland. Vijf supertips op maximaal 50 km van zon, zee en zand.
Toscane: kuieren in het charmante Lucca
Zien en gezien worden, dat geldt nog altijd voor de Toscaanse badplaatsen Forte dei Marmi en Viareggio, die al in de 19de eeuw de bourgeoisie aantrokken en nog altijd een mondain tintje hebben, met exclusieve winkels en heel veel schoon volk. Veel charmanter is Lucca, een stadje op mensenmaat op amper 35 km van het strand. De geboorteplaats van componist Pucini is pakweg een kilometer lang en breed. Eromheen loopt een volledig gave 16de-eeuwse stadsmuur van tientallen meters breed, waarop iedereen wandelt, fiets, jogt of luiert. Het centrum van Lucca is autovrij, en alle palazzo's en kerken zijn binnen een kwartier te voet bereikbaar. De kerk op de Piazza San Michele lijkt op die van buur Pisa, maar is nog rijker versierd. Je vindt er pleintjes en souvenirwinkels, maar het mooiste plein is veruit de Piazza Amfiteatro Romano, een plein in de vorm van een amfitheater met huizen en arcades. De luiken zijn groen geverfd en de balkons zijn versierd met bloemen en planten. Beklim de 15de-eeuwse Torre Guinigi, en zoek uit welke toren bij welke kerk hoort. Zowel binnen als buiten de stadsmuren staan tientallen indrukwekkende barokke villa's, zoals Palazzo Pfanner, met een mooie tuin vol citroenbomen.
Tip: Niet goed eten in Lucca is heel moeilijk, en je kan er Toscaanse lekkernijen proeven en kopen. Authentiek en niet toeristisch is Locanda Buatino in de Via Borgo Giannotti, net buiten de stadsmuren, een buurtrestaurant waar enkel het lekkers uit de heuvels rond Lucca op tafel komt. De olio d'olive van Lucca is bovendien de beste van Italië.
Catalonië: één met de natuur in Montseny
Achter de drukke kust van de Costa Brava ligt een stukje Spanje waar nauwelijks een toerist te bekennen valt. In het nationale park van Montseny regeert de natuur, en dit op nog geen 30 km van Lloret de Mar. Aan de voet van het park rij je binnen langs Breda, maar het keramiekstadje heeft niets te maken met zijn Nederlandse tegenhanger. Wil je de hele route volgen die eindigt op de Turo de l'Home, met 1.706 meter het hoogste punt van het park, dan ben je 110 km zoet over bochtige wegen, tussen roodbruine aarde, dennenbossen en rotsen van grijs en rood die niet zouden misstaan in de Grand Canyon. De mooiste plek is Vic, een middeleeuwse stad met een Plaça Major zo groot als een voetbalveld. Arcades en gevels omzomen het plein, terrassen stromen 's middags en 's avonds vol, er zijn winkels met design, hippe kleren en lekkernijen in smalle straatjes, een romaanse brug en een Romeinse tempel. Ondertussen ben je ook al Viladrau gepasseerd, waar je lekker en spotgoedkoop kan eten tussen de Spanjaarden in een café met veel couleur locale. De beste plek om authentiek Catalaans te eten is Can Barrina, in een boerenhuis uit 1620 met een terras dat uitkijkt over de vallei aan de Carretera Palautordera al Montseny (www.canbarrina.com).
Tip: Kies voor een dag tijdens de week. In het weekend komen de Barcelonezen hier en masse een frisse neus halen.
Algarve: uitwaaien op Cabo São Vicente
Albufeira en Lagos hebben de mooiste stranden van de Algarve. Gigantische rotsblokken die liggen rondgestrooid op goudgele zandstranden zorgen er voor welgekomen schaduw. Jammer genoeg ben je niet de enige die dat weet, en kan het er flink druk zijn. Cabo São Vicente is het uiterste zuidwesten van Europa en de 60 meter hoge kliffen aan de Atlantische Oceaan zorgen voor een fenomenaal schouwspel. In de middeleeuwen dacht men zelfs dat hier het einde van de wereld lag. Zelfs wanneer het bakken en braden is in hartje zomer, kan je hier soms een wolletje goed gebruiken, want de wind is messcherp. Er wordt textiel verkocht dat je veeleer verwacht in Latijns-Amerika op grote hoogten. Spectaculair zijn ook de hengelaars die van hieruit hun lijn tientallen meter dieper uitwerpen. Rijd nu een stuk hoger noordelijker toe, door geurende dreven met eucalyptusbomen en zachte heuvels met boerderijen die zo uit Toscane lijken geplukt. Hou zeker eens halt in Aljezur, een wit dorpje waar op het eerste gezicht de jongste bewoner een 80-plusser is. Oude mannetjes zoeken onder een olijfboom beschutting voor de zon, en het plaatselijke café is niet meer dan een schuur met wat oude, versleten banken en tafels. In de klimmende straatjes mogen de zwaluwen nog ongestoord hun nest maken tegen oude azulejotegels.
