De ingang van het Beerschotstadion. Foto's IOC
Koning Albert I opende de enige Belgische olympiade.
Victor Boin legde de allereerste olympische eed af.
De Finse looplegende Paavo Nurmi behaalde zijn eerste gouden medaille op de 10km.
De Italiaanse schermer Nedo Nadi behaalde vijf olympische titels.
De Franse tennislegende Suzanne Lenglen gaf slechts vier games prijs in het enkeltoernooi.
De zevende olympiade (de zesde in Berlijn werd geschrapt wegens de oorlog) van 1920 in Antwerpen is tot de dag van vandaag nog altijd één van de meest prestigieuze organisaties in de Belgische geschiedenis. In het Beerschot-stadion opende Koning Albert I in augustus de enige Belgische Spelen tot nu toe.
Vlag
Die openingsceremonie was opmerkelijk omdat voor het eerst de olympische vlag met de vijf ringen (teken van de verenigde vijf continenten) opdook. Ook de vredesduiven waren voor het eerst van de partij. Ook de olympische eed werd voor het eerst uitgesproken door de Belgische waterpolo-speler/schermer Victor Boin, die later voorzitter van het BOIC werd. België schreef ook geschiedenis omdat een zeilwedstrijd niet alleen in België, maar ook een stuk in Nederland werd gehouden. Een olympische primeur, die tot vandaag standhoudt.
Historisch
Wie Antwerpen '20 zegt, zegt de historische voetbaltitel van de Belgische voetballers. In het Beerschotstadion veroverden de 'Rode Duivels' van toen de enige olympische ploegtitel ooit voor ons land. In de kwartfinales vloerden de Belgen met 3-1 het Spanje van de legendarische doelman Ricardo Zamora. In de halve finales wachtte Nederland in een derby der Lage Landen. De klinkende 3-0-zege deed het uitzinnige Beerschot-stadion in olympisch goud geloven en dat kwam er ook.
Finale
In de finale ontmoetten de Rode Duivels het ijzersterke Tsjechoslavakije, in die tijd de sterkste voetbalploeg ter wereld. Met drie erg ruime overwinningen (7-0 tegen Joegoslavië, 4-0 tegen Noorwegen en 4-1 tegen Frankrijk in de halve finale) was het de grote favoriet en begonnen de Rode Duivels als underdog. Al na tien minuten verraste Coppée de voetbalwereld met de 1-0 en nog voor het halfuur rondde Larnoe een fraaie slalom af: 2-0, meteen de eindscore. De match werd niet uitgespeeld, want na een zware fout van Steiner op Coppeé stuurde de Engelse ref de Tsjech naar de kleedkamers, zijn ploegmaats waren het daar zo oneens mee dat ze hem volgden naar de douches. Dit zijn de elf Rode Duivels die de historische gouden medaille pakten: Debie, Swartenbroecks, Verbeeck, Musch, Hanse, Fierens, Van Hege, Coppée, Bragard, Larnoe en Bastin. De Bondscoach was coach Armand Swartenbroecks.
Grootste oogst
De Spelen in eigen land groeiden uit tot de meest succesvolle ooit met 42 medailles, waaronder 16 olympische titels. Naast de stunt in het voetbal, waren vooral de Belgische boogschutters outstanding. Het boogschieten bezorgde ons land niet minder dan acht gouden medailes op tien. Hubert Van Innis nam er vier voor zijn rekening, waarvan twee in teamverband, en voegde daar nog eens twee zilveren medailles ( waarvan één in ploegverband) aan toe. En dat twaalf jaar na zijn eerste olympische medailles. Boogschutter Hubert Van Innis, eerder al keer 2 goud en een keer zilver in Parijs. De eerste van de in totaal 9 medailles, 6 gouden en drie zilveren, die hij op Olympische Spelen zou behalen. Een Belgisch record dat na een eeuw nog steeds stand houdt en dat ook in de nabije toekomst niet gauw zal verbeterd worden.
Gewichtheffers
Ook de Belgische gewichtheffers waren succesvol. François De Haes haalde de titel bij de pluimgewichten binnen. Bij de lichtgewichten was er zilver en brons voor respectievelijk Louis Willequet en Florimond Rooms.De overige gouden medailles werden in de ruitersport (kunstrijden), het zeilen en het wielrennen (Henry George op de 50 km) behaald.
Nadi
De Italiaanse schermer Nedo Nadi zorgde voor een topprestatie door liefst vijf medailles te vergaren: hij won de individuele floret en sabel-titels en leidde de Italiaanse ploeg naar vijf ploegtitels. Vijf keer schermgoud werd nooit meer herhaald.
Suzanne Lenglen
Suzanne Lenglen, de Franse tennister naar wie later de trofee bij de vrouwen op Roland Garros werd genoemd, schitterde ook in Antwerpen. Eén van de grootste tennissters aller tijden gaf slechts vier games prijs op het hele enkeltoernooi. Ook in het dubbel gemengd pakte ze goud aan de zijde van Max Decugis. Met Elisabeth d'Ayen veroverde ze ook nog brons in het dubbel.
Paavo Nurmi
Een andere grote naam in de sportgeschiedenis, de Finse afstandloper Paavo Nurmi, maakte zijn olympisch debuut in Antwerpen. Op zijn 23ste was Nurmi nog een nobele onbekende in 1920. Op de 5.000m moest hij de Fransman Joseph Guillemot nog laten voorgaan, maar op de 10km pakte de Fin wel goud. In drie Spelen zou Nurmi liefst negen olympische titels halen.
Cijfers
-29 naties
-2.626 atleten (65 vrouwen, 2,561 mannen)
-154 competities
-72 jaar: leeftijd van Oscar Swahn, de Zweed die een bronzen medaille behaalde in het schieten.


