"Artesia handelde te goeder trouw in L&H-dossier"

bewaar artikel
Door: redactie
18/02/08 - 11u25

Toen L&H-huisbankier Artesia in de zomer van 1998 de eerste van de drie betwiste overbrugginskredieten verstrekte om de oprichting van Language Development Companies (LDC's) mogelijk te maken, had het geen enkele reden om te twijfelen aan het businessmodel dat L&H voorstelde. Eerdere ervaringen van Paribas en Bacob (die later samen Artesia vormden) met het Ieperse spraaktechnologiebedrijf hadden het nodige vertrouwen geschapen, pleitte advocaat Sebastien Ryelandt vanmorgen.

Artesia Bank, dat in 2002 werd opgenomen in Dexia Bank, wordt door het openbaar ministerie vervolgd omdat het door het verstrekken van kredieten mee geholpen zou hebben aan de omzetfraude. Concreet gaat het om overbruggingskredieten aan de holdings Radial en Lic (die investeerden in LDC's) en aan Lernout, Hauspie en Willaert persoonlijk. Niet enkel door het verlenen van die overbruggingskredieten, maar ook door het gebruik van een techniek om de band tussen de LDC's en de L&H-bestuurders verborgen te houden, heeft Artesia volgens de aanklagers noodzakelijke medewerking aan de fraude geleverd.

Ten onrechte beschuldigd
Dexia begon haar pleidooi door te wijzen op het geloof dat er was in de waarde en de toekomst van L&H. "Mijn eerste woorden zijn die tot de beleggers die geloofden in L&H", opende meester Ryelandt. "Zoals deze beleggers geloofde Artesia in de waarde van de technologie. Zoals hen heeft Artesia aanzienlijke verliezen geleden." Niet enkel is er de 50 miljoen dollar die de bank niet kon recuperen van het Dictaphonekrediet, maar de bank heeft nog altijd 400.000 waardeloze L&H-aandelen in haar bezit. "Dexia heeft begrip voor de situatie van de beleggers maar wij worden ten onrechte beschuldigd. Het is onze plicht tegenover onze aandeelhouders, medewerkers en klanten om ons te verdedigen. Daarom zullen wij deze beleggers teleur moeten stellen."

Artesia was de huisbankier van L&H. Voorloper Paribas kende in 1991 een eerste krediet van 113 miljoen frank toe aan het jonge groeibedrijf. Dat het Vlaamse Gewest via de GIMV in L&H participeerde, was voor Paribas een eerste geruststellende verzekering. Dat enkele professoren het bedrijf hadden doorgelicht en tot de conclusies kwamen dat er "state-of-the-art"-technologie aan boord was, was een andere reden om krediet te verlenen. "Er werd dus niet lichtzinning tewerk gegaan", aldus meester Ryelandt. Later volgden er nog vele kredieten, en ook Bacob verstrekte vanaf '95 belangrijke bedragen.

Geen argwaan
Veel aandacht besteedde de advocaat aan de oprichting van Dictation Consortium. Deze vennootschap maakte de ontwikkeling van nieuwe L&H-software mogelijk. De structuur was sterk gelijkend op die zoals die later aan de bank werd voorgehouden in kader van de lancering van de LDC's. De positieve ervaring maakte dat Artesia na vele geslaagde kredieten en de interesse van giganten als Microsoft en IBM ook in de zomer van 1998 geen argwaan had bij het eerste krediet aan Radial.

"Artesia werd altijd voorgehouden dat er -zoals bij Dictation Consortium- externe investeerders in die LDC's zouden instappen om echte ontwikkelingen mogelijk te maken. Anders vertellen is absurd", aldus Sebastien Ryelandt.

De bank stelde pas later vast dat L&H omzet erkende tegen alle regels in. Bovendien verzweeg het bedrijf bij het grote Dictaphonekrediet (waar Artesia voor 50 miljoen dollar in participeerde) dat er een informeel SEC-onderzoek aan de gang was. En toen Artesia Nederland 25 miljoen dollar leende aan Bastiaens om L&H-aandelen te kopen, aanvaarde het waarborgen die vooral stoelden op de waarde van het L&H-aandeel. "Als Artesia wist van fraude, zou het dan zo'n garanties aanvaard hebben?", luidde het. (belga/sps)

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!