L&H-bedrijfsjurist ontkent elke betrokkenheid

bewaar artikel
Door: redactie
29/01/08 - 12u44

De tweede concrete aantijging waarop het openbaar ministerie op het proces L&H steunt om bedrijfsjurist Christophe Lamar te vervolgen, is zijn vermeende aandeel in het opstellen van een consultancy-overeenkomst voor WH Operations. Daarachter zaten enkele Arabische investeerders. Volgens zijn advocaat Kristiaan Vandenbussche heeft de jurist geen bijdrage geleverd tot de totstandkoming van het contract. Voor alle tenlasteleggingen werd de vrijspraak gevraagd.

Via tussenpersonen Francis Van Deun en Stephan Bodenkamp raakte de top van L&H in 1998 in contact met de Arabieren. De potentiële investeerders werden herhaaldelijk ontvangen op een jacht in Monaco en in Washington. Bedoeling was om een distributiekanaal voor L&H op te zetten in het Midden-Oosten.

Arabische investeerders
Ook de mogelijkheid van een Arab Language Valley behoorde tot de gesprekken, aldus meester Vandenbussche. Er volgden via de Arabische investeerders contacten met de koningshuizen van onder meer Marokko en Jordanië.

De mogelijke investeerders deden zelf prospectiewerk en werden voor hun dienstverlening betaald via een consultancy-overeenkomst. Daarom is er volgens de advocaat geen sprake van een valse overeenkomst. De speurders weigerden aanvankelijk te geloven dat er effectief diensten werden geleverd door WH Operations, tot de advocaat van de vennootschap hen bewijsstukken bezorgde.

De Arabische investeerders werd tijdens de gesprekken in Monaco ook gevraagd om de Turkish LDC, voordien opgericht door Tony Snauwaert, over te nemen. Pol Hauspie overhaalde de aarzelende Arabieren door hen gratis warrants van L&H te beloven. Later moest hij op dat "gratis" terugkomen.

Fictieve technologie
De L&H-top probeerde volgens meester Vandenbussche toch om te zorgen voor compensatie aan de investeerders. Zo werkte Nico Willaert aan een plan om fictieve technologie van de Arabieren te kopen en hen zo te vergoeden voor het betalen van de warrants.

Christophe Lamar speelde vaak tussenpersoon tussen de advocaat van WH Operations en Nico Willaert. Een van de scenario's was ooit het onderwerp van een mail tussen Willaert en Lamar, die daar als ondergeschikte kennis van nam. Lamar vroeg aan CFO Carl Dammekens of dat wel kon.

Cruciaal zinnetje
Dat het openbaar ministerie opnieuw een cruciaal zinnetje wegliet, waarin Lamar vroeg om verdere instructies te geven, nam de advocaat op de korrel. Dat ene zinnetje bewijst dat de bedrijfsjurist niet actief betrokken was bij die gesprekken. "De financiële dienst antwoordde op die mail dat zo'n compensatiescenario niet kon, waardoor er uiteindelijk geen geld terugvloeide naar de investeerders", aldus Vandenbussche.

Er kwam uiteindelijk enkel een consultancy-overeenkomst voor de dienstverlening door de Arabieren. Er zat dus wel degelijk een economische realiteit achter het contract. De misdaadanalist van de speurderscel stelde uitdrukkelijk dat de totstandkoming van de consultancy-overeenkomst een werk was van Nico Willaert en de advocaat van WH Operations. Over Christophe Lamar wordt niet gesproken. Hij redigeerde evenmin het contract. Dat gebeurde door de advocaat van WH Operations. (belga/sps)

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!