LHSP: Snauwaert wijst op inspanningen voor LDC's

Wil je dit artikel later lezen? bewaar
Door: redactie
26/02/08 - 15u00
Tony Snauwaert

Op het L&H-proces voor het hof van beroep in Gent is vandaag de verdediging gestart van Tony Snauwaert. Hij is de man die via een holding wilde investeren in een reeks van Language Development Companies (LDC'S).

Snauwaert zocht volgens zijn raadsman, Joris Mattijs, intens naar externe investeerders om die LDC's daadwerkelijk van de grond te krijgen. Dat hij slechts één investeerder vond, is volgens hem geen bewijs dat de man meewerkte aan de fraude.

Boeking van licenties
De kern van het proces is de boeking van de licenties voor het gebruik van software die de LDC's betaalden aan L&H. Volgens het openbaar ministerie (OM) gaat het om een frauduleuze constructie om de omzet van het moederbedrijf op te krikken.

"Need to know"-principe
Het uitwerken van het concept van de LDC's en het realiseren van de eerste taalbedrijfjes was al gebeurd toen Snauwaert in de boot stapte. Als die LDC's al gebruikt werden voor de fraude, dan wist Snauwaert volgens meester Mattijs niet dat dat het doel was. Hij sprak van een "need to know"-principe bij L&H: men vertelde de mensen op het terrein enkel wat nodig was voor het uitoefenen van hun job, niets meer.

Drukke agenda
Snauwaert was via zijn eigen vennootschap LDS (Language Development Services) betrokken in het Language Development Fund, dat bijna helemaal eigendom was van Mercator Noordstar. Op uitzondering van één investeerder, Capital Union, vond hij in achttien maanden tijd niemand anders om in die LDC's te stappen. De advocaten van Snauwaert wezen op zijn drukbezette agenda om aan te tonen dat de beklaagde wel degelijk inspanningen heeft gedaan om die LDC's van de grond te krijgen en er daadwerkelijke activiteit op poten te zetten.

In het voorjaar van 2000 stelde de L&H-top op een meeting in Oostende vast dat Snauwaert niet in zijn opzet slaagde. De L&H-top contacteerde zelf investeerders waarna de beklaagde het in oktober 2000 zelf voor bekeken hield.

Willekeur
Dat het OM Snauwaert wel vervolgde en andere tussenpersonen, zoals Cis van Deun (holding Radial) en Willem Hardeman (holding LIC) niet, vond de verdediging van Snauwaert een teken van willekeur. Volgens meester Liesbeth Meirens was onder meer Van Deun betrokken bij het uitwerken van het LDC-concept en was het enige wat hij met die taalbedrijfjes deed, het doorverkopen van de structuur met een winst van bijna 2 miljoen euro.

"Financieel dood maken"
Opvallend in het pleidooi van advocaat Mattijs was zijn opmerking over de huiszoeking die in maart 2003 werd gehouden in de woning van zijn cliënt. Onderzoeksrechter-raadsheer Henri Heimans zou daar, volgens de pleiter, gezegd hebben dat hij die "fraudeurs (de L&H-toplui, nvdr) zou pakken" en dat hij Snauwaert "financieel dood zou maken". (belga/eb)

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!