Overdag ligt het festival in Servië volledig stil, maar wie maalt daarom?
Het was tien jaar geleden nog zeldzaam dat festivalfans uit West-Europa naar de ex-Oostbloklanden reisden, maar vandaag vind je grote kolonnes Britten, Nederlanders en Belgen op de weides van Sziget en Balaton in Hongarije, of Exit in Servië. De torenhoge prijzen thuis en de vrees voor kwakkelweer op de eigen festivals zijn de belangrijkste oorzaken voor die trend. En de goede muziek natuurlijk: op de derde Exit-dag maakten vooral de gitaren van Suicidal Tendencies en Hatebreed indruk, en gaf het Britse Plan B met een fantastische soul- en hiphopshow het beste concert van het festival tot nu toe.
Als je festival al 'Exit' heet, moet je de bordjes die de uitgang aanwijzen enigszins creatief benoemen.
© Jelena Ivanovic / Exit.
Voorbereiding op de lange nacht die komen gaat.
© Milos Grubac / Exit.
Het Britse muziekblad NME trok begin dit jaar aan de alarmbel: Isle of Wight Festival of Reading Festival hadden afgedaan bij veel jonge Engelsen, die liever het Kanaal oversteken voor hun jaarlijkse portie muziek en vertier. NME zag de economische crisis als de reden voor die trend. Ook bij de Britten kampen ze met een hoge jeugdwerkloosheid, en voor wie zonder job zit vormen de Britse ticketprijzen en de dure drankjes en hapjes op de festivals een te grote hap uit het budget. Dus reizen ze af naar festivals in de ex-Oostbloklanden, waar er even goed grote namen op de affiche staan maar waar je flink meer waar voor je geld krijgt - en een gratis zonvakantie erbovenop. Zelfs met de reiskosten erbij kom je nog goedkoper uit.
Invasie
Het Sziget-festival in de Hongaarse hoofdstad Boedapest zet de toon het duidelijkst: naast de alomtegenwoordige Britten vind je daar ook een heel uitgebreide kolonie Nederlanders (jaarlijks reizen die met eigen vervoer, vliegtuig of uitverkochte partytreinen en -bussen met duizenden naar Sziget) en veel Belgen, wat onder meer Selah Sue, Goose en Triggerfinger tijdens hun optredens vorig jaar ondervonden. Exit, in het Servische Novi Sad langs de Donau, moet nog niet zo'n invasie verwerken, maar ook hier is de trend duidelijk ingezet. Al hoeft het voor sommigen niet zo'n vaart te lopen. "We komen naar dit festival net omdat het nog niet barst van de toeristen", zeggen drie Nederlandse jongens die we in Novi Sad tegen het lijf lopen. "Voor ons is het geen must om andere Nederlanders te zien, het is authentieker zoals het nu is. Schrijf maar niet te veel over Exit, dat het hier geen tweede Sziget wordt!"
Overdag is er op het Exit-festival zelf helemaal niks te beleven, maar dj's zorgen op mobiele podia langs de Donau en op de campings dat het feest vroeg start (of lang kan doorgaan). Bij zomerse temperaturen neem je een duik in de rivier of op drink je op beachparty's cocktails aan nog geen vier euro. Het Donau-strand ligt vlakbij het festival, maar ook wie de rest van de regio wil verkennen hoeft geen fortuinen te spenderen. De taxi's kosten naar West-Europese normen drie keer niks. Voor omgerekend twee euro raak je een flink eind de stad door - wat meegenomen is in Novi Sad, waar het 's middags ruim 40 graden kan worden en je echt geen zin hebt in een wandeling langs de lange rechte straten.
Cowboys
Al is het wel uitkijken: naast de officiële taxi's zijn er ook zwendelaars die een graantje hopen mee te pikken bij het festivalpubliek. Elke hond met een hoed op kan hier een taxibordje op zijn wagen pleuren en vraagt dan prijzen die verschillende keren hoger liggen dan de officiële tarieven. "Die cowboys geven onze sector een slechte naam", moppert een bonafide chauffeur. "Maar zolang de overheid alleen de individuele overtreders aanpakt en de schimmige bedrijfjes waarvoor ze werken ongemoeid laat, zie ik de situatie nog niet snel veranderen." Toch ondervind je daar als toerist niet zoveel last van. Door alle 'taxi-cowboys' moet je nooit lang wachten op vervoer, en zelfs hun 'woekerprijzen' zijn laag.
Venster op de wereld
Die scherpe prijzen gelden niet alleen buiten de festivalmuren: ook op Exit zelf is alles een pak betaalbaarder dan thuis. Voor een pint betaal je 1,9 euro maar dat is dan wél een halve liter, een flesje water op het festivalterrein kost je nog geen euro. Voor drie tot vier euro heb je een deftige snack, maar als je je geld al aan andere dingen opmaakte vul je de maag ook met een hotdog van nog geen twee euro. De ticketprijzen liggen laag, ook al omdat Exit vrij beperkte prijsverhogingen doorvoerde de jongste jaren.
Ze zijn hier blij dat het festival er is, en dat voel je als bezoeker ook. "Voor veel Servische jongeren is dit festival de enige periode in het jaar dat ze eens met mensen uit andere landen kunnen praten", vertelt een inwoner ons. "De rest van het jaar valt hier weinig te beleven, en voelen we ons een buitenbeentje in Europa. Dus als je hier bent, asjeblief: práát met ons, we hebben niks liever. Dit is elk jaar een venster op de wereld voor ons."
