Meer dan de helft (56,5 procent) van de leerkrachten in het secundair onderwijs krijgt pas na hun 30e hun eerste benoeming. Dat blijkt uit een antwoord van Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer (CD&V).
Jonge leerkrachten moeten lang wachten op hun (voltijdse) vaste benoeming. Slechts 43,5 pct van de eerste benoemingen in het secundair onderwijs gebeurt in de leeftijdsgroep tot en met 29 jaar, 56,5 procent van de eerste benoemingen gebeurt later: 38,9 procent van 30 tot 39 jaar, 15,3 procent van 40 tot 49 jaar en 2,2 procent van 50 tot 59 jaar.
Uitbreiding vaste benoeming
Voor de uitbreiding van de vaste benoeming is de situatie nog extremer: slechts in 25 procent van de gevallen gaat het om leerkrachten jonger dan 29 jaar, in 45 procent van de gevallen om personeelsleden tussen 30 en 39 jaar. Van de personeelsleden tussen 40 en 49 jaar krijgt 25 procent een uitbreiding van de vaste benoeming en bij de personeelsleden tussen 50 en 59 jaar is dit 5 procent.
Een meerderheid van de leerkrachten in het secundair onderwijs moet dus tot na zijn/haar dertigste wachten op "een eerste uurtje absolute werkzekerheid", zegt Demeyer.
Stimuleren
Die benadrukt dat het belangrijk is om kwalitatief sterke jonge mensen te stimuleren voor een onderwijsjob. Het arbeidsmarktrapport van het departement Onderwijs voorspelt zowel voor het kleuter-, lager als secundair onderwijs een tekort aan leerkrachten tussen 2007 en 2010. Vooral de voortijdige uitstroom van jonge leerkrachten blijft een groot probleem. De werk- en inkomensonzekerheid speelt daarbij een doorslaggevende rol, aldus nog Demeyer. (belga/eb)