Tip: De stranden aan de westkust van de Algarve zijn veel ruwer en rustiger dan in het zuiden. Vooral surfers zijn in Carrapateira aan het feest. Hotels zijn er niet, want dit is beschermd natuurgebied.
Gran Canaria: naar het dak van het eiland
Het mooiste strand van Gran Canaria is Maspalomas, met zijn brede stranden en wandelende duinen in het zuiden van het eiland. Een totaal ander gezicht biedt het hart van Gran Canaria, met pieken die tot 2.000 meter gaan. De route vanuit Maspalomas leidt langs droge ravijnen, kale rotsen en cactussen, maar hogerop wordt het land vruchtbaarder. De wegen worden steeds steiler en bochtiger. Kijk in San Bartolomé de Tiragana om je heen en je ziet een wereld van vulkanen. De Pico de las Nieves is met zijn 1.949 meter de hoogste van Gran Canaria. Een spectaculaire bewegwijzerde wandelweg leidt bergaf door bossen, weiden en langs enorme rotswanden. Een van de mooiste en lastigste bereikbare witte dorpen van het eiland is Cruz de Tejada. Op de top kan je heerlijk lunchen in Hosteria Cruz de Tejeda, het restaurant van een parador dat Canarische specialiteiten serveert, zoals de tarta de castañas de la Cumbre (kastanjetaart). Het uitzicht vanop het terras op de Roque Nublo en de Roque Bentaiga is ronduit adembenemend. Terugkeren kan via Aguïmes, een nog ongeschonden dorp in het zuidoosten, niet ver meer van de zee, door een landschap vol palmen, olijfbomen, cactussen en citrusplantages. Stop er voor een wijntje op een ouderwets terrasje en geniet van de authentieke architectuur. De panden in het historische gedeelte zijn zo mooi, de straten zo schoon, dat het wel een filmdecor lijkt.
Tip: Vroeg vertrekken bij helder weer, neem iets warms mee, een wegenkaart, eventueel een verrekijker en stevige schoenen.
Kreta: met de boot naar Gramvoussa
Op Kreta zijn de stranden (én de toeristen) nooit ver weg, maar de populairste (lees: drukste) vind je toch in de buurt van Chania, Rethimnon, Chersonisos en Agios Nikolaios in het noorden. Wie absoluut de zee niet kan missen, maar toch een beetje avontuurlijk is aangelegd, kan naar het onherbergzame uiterste westpunt van het eiland. In de haven van Kissamos vertrekt de MS Gramvoussa dagelijks naar Gramvoussa, een schiereiland dat je immers enkel via de zee kan benaderen. Eerst word je op een Bounty-eiland afgezet met een oud Venetiaans fort. Daarna vaart het schip naar het echte schiereiland. Daar kan je deelnemen aan een 2,5 uur durende wandeling, over een hoge bergrug en langs steile kustkliffen, met Kissamos als eindpunt. Wie de inspanning een beetje te veel van het goede vindt - je bent immers met vakantie - kan 's namiddags de boot terug nemen naar de haven van Kissamos.
Tip: Neem stevig schoeisel én water mee voor de wandeling. Als je niet in de buurt logeert, bezoek dan Chania eens, de mooiste stad van Kreta, met terrasjes, winkels en een archeologisch museum. 's Avonds veel sfeer in en rond het haventje. Op een uitstulping van het noorden is een ommetje langs Stavros beslist de moeite. Het figureerde ooit in de film Zorba de Griek, met Anthony Quinn.


