Graspop Metal Meeting werd zaterdagochtend wakker met een kater, en dat lag niet alleen aan het bier van de avond voordien. Niet alleen cancelde headliner Ozzy Osbourne zijn concert, de hemelsluizen gingen ook al van 's ochtends vroeg open. Tegen zoveel pech is alleen tomeloos enthousiasme gewassen, gelukkig hadden de aanwezige bands dat in overvloed.
Gus G (Firewind).
Arch Enemy.
Onder de grijze hemel en dreigende regenbuien kreeg Diablo Blvd. de zware opdracht om het metalpubliek wakker te schudden. Frontman Alex Agnew en de zijnen kweten zich evenwel voortreffelijk van hun taak. Agnew - dat hij een publiek kan bespelen is geen geheim - meldde trots dat zijn band nog maar de derde Belgische groep ooit was die het hoofdpodium van Graspop beklom, en bewees dat die groep daar niet toevallig stond. De Antwerpenaar kreeg al rond de middag de eerste crowdsurfers, walls of death en circle pits aan de praat, de hele trukendoos mocht open. Met nummers als 'Endless Reign' en 'Outcast' - waarbij Danzig en The Cult nooit ver weg waren - schoot de tweede Graspop-dag ondanks het druilerige weer overtuigend uit de startblokken.
Ook naast de Main Stage kon de regen snel worden vergeten, onder meer dankzij de Noren van Kvelertak, die met drie gitaristen en een goed in het vlees zitten frontman hun combinatie van stonerrock en zéér heavy metal voor een driekwart gevulde Marquee 1 mochten brengen. 'Offernatt' was een van de strafste nummers uit de set, hoorden we.
Meer pret in de tenten met The Black Spiders, een vijfkoppig Brits gezelschap uit de Engelse staalstad Sheffield dat stevig refereert naar de oerklassieke hardrock uit de jaren zeventig. De Metaldome liep maar halfvol voorde groep, en dat is verdomd jammer, want veertig minuten lang kreeg het aanwezige publiek een strakke, enthousiaste set die aan het fijnste van Kiss, Black Sabbath en AC/DC deed denken. 'Kiss Tried to Kill Me' werd overigens opgedragen aan Jägermeister - de marketinggenieën die dit ooit radicaal onhippe zatte-nonkeldrankje weer cool maakten en alomtegenwoordig op muziekfestivals, verdienen overigens een prijs. En die heerlijk pretentieloze Black Spiders, die verdienen later een nieuwe doortocht op Graspop, liefst op de Main Stage en enkele plaatsen hoger op de affiche.
Wie de Metaldome wél vol deed lopen - de regen buiten hielp daar ongetwijfeld een handje bij - was Ghost. Deze mysterieuze Zweden (over de ware identiteit van de bandleden wordt bijzonder vaag gedaan) schermen met satanische teksten, monnikspijen en worden aangevoerd door een als skeletpriester vermomde zanger. Dat de belangstelling voor zo'n gehypte band groot zou zijn, viel te verwachten. Helaas bleken achter de geheimzinnige groepsleden geen grote songschrijvers schuil te gaan. Vermommingen mogen als gimmick dan wel werken in het genre - bij Kiss en Slipknot, om er maar een paar te noemen - met een mijter op je hoofd wordt het wel heel erg moeilijk om als rock-'n-roll door te gaan. Het publiek reageerde eerder geïnteresseerd dan wild, en dat vonden we niet eens onbegrijpelijk.
Dan ging het er op de Main Stage een pak vinniger aan toe, met het Firewind rond sologitarist Gus G, die al zo'n twee jaar gitaar speelt in Ozzy Osbournes begeleidingsband. Gus G wordt geroemd als een briljante jonge gitarist en een van de sterren aan het 'melodic metal'-firmament. Zijn groep is voor ingewijden dan ook de beste band in zijn genre en kan op een puike livereputatie bogen. Apollo Papathanasio was niet de hele set even goed bij stem, maar de schitterende versie van 'Mercenary Man' die de groep in Dessel neerzette, zal veel verkleumde fans hebben verwarmd.
