Het pure Zuid-Frankrijk

Doorheen het dorpje Saint-Chély-du-Tarn loopt een beek die uitmondt in een waterval aan de Tarn.

De Cevennen en de Grands Causses zijn onlangs uitgeroepen tot werelderfgoed. Ze vormen dan ook een uniek stukje Zuid-Frankrijk: ruwe, ongerepte natuur met uitgestrekte kastanjebossen, rotsplateaus, grotten en canyons. Ideaal om te gaan uitwaaien en toch niet ver van de Middellandse Zee.

Aan de Gorges du Tarn loopt het water in een kloofdal tussen de kalksteenplateaus.
Aan de Gorges du Tarn loopt het water in een kloofdal tussen de kalksteenplateaus.
Het viaduct van Millau, in 2004 gebouwd over de Tarn, leidt naar de Middellandse Zee.
Het viaduct van Millau, in 2004 gebouwd over de Tarn, leidt naar de Middellandse Zee.
Het Nationaal Park Cevennen is door zijn kleurenrijkdom prachtig in de herfst.
Het Nationaal Park Cevennen is door zijn kleurenrijkdom prachtig in de herfst.
Het Nationaal Park Cevennen bevindt zich grofweg in de driehoek Mende-Millau-Alès. Bekende Zuid-Franse steden als Avignon, Nîmes en Montpellier liggen op zo'n 70 km. Het is een van de minst bekende parken van Frankrijk en dat is niet verwonderlijk: ruim 90.000 hectare groot, vergelijkbaar met de provincie Waals-Brabant, maar er wonen slechts 600 mensen. Zo'n 14.000 hectare is helemaal verboden terrein voor de mens. De natuur heeft hier vrij spel, er leven talloze bedreigde diersoorten en er groeien vele zeldzame planten. Industrie is er niet en het ruwe landschap is nauwelijks veranderd sinds 1878 toen de Schotse schrijver Robert Louis Stevenson te voet door de streek trok in het gezelschap van Modestine, een ezel met een eigen karakter. Vandaag kan je nog steeds in de voetsporen van Stevenson wandelen, mét een ezel als je wil. Te voet is trouwens de beste manier om het hart van het park te verkennen. Vooral de glooiende flanken van de Mont Lozère lenen zich uitstekend voor wandelingen en trektochten.

Middeleeuws
De verkenning van de Cevennen begin je het best in Anduze. Dit gezellige stadje ligt aan de ingang van de vallei van de Gardon, die doordringt tot diep in het hart van de bergketen. Anduze heeft een middeleeuws centrum, een fraaie stadstoren en een overdekte waterput waarvan de rode dakpannen blinken in de najaarszon. Anduze staat overigens bekend om zijn glanzend aardewerk: in tientallen pottenbakkerijen langs de kant van de weg worden de typische potten verkocht die je in heel Frankrijk aantreft. Een toeristentreintje verbindt Anduze met Saint-Jean-du-Gard en stopt aan de Bambouseraie, een grote botanische tuin die in 1856 werd aangelegd met een van de grootste bamboecollecties van Europa.

Uitkijkpunt
Het beste uitkijkpunt over de Cevennen krijg je vanop de Mont Aigoual. Windsnelheden van 100 km per uur zijn hier geen uitzondering. Er zijn zelfs pieken gemeten van 250 km per uur. Toch heeft die strakke wind ook zijn voordelen: hij zorgt ervoor dat de mist niet rond de 1.567 meter hoge top blijft hangen. Soms is het onmogelijk om het weerstation, het hoogstgelegen station van Frankrijk dat permanent bemand is, te onderscheiden van de granietrotsen waar het op staat. Maar bij helder weer schitteren in het noordoosten de zilveren toppen van de Alpen, terwijl in het zuidwesten de Pyreneeën zich uitstrekken langs de horizon. Als God in Frankrijk woonde, zou het hier zijn.

Corniche des Cévennes
De schilderachtigste weg van de Cevennen verbindt Sint-Jean-du-Gard met Florac. De 53 km lange Corniche des Cévennes passeert tal van fraaie uitzichtpunten. De weg werd in het begin van de 18de eeuw aangelegd door Lodewijk XIV om de opstandige camisards te kunnen vatten. Aan je voeten strekken de golvende toppen van de Cevennen zich uit tot aan de Middellandse Zee. De vegetatie bestaat voornamelijk uit lage struiken en kastanjelaars, die ooit een belangrijke bron van voedsel waren en in terrassen werden verbouwd. In St-Laurent-de-Trèves werden 190 miljoen jaar oude sporen gevonden van dinosaurussen.

Kalksteenplateaus
Florac ligt op de grens van de Cevennen en de Grands Causses. Die kalksteenplateaus zijn mogelijk nog onbekender dan de bergketen. Het gaat om vier dorre hoogvlaktes waar duizend keer meer schapen en geiten leven dan mensen. Kenmerkend voor deze hoogvlakten zijn de lavognes, kunstmatige drinkwaterreservoirs voor de kuddes. De ondergrond bestaat hier immers uit kalksteen, waardoor water er meteen in de bodem trekt. Dat verklaart ook de aanwezigheid van zoveel grotten, kloven en ondergrondse rivieren.

