Of kinderen langdurige angsten hebben, hangt af van de erfelijke aanleg en de opvoeding van de ouders. Dat blijkt uit een Nederlands onderzoek. Feit is dat angstproblemen in sommige families meer voorkomen dan in andere.
Controleren
Ouders die zelf last hebben van angsten beschrijven zichzelf als minder warm en steunend. Ze zouden meer controlerend handelen dan ouders zonder die stoornis. Zo bekritiseren ze bijvoorbeeld hun kinderen meer en maken ze zich meer zorgen. Dat maakt dat hun kroost zich afhankelijker gedraagt.
Opvoeding
Ook blijkt dat angstige kinderen sowieso anders worden opgevoed dan kinderen zonder stoornis, zelfs binnen hetzelfde gezin. Ze voelen zich namelijk al gauw afgewezen of krijgen meer kritiek. Hun ouders rapporteren meer negatieve uitingen, meer zorgen en neigen minder om de autonomie van hun kind te stimuleren.
Karakter
Daarnaast speelt het temperament van een kind ook een rol. Kinderen die door hun ouders als emotioneel en verlegen beschreven worden, hebben vaker een angststoornis. (lvl)



