© epa.
De snelheid van de toprenners in de Ronde van Frankrijk steeg in de periode 1990-2004 jaarlijks met gemiddeld 0,18 km/uur. In de daaropvolgende vijf jaar deed er zich echter een daling voor met gemiddeld 0,17 km/uur. Dat blijkt uit een studie door Thomas Perneger, een epidemioloog verbonden aan het UZ Genève. Perneger wijst op een mogelijk verband met het verminderd dopinggebruik. Dat meldt het gezondheidsmagazine Bodytalk.
Perneger bestudeerde de snelheid van de winnaars en de vijfdes van de Rondes van Frankrijk, Spanje en Italië in de periode 1949-2009. Net als in de Tour stelde hij ook voor de Vuelta een ommekeer vast in 2004. Terwijl de snelheid in de periode 1990-2004 met 0,28 km/uur steeg, was er nadien een daling op jaarbasis van 1 km/uur. In de Giro bleef de gemiddelde snelheid al die jaren stijgen met gemiddeld 0,12 km/uur.
Volgens Perneger is het opvallend dat precies in 2004 het aantal vastgestelde dopingovertredingen sterk piekte. Epo bijvoorbeeld verhoogt de maximale zuurstofopnamecapaciteit met zeven procent, wat zich vertaalt in ongeveer 2,8 procent extra snelheid of ongeveer 1 km/uur extra. "Dat komt in de buurt van het snelheidsverlies van de laatste jaren", aldus de epidemioloog. (belga/lpb)