Gierige Engelsen
Naast een babbel is een extraatje welkom bij die lokale bevolking. Het Servische gebruik wil dat je een fooi geeft in restaurants of cafés, maar veel toeristen weten dat niet. "Vooral de Engelsen zijn gierig", vertelt een dienster ons. "Serviërs verdienen een pak minder, maar als ze een beetje gedronken hebben zijn ze veel royaler dan de buitenlanders. Ooit had ik eens iemand over de vloer die een paar glazen gebroken had. Die jongen voelde zich daar zo beroerd over dat hij me 50 euro fooi gaf. Ik wou 'm meteen nog een paar glazen brengen om stuk te gooien." (lacht)
Hoewel de festivalgangers met open armen verwelkomd worden, taant de plaatselijke belangstelling voor Exit. Reden daarvoor is de dalende koopkracht bij de Serviërs. Hoewel combitickets in vergelijking met onze ticketprijzen aardig meevallen (119 euro), kan een Serviër voor een vergelijkbaar bedrag tien dagen op strandvakantie naar Montenegro. Of liever nog naar Griekenland of voormalig oorlogsvijand Kroatië - want sinds Montenegro Kosovo erkende als onafhankelijke staat, is er behoorlijk wat wrevel tussen de oude bondgenoten. Of hoe de oorlogswonden toch nog niet helemaal geheeld lijken te zijn. (Lees hieronder verder)
- Vrijdag de 13de onder 'de dronken klok' van Novi Sad
- Van straatprotest naar megafestival: zo deed Exit het
Lees ook
Suicidal Tendencies deden letterlijk veel stof opwaaien.
© Jovan Djokic / Exit.
Mike Muir.
© Jovan Djokic .
Pogo in het stof
Van animositeit is op het festivalterrein zelf geen sprake. Een ongelukkig toeval wilde wel dat de hardste groepen net na de allerwarmste dag geprogrammeerd stonden. Dat zorgde vooral bij de skatepunk van Suicidal Tendencies voor dikke stofwolken boven de pogoënde massa - gezond kan dat niet zijn, maar dat lieten de veteranen uit Venice Beach niet aan hun hart komen. Suicidal Tendencies speelden een gebalde set van drie kwartier, waarbij zanger Mike Muir zijn preken tot een minimum beperkt hield en er tussen 'You Can't Bring Me Down' en afsluiter 'Pledge Your Allegiance' - gewoontegetrouw met slamdance van het publiek óp het podium - nauwelijks een adempauze was. Knap.
Ook Hatebreed - dat 17 uur in de bus zat voor z'n eerste Servische concert ooit - duwde later op de avond het gaspedaal in en liet het publiek zich schor schreeuwen bij 'I Will Be Heard', 'Live For This' en 'Destroy Everything'. Dat was gelukkig op een pleintje met kasseien zodat je niet voortdurend in het stof stond te happen. (Lees hieronder verder)
Benjamin Paul Ballance-Drew van Plan B, hier nog in soul-outfit.
© Marko Ercegovic / Exit.
De perfecte soul- en hiphopshow
Het concert van de avond, en van het hele festival tot nu toe, was voor Plan B. De Britse groep rond Benjamin Paul Ballance-Drew beloofde een feestje van soul en hiphop, en maakte dat voornemen helemaal waar. De set was netjes opgedeeld in twee stukken, met het eerste deel volledig gewijd aan soul. Ballance-Drew en zijn zevenkoppige band zaten strak in het pak, en brachten met de Paolo Nutini-cover 'Coming Up Easy' al meteen een ode aan marihuana. "I'm a weed smoker", klonk het uitdagend, waarna de zanger op het podium de daad bij het woord voegde. Zijn stem leek er geenszins onder te lijden. Als deze jongen zijn keel opentrekt, denk je aan de hoogdagen van Terence Trent D'Arby en de Motown-bands, en past alleen een welgemeend 'Hell yeah!'.
Door radiohits 'Prayin'' - ook in reggae en drum-'n-bassversie! -, 'The Recluse' en 'She Said' alledrie na elkaar te spelen, gooide de groep al zijn troefkaarten tegelijk op tafel. Een risico, maar dat pakte geweldig uit: na die drie nummers at de hele weide uit hun hand.
Geniaal beatbox-intermezzo
En dan moest het tweede luik, waarin hiphop een hoofdrol opeiste, nog beginnen. Dat werd ingeleid door een verpletterend stukje show van de Londense beatboxer Faith SFX. Geniaal hoe die in z'n eentje The Prodigy, The White Stripes, Zombie Nation en een resem houseklassiekers bij elkaar gooide met alleen zijn stem, en daarmee de wei van voor naar achter en weer terug aan het bouncen kreeg.
Faith SFX luidde een metamorfose voor Plan B in. De groep kwam opnieuw op maar had de stijlvolle soulpakken ingeruild voor T-shirts en petten. Frontman Ballance-Drew - je merkt dat hij ook acteert - inbegrepen: die had zijn 'white soul'-alter ego van zopas in de coulissen achtergelaten en kwam terug als een opgefokt stuk hiphop-graniet. Met onder meer 'Lost My Way' en 'Pieces' (van zijn samenwerking met Chase and Status) wou en kreeg hij moshpits voor de hele Main Stage. 'I remember when I used to feel something', klonk het, waarna Plan B het publiek volledig murw en verbluft achterliet. Fenomenale band, die ook op de Belgische festivals geweldig headlinermateriaal zou zijn. Afspraak in 2013 op een wei dichtbij ons?