Na Gus G trad er nóg een Ozzy-link op. Black Label Society: de groep met ex-Ozzy Osbournegitarist Zakk Wylde op leadgitaar. Voor de jongeren die 'm niet kennen van zijn muziek: Wylde is een speelbaar personage in het computerspel 'Guitar Hero', een eer die alleen voor de groten in het genre is voorbehouden. 'Fire It Up' was in Dessel fenomenale uitschieter in wat wellicht de ultieme heavy metal-show van de dag was. Al houdt Wylde wel van soleren, van héél erg lang soleren. Joe Satriani is er niks tegen.
De één zijn dood is de ander zijn brood, dat ging vandaag volledig op voor Channel Zero. Belgiës metaltrots werd op het laaste nippertje aan de affiche toegevoegd omdat een zieke Ozzy niet kwam opdagen en mocht meteen een vol uur spelen. Dat kwam goed uit, want Franky DSVD en kompanen hebben een nieuwe plaat uit (Feed 'em With a Brick') en een single in De Afrekening (het vandaag behoorlijk ontoepasselijke 'Hot Summer'). Het volle uur dat Channel Zero tot zijn beschikking kreeg, bleek niet helemaal een geschenk. Het eerste deel van de set putte rijkelijk uit de nieuwe plaat, maar die bleek lang niet bij iedereen in het publiek bekend. De groep trok met een tot aanbeveling strekkend engagement aan de kar, maar een groot deel van de wei bleef er lauw onder. We onthouden van dat luik wel 'Hot Summer' en 'Hammerhead', een song die een sneer in huis had naar de aanslepende regeringsonderhandelingen en ingeleid werd met een erg gemeend 'Fuck the Government!' Later mochten de prijsbeesten van de groep opdraven met 'Suck my Energy', 'Help', 'Fools Parade' en afsluiter 'Black Fuel'.
Daarna was het kiezen tussen twee legendarische groepen. Monster Magnet kreeg de Marquee 2 uiteindelijk driekwart vol maar mocht er op weinig sfeer of enthousiasme rekenen. Veel meer volk in de Marquee 1, die uit zijn voegen barstte voor Arch Enemy, die al voor de zesde keer op Graspop speelden. Voor sommigen klinkt deze melodieuze death metalgroep te hard, te extreem, maar ook vanavond toonde de band rond zangeres Angela Gossow dat ze met de broers Michael en Christopher Amott over twee wereldtoppers op gitaar beschikt en een ritmesectie die al dat creatief geweld in goeie banen leidt. Sterke set. Een energiek en oorverdovend luid Bullet for My Valentine - dat er live nog een pak steviger in vloog dan op cd - kreeg eveneens een dolenthousiaste zaal tot op explosiepunt.
Over Whitesnake kunnen we kort zijn: David Coverdale kan het niet meer. De eerste keer op Graspop vergaven we hem enkele schoonheidsfoutjes, de tweede keer hoopten we dat hij gewoon een slechte dag had, maar deze keer was het echt triest. De zanger heeft een schare topmuzikanten rond zich verzameld, en de muziek was dan ook navenant. Zijn groep moest Whitesnake echter ook op zanggebied rechthouden, want Coverdale stond vaak gewoon te schreeuwen. De lage gedeeltes waren in orde, maar vanaf het moment de zanglijn iets de hoogte inging, ging zijn stem de mist in. De band speelde enkele nummers uit de jongste cd, en uiteraard kwamen ook de hits 'Fool for your Loving', 'Is this Love?' en natuurlijk 'Here I go Again' voorbij. Het is erg om te zeggen, maar die klonken vaak beter wanneer Coverdale gewoon zweeg. Vaak richtte hij de microfoon naar het publiek, en de koortjes van zijn muzikanten klonken fantastisch. Maar zelfs die konden de ondermaatse zangpartijen niet redden. (tw)
Morgen krijg je hier ook nog de recensie van het Judas Priest-concert, de headliner van zaterdag.


