Indiase politiemannen hebben tijdens een onderzoek naar een reeks bomaanslagen in Zuid-India 21 moslimverdachten gemarteld. Dat zei de in New York gevestigde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW).
Bomaanslagen
In mei en augustus 2007 kwamen bij bomaanslagen in Hyderabad, de hoofdstad van de deelstaat Andhra Pradesh, ruim vijftig mensen om het leven. De politie stelde destijds moslimextremisten verantwoordelijk en pakte ruim honderd moslims op. Eenentwintig van hen werden lange tijd vastgehouden.
Naakt opgehangen
HRW zegt nu dat de verdachten naakt, ondersteboven, zijn opgehangen. Tevens zijn zij afgeranseld en blootgesteld aan stroomstoten. "Ook werden zij gedreigd met de marteling van verwanten, speciaal vrouwelijke familieleden", aldus HRW.
Getuigenissen
De bewijzen voor de marteling zijn verkregen uit getuigenissen van slachtoffers en bevindingen van de Minderhedencommissie van Andhra Pradesh, die onderzoek deed. Er is tot dusver nog geen vervolging tegen de verantwoordelijke politiemedewerkers ingesteld, maar de eerste minister van Andhra Pradesh heeft onderzoek toegezegd. Volgens HRW pakt de Indiase politie na bomaanslagen stelselmatig moslims op, alleen omdat zij moslim zijn. (novum/ap/eb)
Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!


