Onderwijsraad voor versoepeling taalregeling hoger onderwijs

De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) pleit voor een beperkte versoepeling van de taalregeling in het hoger onderwijs. Zo moeten onderwijsinstellingen een volledig anderstalig semester kunnen inrichten in de bacheloropleidingen. Ook een volledige masteropleiding in een andere taal moet mogelijk worden. Anderstalige opleidingsonderdelen kunnen de internationale uitstraling vergroten, luidt het Vlor-advies. De raad waarschuwt wel voor bijkomende drempels.
Talenkennis bevorderenVlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) had de Vlor om een advies over de kwestie gevraagd. Momenteel mag maar 10 pct van het programma in de bachelors in een andere taal dan het Nederlands gegeven worden. Voor de masteropleiding mag "in beperkte mate" afgeweken worden van het Nederlands.
De Vlor adviseert om de huidige taalregeling "beperkt" te versoepelen. De onderwijsraad ziet een aantal voordelen. Zo zouden anderstalige opleidingsonderdelen Vlaanderen aantrekkelijker kunnen maken voor buitenlandse studenten en docenten. Daarnaast kan het de talenkennis van de studenten bevorderen. De Vlor wijst er ook op dat het Engels de voertaal is in de internationale onderzoeksgemeenschap. Een Engelse master zou dan ook een "voordeel kunnen opleveren voor de kwaliteit en de positie van het Vlaamse hoger onderwijs".
Anderstalig semesterConcreet stelt de Vlor voor om onderwijsinstellingen de kans te geven om in de bacheloropleidingen 30 studiepunten van het opleidingsprogramma (180 punten) in een andere taal te kunnen organiseren. Zo kunnen instellingen een volledig anderstalig semester inrichten. "Instellingen zouden best samenwerken om een internationaal aantrekkelijk en kwaliteitsvol anderstalig traject van 30 studiepunten mogelijk te maken", stelt de Vlor.
Daarnaast moet een volledige masteropleiding in een andere taal mogelijk worden. "Op voorwaarde dat een student in Vlaanderen binnen het betrokken studiegebied elders een Nederlandstalige master kan volgen".
Meerwaarde aantonenDe Vlor dringt er wel op aan dat de instellingen moeten kunnen aantonen dat de anderstalige opleiding "een meerwaarde" heeft. Voorts moeten de instellingen ook kunnen garanderen dat de talenkennis van de docenten zelf op peil is. De Vlor vindt ook dat het Nederlands niet in de verdrukking mag komen. Toch verwacht de raad "geen overwoekering" van Engelstalige opleidingen. "Dat is in andere Europese landen immers evenmin het geval", stelt de Vlor.
Hogere moeilijkheidsgraadDe onderwijsraad geeft wel toe dat anderstalige opleidingsonderdelen of masters de moeilijkheidsgraad van de opleidingen kunnen vergroten. Zo kunnen anderstalige opleidingsonderdelen "een bijkomende drempel" vormen om met de opleiding te beginnen. "Dit kan alle studenten afschrikken", luidt het.
Vooral doelgroepstudenten zouden wel eens de dupe kunnen worden. Daarom moet de Vlaamse overheid volgens de Vlor samen met de instellingen maatregelen voorzien om eventuele negatieve effecten van een versoepelde taalregeling op te vangen. De Vlor doet zelf een suggestie: studenten moeten altijd het recht hebben om examen af te leggen in het Nederlands.
Rem op internationale aantrekkingskrachtVandaag nog meldde De Tijd dat de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB), onder leiding van Karel Vinck, ook voorstander is van een versoepeling van de taalregelgeving in het hoger onderwijs. Ook dat advies is overgemaakt aan de Vlaamse regering.
De twee adviezen bieden ook een antwoord op het rapport innovatie-instrumentarium in Vlaanderen, het zogenaamde rapport-Soete. Dat stelde dat het decreet over de taalregels voor het hoger onderwijs een rem zet op de internationale aantrekkingskracht van Vlaanderen, omdat het bijvoorbeeld te weinig Engels toelaat. (belga/ka)