Het beoordelen van de burgerlijke partijstellingen door het Gentse hof van beroep is een bijzonder moeilijk kluwen. Dat is duidelijk geworden na het pleidooi van revisor KPMG. Vele dossiers zijn op formeel vlak niet in orde, zo blijkt. Bovendien bracht KPMG een hele reeks juridische problemen aan voor het beoordelen van die dossiers.
Vier procent
"Uit een eerste analyse blijkt dat slechts 4 procent van de transacties door de beleggers in aanmerking kunnen komen voor een eventuele schadevergoeding", gaf Jozef Lievens, advocaat van KPMG, mee.
Beleggers
De revisor heeft met een team van medewerkers een analyse gemaakt van de dossiers van de 12.750 beleggers die zich als burgerlijke partij aandienden. Die bestaan uit beleggers die aangesloten zijn bij Deminor (8.900), Spaarverlies (793), Believers (454) en individuele beleggers (2.519). Zij vragen grosso modo 215 miljoen euro of gemiddeld 16.935 euro. Deminor heeft zich evenwel voor bijna 13.000 partijen gemeld, maar heeft enkel nog maar de dossiers voor 8.900 personen ingediend.
Andere persoon
KPMG stelde grote praktische problemen vast. In 17 procent van de dossiers waren er geen bewijsstukken, in bijna evenveel gevallen was de burgerlijke partij die zich meldde niet dezelfde als de persoon die schade leed. Het voorbeeld werd aangehaald van de voorzitter van een beleggingsclub die in naam van zijn leden een mooie schadesom kwam claimen.
Beurswaakhond
In 16 procent van de dossiers werd gekocht na 21 september 2000, de dag waarop bekend raakte dat beurswaakhond SEC een formeel onderzoek was gestart. Wie kocht na die datum is volgens KPMG een speculant die op de hoogte was van het risico.
Amerikaanse beurs
In meer dan een tiende van de dossiers kocht de belegger aandelen op de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq. KPMG bereikte in 2004 een dading in de VS voor beleggers die op de Nasdaq L&H-aandelen kochten. Ook Belgische beleggers konden zich daarbij aansluiten en meedelen. "Duizendvijfhonderd Belgen hebben zich daarbij aangesloten, maar niemand stelt hier dat ze dat effectief deden", pleitte Wim Goossens voor KPMG. De revisor vond bij een diagonale lezing echter snel voorbeelden van beleggers die zowel geld recupereerden in de VS als zich burgerlijke partij stellen in Gent.
Twee keer ontvangen
Een andere markante vaststelling is dat sommige beleggers proberen om twee keer langs de kassa te passeren. Soms melden man en vrouw zich apart als gedupeerde, of gebruikt een belegger twee adressen om zich burgerlijke partij te stellen. Daarnaast hebben veel beleggers niet vermeld hoeveel geld ze voor het faillissement hebben verdiend door in de goede tijden L&H-aandelen te verkopen. Hun winsten moeten worden afgetrokken, aldus KPMG.
Wisselkoersen
Verder werd het probleem van de wisselkoersen aangehaald en het feit dat de IT-sector in de zomer van 2000 in het algemeen een terugval kende. Ook die elementen moeten meespelen in de berekening van de schade, merkte de advocaat op.
Zes bijkomende vragen
KPMG vraagt dat het hof zes bijkomende vragen zal stellen aan de burgerlijke partijen om hun beweerde schade te verduidelijken en de eerder geschetste problemen op te lossen.
Drie banken
Eerder had de revisor vragen gesteld bij de burgerlijke partijstelling van drie banken. Zij vragen een voorlopige schadevergoeding van 2 euro elk om later eventueel het saldo te recupereren van hun aandeel in het krediet van 445 miljoen euro aan L&H. Volgens KPMG hebben die banken echter al hun verlies - of toch een groot deel - gerecupereerd door de omzetting van hun schuld in New Dictaphone. Die Amerikaanse tak van L&H werd door de banken in 2006 met fraaie winst verkocht. (belga/ka)


