Ruim helft leerkrachten is Brussel snel beu

Er zijn meer jonge leraars die hun carrière in Brussel binnen vijf jaar voor bekeken houden dan onderwijzers die het wel volhouden. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams onderwijsminister Frank Vandenbroucke (sp.a) bekendmaakt op vraag van CD&V-volksvertegenwoordiger Paul Delva.
AnderstaligenIn Vlaanderen stopt ruim een kwart van de nieuwbakken leerkrachten basisonderwijs en iets meer dan een derde van de leraren in het secundair binnen een periode van vijf jaar. In Brussel lopen die cijfers veel hoger op, blijkt nu. Maar liefst 58,5 procent van de onderwijzers in de lagere school en 56 procent van de leerkrachten in het secundair geven er tijdens de eerste vijf jaar de brui aan.
"Ik wist dat er een probleem was, maar dat het zo groot is, heeft mij ook verrast", aldus Delva. Hij verwijst naar het feit dat lesgeven zeer moeilijk is in Brussel omdat er enorm veel anderstalige leerlingen in de klassen zitten. Daarnaast zijn er nog de sociale problemen van een grootstad en de afstand: heel wat leraars pendelen vanuit Vlaanderen en als ze dan een job dichter bij huis vinden, is de keuze snel gemaakt.
Als gevolg van het hoge verloop wordt het voor de scholen zeer moeilijk om de continuïteit te verzekeren.
PremiesMinister Vandenbroucke is zich bewust van het probleem en lanceerde onlangs enkele plannen die voor een herwaardering van het Brusselse onderwijs moeten zorgen. Zo krijgen leerkrachten na drie jaar lesgeven in de hoofdstad een premie van 1.000 euro bruto per jaar, bovenop de even grote taalpremie. Delva meent dat niet enkel meer loon nodig is, maar ook meer ondersteuning voor anderstalige kinderen zodat ze het Nederlandse sneller onder de knie hebben. (belga/ka)