Ten westen van Florac voert de smalle D16 omhoog naar de Causse Méjean. Boven wordt je inspanning beloond met een weids uitzicht over de kale vlakte. Hier bevindt zich ook de Aven Armand, een van de bekendste grotten van de streek en al meer dan 80 jaar een toeristische attractie. Niet ver daar vandaan grazen Przewalskipaarden in een uitgestrekte weide. De dieren zijn goed bestand tegen de strenge kou in de winter en met hun beige vacht steken ze nauwelijks af tegen het dorre gras.

Gorges du Tarn
De Causses worden van elkaar gescheiden door diepe kloven - gorges - die zijn uitgekerfd door snelstromende rivieren als de Jonte, de Vis, de Dourbie en uiteraard de Tarn, waarvan het kloofdal loopt van Florac tot Le Rozier. Castelbouc is een van de meest typische dorpen van de regio. Op de deuren zijn grote distels gespijkerd die dienen als weerstation: bij vochtige lucht sluiten de distels zich en is er regen op komst.

Het mooiste stukje van de Gorges du Tarn bevindt zich ter hoogte van La Malène, waar je 's zomers met een boot de rivier kan afvaren langs Les Détroits, het smalste stuk van het kloofdal. Van boven op de Causse de Sauveterre heb je de mooiste uitzichten op de Gorges du Tarn. Vooral het Point Sublime is subliem.

Mini-Carcassonne
Trek ook tijd uit voor de andere canyons en de andere causses, want allemaal hebben ze hun eigen karakter. Zo kan je in de Gorges de la Jonte drie verschillende giersoorten observeren. Op de Causse Noire hebben water- en winderosie de kalkrotsen de vorm gegeven van ruïnes van een lang vergeten stad. De 'ruïnes' van Montpellier-le-Vieux zijn trouwens een stuk interessanter dan die van Nîmes-le-Vieux, op de Causse Méjean.

De Causse du Larzac ten slotte staat bekend om het uitzicht dat je krijgt op het Cirque de Navacelles en het Cirque de Vissec, twee gigantische keteldalen die werden gevormd door de (relatief kleine) Vis.

Aan de andere kant van de Causse du Larzac bevinden zich de grotten van Roquefort-sur-Soulzon, waar de gelijknamige schapenkaas zijn schimmel krijgt. La Couvertoirade is een soort van miniatuur-Carcassonne, een ommuurd bolwerk van de tempeliers die vroeger heersten over deze onherbergzame streek. Het dorpje behoort tot de mooiste van Frankrijk.

Viaduct
Genoeg natuur gezien? Dan is het de hoogste tijd voor een vernuftig staaltje van menselijk kunnen: het viaduct van Millau over de rivier de Tarn en de hoogste brug ter wereld. Sinds 2004 kan je dankzij de brug rechtstreeks naar de Middellandse Zee. Het spectaculaire bouwwerk is nu een toeristische attractie op zich. Voordien moest alle verkeer door het stadje Millau, met grote files tot gevolg. Millau is een bezoek zeker waard: de met platanen afgeboorde lanen en de dagelijkse markt met streekproducten zorgen voor een gemoedelijke Provençaalse sfeer.

Logeertips
Le Cauvel: Een typisch Cevenols kasteel op de flanken van de Mont Lozère. De kamers zijn oubollig, maar de familiale ontvangst van Anne-Sylvie en Hubert Pfister maakt veel goed. Je kan hier ook uitstekend eten. Tweepersoonskamer met ontbijt vanaf 67 euro. Le Cauvel

La Porte des Cévennes: Midden in het groen, op een heuvel vlak buiten Anduze. Eenvoudig familiaal hotel, maar het beschikt over een verwarmd zwembad en de service is uitstekend. Tweepersoonskamer met ontbijt: vanaf 103 euro. La Porte des Cévennes

La Lozerette: Hotel-restaurant in Cocurès, halfweg tussen Florac en Le Pont-de-Montvert. Ideaal gelegen om het massief van de Mont Lozère en de Causse de Sauvettere te verkennen. Het hotel heeft slechts twee sterren maar verdient een derde, mede dankzij de uitstekende keuken van Pierrette Agulhon. Tweepersoonskamer met ontbijt: vanaf 59 euro. La Lozerette

Bij Belgen: Au Portaou in St-André-Capcèze (Au Portaou) en Lou Pradel (Lou Pradel) zijn typische tot chambres d'hôtes omgevormde natuurstenen boerderijen.

Praktisch
Erheen: Met Ryanair naar Nîmes of Montpellier, met de tgv naar Avignon. Per auto 950 km.

Beste periode: Tot en met oktober kan het nog zacht zijn, hou wel rekening met wind in het gebergte. Aan zee is het weer milder en zonniger.

Info: Sun France - Lozère tourisme - Tourisme Gard - Cévennes tourisme. Wie in het Nederlands wil worden geholpen, kan e-mailen naar Jessy Van Den Rym via e-mail: positif.jessy@skynet.be
03/12/11 09u15
mailIcon print | Meer bookmarks |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met meer dan 400.000 HLN-bezoekers

 

© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.

Onze Franstalige nieuwssite www.7sur7.be.
Volg het nieuws op onze zustersite in Nederland www.ad.nl. Reis nieuws


acap enabled
Mediargus
reprocopy
Metriweb