Elke ouder weet het uit ervaring: een dochter heeft meestal een vriendin met we ze alles deelt, terwijl de zoon liever op stap gaat met een groep kameraden. De reden daarvoor is te zoeken in onze hersenen, toont een Amerikaanse studie uitgevoerd door het National Institute for Mental Health.
Individuele relaties
Hersenscans tonen dat meisjes van nature een aanleg hebben voor individuele relaties, terwijl jongens kiezen voor de complexe dynamiek en de interne concurrentie binnen een groep. Dat verschil ontwikkelt zich duidelijker naarmate kinderen ouder worden.
Puberteit
Volgens Daniel Pine, de kinderpsycholoog die het onderzoek leidde, groeien die sociale verschillen tussen jongens en meisjes vooral vanaf het moment dat ze de puberteit bereiken. "Relaties van één-op-één worden in die periode belangrijker voor meisjes, terwijl relaties die tot uiting komen in competitief verband, zoals sportevenementen, dan bij jongens op het voorplan komen".
Meer of minder actief
Als een meisje geïnteresseerd raakt in één persoon, worden hersengebieden geactiveerd die verband houden met hormoonsecretie, gevoelens, motivatie en beloning. Bij jongens neemt de activiteit in die gebieden af. En hoewel ook omgevingsfactoren hier meespelen "wordt dit vooral bepaald door zaken die onderdeel uitmaken van wie we zijn". (belga/edp)



